'Hier ben ik' door Iris Savelkouls

Afbeelding Afbeelding

Een workshop volgen bij WalkYourDream

"We zijn vaak zo bezig met wat anderen van ons verlangen, dat het moeilijk is geworden om te luisteren naar wat je lijf en je innerlijke stem je te vertellen hebben. Tijdens WalkYourDream gaan we met zijn allen een heel weekend lang ervaren hoe het is als je wel luistert."

Aldus de website van Stichting Eigenwijze. Eigenwijze organiseerde ook dit jaar weer 'WalkYourDream', gehouden op 12 en 13 september op Landgoed de Reehorst in Driebergen. Een weekend lang rituelen en workshops, speciaal voor jonge mensen, met als doel te helpen hun eigen dromen te ontdekken en waar te maken. Het achterliggende idee hierbij is dat je jezelf de kans moet geven eens te 'luisteren' naar wat er binnenin je echt leeft. Nieuwsgierig naar hoe het daar aan toe gaat, bezocht ik voor Jonge Wolven het evenement op zaterdag.

Het kost me dit keer heel wat minder moeite om het terrein te vinden dan op de die koude, donkere avond toen ik naar de WinterVuurplaats ging, een half jaar geleden op dezelfde plek! Het is nu overdag en werkelijk stralend weer (en ik weet de weg nog een beetje sinds de vorige keer natuurlijk). Landgoed de Reehorst ligt vlakbij een drukke weg en een treinstation. Het terrein waar WalkYourDream plaatsvindt echter, een grasveld achter het grote gebouw 'Antropia', is heel rustig.
Als ik arriveer, is het tegen het einde van de lunchpauze. Sommige deelnemers, vrijwilligers en begeleiders zitten nog in de kring te eten, andere liggen ontspannen achterover op het gras in het nazomer-zonnetje. Er staan twee yurts op het terrein en verder nog een moderne, plastic tent. Tegen de rand van het grasveld staan de slaaptenten van de deelnemers. Er wordt mij, zodra ik me heb gemeld bij de begeleiders, aangeboden wat te drinken te pakken van de tafel met consumpties: zo te zien allemaal biologische en Fair-Trade producten.

Stiltewandeling
Ik nestel me in het gras, naast een begeleidster, in de kring. Zij vertelt mij onder andere over de brandende fakkels die in het midden van de kring staan. Die ochtend hebben de deelnemers namelijk een stiltewandeling gemaakt en daarvoor hadden ze zeven fakkels aangestoken om bij zich te dragen. Aan iedere fakkel werd een kwaliteit verbonden, die de deelnemers zelf mochten aandragen: een waarde zoals 'je passie voelen' of 'kind mogen zijn'. Een kwaliteit die zij wilden meenemen op de tocht.
De wandeling op zichzelf was ook al heel inspirerend, zo vertelt ze verder. Het was de bedoeling dat je hierbij jezelf kon zijn en probeerde om bewust te voelen wat in je leefde, je impulsen volgen. Het leidde tot hele verschillende reacties: sommigen gingen huppelen, rennen of in bomen klimmen; anderen werden juist heel rustig.

'Hier ben ik'
Ik loop naar het midden van de kring. Naast de fakkels liggen papieren met informatie over de twee workshops die straks worden gehouden. Ik mag er een uitkiezen om over te schrijven.
De ene workshop heet 'Droomtapijt': hierbij gaat het erom hoe je, voorbij volwassen oordelen en schaamte, kleine dromen kunt scheppen en je eigen leven kunt vormgeven.
De andere workshop heet 'Hier ben ik' en hierbij gaat het om de vraag 'Wat is eigenlijk je droom leven?' Is dat het naleven van grote toekomstplannen? Of zit het voor jou in andere dingen?
Na enige aarzelen besluit ik de laatste te volgen.

Ik ga, samen met twee begeleidsters en nog zes andere meisjes en twee jongens, de witplastic tent in. Aan de wanden zijn beschilderde doeken opgehangen met afbeeldingen van bomen, vogels, de zon en de maan.
De begeleidsters nodigen ons uit om te gaan zitten. Zij leggen uit dat het doel van deze workshop is om jezelf te kunnen zijn en om datgene wat je echt wilt neerzetten, de ruimte te geven. "Is er een plek is in onze levens waarin we het gevoel hebben dat we helemaal onszelf kunnen zijn?" Zo vragen ze. Sommigen antwoorden dat ze het alleen kunnen als ze alleen zijn; anderen voelen het ook bij bepaalde hechte vrienden. Het is fijn om tussen mensen te zitten die bijna alles oke vinden wat je zegt of doet, die alles de ruimte geven. Daar is vrijwel iedereen het over eens.
Het valt me op dat iedereen, ook de begeleidsters, geneigd zijn om zachtjes te praten. Komt dat omdat we hier zulke persoonlijk dingen bespreken of is het de stilte van de omgeving die ons daartoe aanzet?

