De drie pilaren van de levensboom zijn opgebouwd uit tien cirkels (Sefira) die de tien maal vier kaarten van De Kleine Arcana symboliseren.De drie pilaren van de kabbalistische levensboom zijn opgebouwd uit tien cirkels (Sefira) die de tien maal vier kaarten van De Kleine Arcana symboliseren.
De bovenste Sefira (Kether) staat voor alle azen, de Sefira rechtsboven, Chokmah, voor de tweeën, de Sefira linksboven, Binah, voor de drieën, de Sefira rechtsmidden, Chesed, voor de vieren, de Sefira linksmidden, Geburah, voor de vijven, de Sefira in het midden, Tiphareth, voor de zessen, de Sefira rechtsonder, Netzach, voor de zevens, de Sefira linksonder, Hod, voor de achten, de Sefira bijna onderaan, Yesod, voor de negens en de Sefira onderaan, Malkuth, voor de tienen.
De vier maal vier hofkaarten worden elk aan een Sefira toegekend. Ze staan voor de verschillende krachten van de Godsnaam YHVH, die verspreid wordt over de volgende Sefiroth: De Ridders representeren de Y/Yod kracht en bevinden zich in Chokmah, De Koninginnen representeren de H/He kracht en bevinden zich in Binah, De Prinsen representeren de V/Vau kracht en bevinden zich in Tiphareth en De Prinsessen representeren de laatste H/He kracht en bevinden zich in Malkuth. |