Naar elkaar kijken
"We zijn niet meer gewend naar elkaar te kijken," vertelt een begeleidster, "terwijl dat je het gevoel kan geven dat je gezien mag worden zoals je bent. Dat is namelijk de kwetsbaarheid van het mens-zijn: je moet het doen met waarmee je geboren bent."
We gaan zitten op een bank aan het ene uiteinde van de tent. Het andere uiteinde wordt geopend, zodat we meer ruimte hebben. We worden uitgedaagd om omstebeurt via die opening weg te lopen en geheel vrij (we mogen stoppen zodra we daar behoefte aan hebben) weer terug te lopen en de rest aan te kijken. En de rest kan naar hem/haar kijken! Anderhalve minuut lang.
Het is een nogal merkwaardige opdracht: iedereen lijkt wat onzeker en onwennig. Na afloop van ieders 'staanbeurt' wordt besproken hoe die persoon er zelf op reageerde en wat de indruk van de rest was. Naast gevoelens van spanning blijkt uiteindelijk bij de meeste ook ruimte te zijn geweest voor zelfverzekerde en rustgevende gevoelens: het idee dat het eigenlijk best goed was zo.
Aan het eind van de workshop gaan we samen in een kring staan. Hoe de opdracht ook verlopen is, leggen de begeleidsters uit, het is knap dat we dit gedurfd hebben. Met durven begint het namelijk: 'ja' zeggen tegen een wens, ervoor gaan om je dromen te leven. We hebben een applaus verdiend.

Inspiratie
Na de workshop krijgen de deelnemers drie kwartier om weer wat tot rust te komen. Ik loop rond tussen de staande, zittende en liggende mensen op het grasveld en stel vragen waar ik kan. Waarom hebben jullie je opgegeven voor Walk Your Dream? Niet iedereen blijkt hier specifiek voor het ontdekken van dromen hier naartoe te zijn gekomen.
"Ik heb behoefte om mensen te ontmoeten die dieper nadenken over dingen," zegt een meisje. Ze heeft al meerdere spirituele bijeenkomsten meegemaakt en voelt zich daar altijd erg goed.
Anderen lijken meer op het thema gericht te zijn: "Ik ben zoekende, ik weet nog niet wat ik wil," vertelt een jongen, "en alles aan inspiratie is meegenomen."
Een vrijwilligster vertelt dat zij vorig jaar zelf deelnemer was. Ze vond het prachtig om hier met jongeren samen te zijn en om achter een eigen droom te gaan, geheel vrij van je eigen beperkingen.

Ik moet er weeer vandoor, maar voor de deelnemers zal er nog een hoop gebeuren tijdens hun inspiratie- en ontdekkinsweekend. Er zullen in de namiddag nog twee workshops plaatsvinden en 's avonds zal er een kampvuur zijn. Zullen zij echt nog dromen gaan ontdekken? Eigenlijk twijfel ik. Volgens mij bereik je zoiets niet in een enkel weekend. Het vinden van je dromen, daar kun je jaren mee bezig zijn. Maar elke handvat, elke oefening, elk gesprek, kan helpen natuurlijk.

www.walkyourdream.nl
 

A. Religie en esoterie in strips door Iris Savelkouls

Afbeelding Afbeelding

een korte beschouwing

A. Religie en esoterie in stripsHet stripboek 'Waarvan leeft de mens' van Jeroen Steehouwer.

Onder: impressie van de Stripdagen.
Haast onnodig te zeggen dat er over het algemeen geen hoge dunk bestaat van strips onder de mensen (in het Westen althans: in Japan liggen deze zaken sowieso weer anders, maar daar gaat het nu even niet om). Het zou volgens hen kinderachtig zijn, luchtig en simpel, hoe dan ook: cultuur van een mindere soort. Je begrijpt wel dat dit niet de benadering zal zijn die we op deze website hanteren.

Bovenstaande benadering ziet strips namelijk als een genre; alsof er maar één soort strips bestaat. Ik zie strips liever als een medium, net zoals dat boeken en film een medium zijn, met eigen mogelijkheden. Mogelijkheden die net even anders zijn dan bij boeken: boeken vertellen namelijk in principe een verhaal met geschreven woorden zonder (veel) plaatjes. En mogelijkheden die net weer even anders zijn dan bij films: films vertellen een verhaal door bewegende beelden, (meestal in combinatie met geluid en gesproken tekst). Strips daarentegen vertellen een verhaal door stilstaande plaatjes, soms in combinatie met geschreven tekst.

Onlangs gaf ik een vriendin van mij een stripboek cadeau van de Iraanse tekenares Marjane Satrapi, getiteld Persepolis. Het is een komisch en tegelijkertijd aangrijpend verhaal over een meisje (de auteur zelf) dat opgroeit in Iran ten tijde van de oorlog. De moeder van mijn vriendin had nog nauwelijks naar het boek gekeken toen ze zei: 'Ik hou niet zo van strips: ik vind bijvoorbeeld de Donald Duck maar niks.' Ik had moeite me in te houden, want kom op nou: je zegt toch ook niet 'ik hou niet van leesboeken, want ik vind de Bouquetreeks maar niks'!

Binnen het medium strip kunnen dus voor zover ik weet alle mogelijk genres bestaan: luchtig én bloedserieus, simpel én intelligent. Kunnen strips ook over religie en esoterie gaan? Jazeker. Dat bleek althans toen ik de Stripdagen bezocht, een stripbeurs die elk najaar worden georganiseerd door Het Stripschap.

Peter van der Linden en Klaas van Harten hebben me tijdens de Stripdagen rondgeleid. Peter van der Linden zit in het bestuur van Het Stripschap. Naast stripliefhebbers zijn Peter en Klaas ook kenners van de Theosofische bibliotheek. Liefhebbers dus van strips én van esoterie!
Al wandelend tussen de stands van verschillende striptekenaars, stripwinkels en striporganisaties komen we van alles tegen. En na afloop stuurt Peter me ook nog aardig wat info toe via de mail. Phoe, het was heel wat.

Voetbalstrip?
Laat ik beginnen met de striptekenaar Andries Brandt. Deze auteur, bekend van bijvoorbeeld Roel Dijkstra, schijnt in zijn strips kleine verwijzingen te hebben naar esoterie. In Joris Jofel en de grote Bombarix treedt bijvoorbeeld een druïde op. Verder heeft Brand nog een strip gemaakt over Madame Blavatski. De grote oprichtster van de theosofische vereniging.
Ook Roel Dijkstra is van zijn hand: iedereen kent het als een voetbalstrips, maar het gaat erin vaak over esoterische zaken, zoals magie en occultisme.

Strips en mysterie
Religieuze motieven zijn helemaal niet zo'n ongebruikelijk fenomeen in de cultuur. Het boek van De DaVinci-code is nu erg populair. Zo'n boek vertelt schokkende, spectaculaire en omstreden onthullingen over Jezus Christus en het geloof. Maar wist je dat ook in stripvorm dergelijke boeken te vinden zijn? Didier Convard maakt De Geheime Driehoek: een avonturenstrip over oude en zorgvuldig bewaarde mysteries rondom het christendom. Ook in de reeks De Tien Geboden van Franz de Giraud speelt religie op een bijzondere manier een rol. Deze tiendelige verhalenreeks is gebaseerd op de Tien (islamitische!) Geboden, en geven een eigen kijk op de mens en zijn verhouding tot God.

Strips en mythe
Folklore kan een goede inspiratiebron voor strips zijn. De Russische schrijver Tolstoj heeft tijdens zijn leven mythen en volksverhalen uit zijn land verzameld en opgeschreven. De tekenaar Jeroen Steehouwer is momenteel bezig deze verhalen te 'verstrippen'. De verhalen hebben een hoog spiritueel gehalte: ze bevatten een boodschap, een wijze les voor de mensen, en worden niet onregelmatig bevolkt door duivels en engelen. Eén verhaal ervan heb ik gelezen: het gaat over een duiveltje die een arme boer tot het kwade verleidt. Ik weet niet of ik deze legende zou hebben gekend als de strip er niet was geweest. Veel Griekse mythen heb ik trouwens als kind leren kennen als strip: dankzij Marcia Williams: Griekse Mythen; stripverhalen uit de Oudheid.

Bekend, maar ook begeesterd
Tom Poes?! Daar had ik nou niet direct aan gedacht. Maar jawel, ook in de populaire, bekende strips als Suske en Wiske en Tom Poes zit, al dan niet verborgen, ook een hoop esoterie. Marten Toonder, de auteur van Tom Poes was aardig thuis in de wereld van alchemie, magie en astrologie. Vaak gaat het in zijn strips om de strijd van de natuur, het goede, tegen de techniek, die als iets bedreigends en angstaanjagends wordt gezien (denk aan de geleerde Sickbok).
In de Suske en Wiske strip De Poenschepper (Willy Vandersteen) wordt Lambik verleidt door twee duivelachtige figuren die de sprekende namen dragen Mazoetan en Belzabel. En wat dacht je van Paracelsus de Alchemist? Ook Kuifje in Tibet van Hergé, waarin hoofdpersoon Kuifje bij Tibetaanse monniken terechtkomt, is een mooi voorbeeld.

Vampiers en het jodendom
Nu kun je je echter nog altijd afvragen wáarom religie en esoterie in strips verschijnen. Bedoelde de tekenaar daar zelf echt iets mee? Staat of stond hij of zij zelf achter de levensbeschouwelijke denkbeelden die hij presenteerde in zijn werk? Nu, een tekenaar voor wie dat laatste hoogstwaarschijnlijk geldt, is denk ik wel de Franse tekenaar Joann Sfar: over hem kwam ik een artikel tegen tijdens het bladeren in een tv-gids. Deze tekenaar maakt o.a. Donjon en De Kleine Vampier, waarvan van de laatste ook een tekenfilmserie is gemaakt, die bij de VPRO te zien is. Zijn strips gaan over spoken, levende doden en vampiers, maar de auteur verkent ook de betekenis van zijn joodse identiteit: zijn strips staan bol met toespelingen op het jodendom.

De Bijbel in strip
Na een middag ronddwalen op de Stripdagen vroeg ik mij af of er ook strips waren die écht christelijk waren. Ik was daar nog niet zo veel van tegengekomen. Peter en een van de standhouders wijzen me op In de Soete Suikerbol van W.G. van der Hulst: kinderstrips waarin christelijke elementen verpakt zitten in spannende verhalen. Ik vermoed dat er nog veel meer is, ook modernere voorbeelden, maar die weten de stripverkopers niet uit het hoofd te noemen. Misschien moet ik zelf maar eens gaan kijken, bijvoorbeeld bij de Evangelische boekhandel in de buurt?
Dat doe ik en inderdaad: in de winkel die ik bezoek, tref ik een plank aan met een aantal plaatjesboeken voor kinderen, maar ook een paar echte strips. De Bijbel in strip van Jeff Anderson en Mike Maddox springt daarvan het meest in het oog. Op de achterkant staat onder andere te lezen: "De Bijbel in tekstwolkjes: het lijkt een gek idee, maar het werkt wél"
Ook zijn er de albums te vinden van Joost ten Kruk van Ray en Sonny van Michel de Boer. Die laatste bevat anekdotische korte strips voor kinderen met toespelingen op het Chistendom. 'Grappig hè, en dat terwijl ik christelijk ben,' staat op de voorkant te lezen.

Goed en als je nu nog meer wilt weten of gewoon zelf gaan lezen, kun je de stripspeciaalzaak �of natuurlijk de evangelische boekhandel- binnenlopen en verder de volgende websites bekijken:

www.stripschap.nl
www.jeroensteehouwer.nl (site van Jeroen Steehouwer, in het artikel genoemd)
www.helderester.nl

En:NIEUW! www.karlmarxbarksbarth.web-log.nl
Weblog van Peter van der Linden,de voormalige voorzitter van het stripschap: over religie, politiek en strips.

Met grote dank aan:

Peter van der Linden
Klaas van Harten
Redactie van 'Schapnieuws'
Standhouders tijdens de Stripdagen
A. Religie en esoterie in strips
Afbeelding
 

B. De spiritualiteit van Marten Toonder door Iris Savelkouls

1 0000Afbeelding Afbeelding
B. De spiritualiteit van Marten Toonder
Afbeelding
Marten Toonder in Ierland. Foto gemaakt door fotograaf Fjodor Buis: www.fjodor.nl, wiens bijzondere portretten van Toonder te zien waren tijdens de stripbeurs in Haarlem (juni 2006).
In verband met het overlijden van de bekende, Nederlandse striptekenaar Marten Toonder, vorige zomer, voeg ik bij mijn artikel over religie en esoterie in strips een extra verhaal toe over het leven van deze kunstenaar. Niet in de laatste plaats ook omdat hij een interessant leven heeft gehad in verband met spiritualiteit en strips.

Marten Toonder werd in 1912 geboren. Onder de indruk van Amerikaanse strips, besloot hij al op jonge leeftijd om striptekenaar te worden. Zijn eerste strips over Tom Poes en Ollie B. Bommel, zijn bekendste creaties, werden gepubliceerd in 1941 in de krant. Daarvoor had Toonder, samen met zijn vrouw Phiny Dick, al strips gemaakt. Andere strippersonages van hem zijn onder andere Koning Hollewijn, Kappie en Panda. In 1943 richtte hij de Toonder-studio op en vanaf 1967 werden de stripverhalen van Ollie B. Bommel ook in bundels uitgegeven. In 1991 heeft hij nog de Tollensprijs voor zijn werk gewonnen.
In 1965 verhuisde hij naar Greystone, in Ierland. Sinds 2001 moest hij echter, omwille van zijn gezondheid, weer naar Nederland verhuizen..Zijn laatste jaren bracht hij door in een verpleeghuis.

Tom Poes en Ollie B.Bommel begon als kinderstrip. Later werd het echter een 'volwassen' strip, vol met subtiele verwijzingen naar verschijnselen in de maatschappij en met kritiek daarop. Mooie voorbeelden daarvan zijn: atoomkracht (De Spliterwt); kapitalisme (De Bovenbazen); de amusementsindustrie (De Liefdadiger), maar ook de hypocrisie van godsdienstboodschappers (De Zwarte Zwadderneel). Ook nog leuk om te vermelden is dat Toonder een stripboek heeft gemaakt dat De Rechten van de Mens heet (met Koning Hollewijn erin), waarin op een speelse manier wordt uitlegt wat de Rechten van de Mens zijn.

Marten Toonder en de esoterie
Wat niet zo algemeen bekend is aan Toonder, is dat hij zich al sinds zijn kindertijd met theologie, theosofie en esoterie bezighield. Hij besefte al vroeg dat er meer was dan alleen het materiele leven. In zijn latere leven kreeg hij interesse voor spirituele denkers als Gurdjieff en Blavatski. Als kind op de zondagsschool werd hij afgeschrikt door de verhalen over Jezus van de maagdelijke geboorte en de kruisiging: ze bevielen hem totaal niet. Maar de verhalen van Jezus zélf intrigeerden hem wel. Hij had het idee dat ze meer waren dan betrekkelijk simpele verhaaltjes; hij vermoedde dat er een diepe wijsheid áchter stak. Tot zijn grote geluk kwam hij op latere leeftijd in aanraking met een ruimdenkende dominee. Die gaf hem nieuwe inzichten over Jezus. Als Jezus bijvoorbeeld gezegd heeft: 'Ik ben de zoon van God', betekent dat dat we allemáál zonen van God zijn: God zit in iedereen. Ook reïncarnatie zou in het christendom van de eerste vijfhonderd jaar een belangrijke rol hebben gespeeld. Het 'wedergeboren worden' waar Jezus het ook over heeft, is heel letterlijk bedoeld. Marten Toonder geloofde sindsdien in reïncarnatie. Daarnaast geloofde hij ook in het collectief onderbewuste van Gustav Jung. Hij zag het als een soort immateriele werkelijkheid achter de werkelijkheid: Toonders idee van het 'goddelijke' hing er sterk mee samen.

Als kind verzon Toonder al verhalen die hij aan zijn broer vertelde. Het ging hem bij het vertellen heel sterk om de kracht van de beelden. Enorm geboft heeft hij dan ook, naar eigen zeggen, met de echtgenoot die hij heeft gevonden: zijn buurmeisje Phiny Dick hield ook van tekenen en verhalen bedenken. Samen wandelden ze door het Baarnse Bos en werden gegrepen door de prachtige natuur. Het was er erg romantisch en de ideale plek voor sprookjes. Hier zouden natuurwezens en magische dingen aanwezig moeten zijn. Zowel Marten als Phiny waren daar erg gevoelig voor: de wandeling door het Baarnse Bos was een wonderlijke ervaring voor hen.

Ierland
Marten Toonder is tijdens zijn leven naar Ierland verhuisd. De precieze reden daarvoor heb ik nog niet kunnen achterhalen. Het zou kunnen dat hij in een boek van Madame Blavatski, de oprichtster van de theosofische vereniging, iets over Ierland had gelezen. Het terugtrekken was wellicht voor Toonder een spirituele zaak: het weggaan uit de drukke wereld dwong je om je met jezelf te confronteren. Zijn broer, die eveneens naar het buitenland was gegaan, verwoordde het als volgt: je had 'niets meer om je achter te verschuilen voor het gezelschap van je zelf'.
In Ierland herkenden Toonder en Phiny Dick ook het landschap uit hun fantasieën. Ze kregen er de ervaring die ze hadden gehad in de bossen bij Baarn, maar dan nog veel sterker.
Toonder was een romanticus. Hij gaf ook meer om de natuur dan om de vooruitgang der techniek. In zijn strips wint de natuur en het spirituele het dan ook van een gevaarlijke, geniale gek als Sickbock. En hij was een dromer: wat is er immers fijner dan dromen van een huiselijk sfeer vergezeld door een knapperend haardvuur? Al Bommels avonturen eindigden tenslotte, zodra al de misère was opgelost, met een 'eenvoudige doch voedzame maaltijd', genuttigd tegen de achtergrond van een dergelijk tafereel!

Het collectieve onderbewuste
Zoals gezegd was geloofde Toonder sterk in een theorie van Jung. Deze psychoanalyticus had het over het bestaan van een collectief onderbewuste, waaruit de menselijke fantasieën en ideeën voortkwamen. Voor Toonder moesten fantasieën moesten voor hem ook als het ware vanzelf komen, als door een ingeving van iets dat buitenaf lag en waar je zelf geen invloed op had. Desalniettemin heeft Toonder in zijn strips een aantal figuren uit Germaanse tradities overgenomen, bijvoorbeeld dwergen, en een aantal figuren uit esoterische tradities, zoals de vuursalamander (die ook een elementwezen is) en uit religieuze tradities: de blijdschapper is daarvan een leuk voorbeeld.
Het personage Sickbock is overigens een welhaast duivels figuur (niet voor niets waarschijnlijk heeft dit personage dan ook de gedaante van een bok). Zichzelf briljant vindend, is hij haast altijd aan het knoeien met de schepping, bijvoorbeeld door middel van DNA-moleculen. Gelukkig kan hij altijd weer tijdig gestopt worden en is de natuur weer gered.

Woorden
Dat Toonder een woordkunstenaar was in zijn strips en de Nederlandse taal zelfs heeft uitgebreid, is algemeen bekend. Dit heeft hij zelf gezegd over taal:
"De magie van het woord en de kracht van het beeld zijn samen met de emoties van klanken de oudste vormen van magie. De kleur van woorden, het gevoel dat daarachter zit, dat vind ik mooi. De zeggingskracht van beelden vind je terug in de oeroude symbolen. Woorden en beelden roepen gevoelens op en kunnen drijfveren worden.
Echte kunst berust op magie. Het zijn beelden, die meer dan een plaatje zijn. Woorden die meer dan zinnen zijn.
Echte kunst is daarom niet ongevaarlijk. Je weet soms niet wat je oproept."

Marten Toonder heeft tijdens zijn leven twee vrouwen, en ook zijn zoon en dochters verloren.
Toch zegt hij dat hij vindt enorm geboft te hebben met veel dingen die hij heeft gekregen. Maar het eindeloos lange leven beviel hem niet: in zijn laatste levensjaren mocht het einde van hem wel komen.

In memoriam: Marten Toonder (1912-2005)

Met dank aan:
Peter van der Linden
Jeroen Steehouwer

Verder zijn als bronmateriaal voor dit artikel vooral twee interviews met Toonder gebruikt: een die hij gaf, in de tijd dat hij nog in Ierland woonde, aan Motief; maandblad voor antroposofie (nr. 36, december 2000) en een die hij gaf aan Vruchtbare Aarde in 2001. Beide interviews zijn online te lezen.
Het boek De tao van Toonder over Toonders levensvisie is op bevel van de rechter uit de handel genomen, hoorde ik kort geleden. Jammer dus: gelukkig hebben we nog wel al Toonders strips om van te genieten!
B. De spiritualiteit van Marten ToonderB. De spiritualiteit van Marten Toonder
Afbeelding
 

De wandeltocht door de Onzalige Bossen door Iris Savelkouls

Afbeelding Afbeelding

Verslag van een spirituele boswandeling

De wandeltocht door de Onzalige BossenDe onzalige bossen: het zijn niet alleen de waarlijk bestaande bossen die men in de buurt van Arnhem kan vinden; het is ook de titel van het spirituele thema van de website van Bas van Loon.
Op www. deonzaligebossen.com vertelt Bas al schrijvend en tekenend over de dingen die hem bezig houden. De spirituele zoektocht naar bewustwording vergelijkt hij met een tocht door de Onzalige Bossen: de Onzalige Bossen hebben donkere paden, en je kunt erin verdwaald raken. Maar ze kennen ook hele mooie plekken.
Naast de dierenverhalen, de zachte pasteltekeningen en opmerkelijke teksten over spiritualiteit en levensbeschouwing viel mij vooral de bijzondere sfeer van de website op, toen ik hemzelf, anderhalf jaar geleden, bij toeval ontdekte. Nadat ik de website een paar maal had bezocht, heb ik Bas gemaild, en hem mijn enthousiasme over de site verteld. Hij heeft toen teruggemaild, en dat was het begin van onze penvriendschap.
Sinds kort is Bas begonnen met een nieuw project: hij organiseert spirituele wandeltochten bij hem in de buurt: dus zeg maar de Onzalige Bossen in de praktijk. Dat wilde ik wel een keer meemaken; tegelijk zou dit onze eerste ontmoeting worden. We spraken toen een datum af en ik verraste Bas nog door aan te bieden om een artikel te schrijven.
Dus ik sta die dag vroeg op om op tijd met de trein te kunnen, en ik doe mijn wandelschoenen aan…


Bas en ik treffen elkaar op het station. Vandaar gaan we naar een parkeerplaats, temidden van het Gelderse landschap, vlakbij een veld vol korenbloemen, waar ook de andere deelnemers zich verzamelen. Iedereen krijgt koffie en thee aangeboden.

Engel op je tocht
Als iedereen is uitgestapt en zichzelf in gereedheid heeft gebracht, gaan we in een kring staan. Bas laat een mand met kaartjes rondgaan. Iedereen trekt er een kaartje uit. Er blijken woorden op te staan, als eenvoud, overvloed, schoonheid en verrukking. Iedereen moet zijn kaartje voorlezen. Op de mijne staat: 'transformatie'. Ik vraag wat de bedoeling hiervan is.
De meeste anderen houden zich al langer met spirituele activiteiten bezig en snappen de bedoeling al wel. Maar ze willen het mij wel uitleggen: het zelfgetrokken kaartje is een engel op je tocht; het bevat een boodschap die voor mij van persoonlijk belang is. Alles wat je tijdens de wandeling tegenkomt, moet je in het licht daarvan gaan zien.
'Transformatie' kan inderdaad een actueel begrip voor me zijn. We zullen wel zien.
De tocht gaat beginnen. We lopen het pad in naar het bos. Tijdens het eerste stuk kunnen we nog gewoon met elkaar praten. Maar als we op een gegeven moment een pad opgaan dat schuin omhooggaat, omgeven door dennenbomen, vraagt Bas ons deze stil te doorlopen en ons zo bewust te worden van de natuur. En ik moet zeggen dat het inderdaad een wonderlijke ervaring is om zo met z'n allen in stilte door het bos te lopen.

Warmwaterkraan
Bas vertelt ons over een gebruik bij de Indianen. Indianen gingen, als ze een vraag hadden, een aantal dagen in afzondering op pad, om daar in de natuur het antwoord te kunnen vinden. Hij geeft ons vervolgens de opdracht om hier tijdens de wandeling vier voorwerpen te gaan zoeken die betrekking hebben op iets van jezelf. Twee voorwerpen die betrekking hebben op iets positiefs, en twee die betrekking op iets negatiefs. Het zoeken moet intuïtief gaan. Plukken en afbreken is echter niet toegestaan.
Als we weer stoppen, doet iedereen even zijn tas af, want we gaan oefeningen doen. Volgens Bas leven we te veel in ons hoofd; we moeten ons meer bewust worden van ons lichaam.
We draaien rondjes met afwisselend onze linker- en rechtervoet, en vervolgens maken we kniebuigingen. Daarna moeten we ons gaan indenken dat we een boom zijn wiens wortels helemaal tot het middelpunt van de aarde gaan: we moeten ons dat als het ware gaan invoelen. Vervolgens moeten we ons indenken dat ons hoofd gevuld is met warm water; dat, omdat we de kraan in onze keel openzetten, naar onze maag stroomt. We houden het een tijdje vol.
Er wordt aan mij gevraagd hoe ik deze concentratieoefening vond, aangezien ik dit niet gewend ben te doen. Ik weet het niet goed, maar ik voel me in ieder geval wel erg rustig nu.

Kikkervisjes
We komen bij een voederplaats voor dieren. We willen daar even gaan kijken. Misschien als we héél stil zijn, komen we nog wel een dier tegen. Het is een mooie plek, we praten op fluistertoon tegen elkaar. In het midden ligt een ondiepe plas water, eromheen is het moerassig.
We zien echter alleen wat keutels liggen, vermoedelijk van een ree. In het plasje water zien we wel talloze kleine, zwarte kikkervisjes rondzwemmen, waar we een tijdje geïntrigeerd naar blijven kijken.
Even later, onder het lopen, vindt een der deelnemers ook nog een mooie, witte vlinder. We bespreken hem: waar doet hij ons aan denken? De vinder ervan zelf associeert hem met rust, eenvoud en tijd.

Mijnheer Berkenbast en het lichtwezen
We gaan in een kring op de grond zitten. Bas haalt uit zijn tas een papier, en leest een zelfgeschreven verhaal voor, getiteld: Mijnheer Berkenbast.
Het verhaal vertelt de levensgeschiedenis van Mijnheer Berkenbast die tegen zijn zin geplant wordt in een eenzaam veld, naast enkel een chagrijnige spar. Gedurende zijn leven doet hij alleen maar vervelend tegen alles wat bij hem in de buurt komt. Op een nacht krijgt hij bezoek van een mysterieus lichtwezen. Zij is voor hem de aanleiding om zijn leven te veranderen…
We zijn allemaal onder de indruk. Op Bas' website waren al eerder plaatjes en stukjes tekst te zien van verhalen die hij had geschreven of wilde gaan schrijven. Ze gaan over dieren en bomen, wier belevenissen aanleiding waren voor spirituele inzichten. Bas vertelt dat hij graag kinderverhalen wil gaan schrijven over spiritualiteit.
We lopen weer verder. Een eindje verderop wordt het echt klimmen. De route wordt heuvelachtig en bijzonder mooi. We komen de Julianalinde tegen. Deze boom heet zo, omdat hij er al staat sinds het geboortejaar van koningin Juliana: 1909, het staat er ook op. Omdat hij kennelijk erg bijzonder is, is er een hekje omheen geplaatst. We discussiëren over wat dit betekent voor zo'n boom: voelt hij zich niet gevangen daardoor? Hoort deze boom eigenlijk wel op deze plek thuis?
Een deelneemster probeert om door middel van energie-overdracht met de boom te communiceren. Om deze zelf om het antwoord te kunnen vragen. Het contact gaat echter moeilijk.

Het totemdier
We beginnen nu aan een grote, steile klim omhoog, waar we van te voren voor gewaarschuwd worden. Gelukkig gaat alles goed. En dan bereiken we een heerlijke plek op de top van een heuvel, waar we wel weer even willen gaan zitten.
Voor Indianen, zo vertelt Bas weer, hadden de dieren die hun totems waren, vaak een bepaalde betekenis. Bas haalt papier en kleurpotloden uit zijn tas. We krijgen de opdracht om een dier te tekenen waarmee we een bijzondere ervaring hebben.
We zijn een paar minuten bezig en dan bespreken we onze tekeningen. De man die net een vlinder heeft gevonden tekent deze. Karin heeft een bijzondere ervaring gehad met een specht.
En ik teken een grote slak, zoals ik die een paar keer door het raam heb gezien, precies op momenten toen ik me rot voelde. Ik vind slakken ook leuke beesten, terwijl niet iedereen dat lijkt te vinden. Bas bespreekt met ons de mogelijke betekenis van die ervaringen.
Afdalen gaat toch nog altijd maar makkelijker dan opstijgen, dat merken we ook nu weer. We lopen weer en praten wat. Ik krijg bijzondere dingen te horen van de deelnemers over de zaken waar zij zich mee bezig houden.
Als we weer gaan zitten krijgen we het tweede deel van het verhaal van Mijnheer Berkebast te horen. Hij heeft inmiddels heel wat bijgeleerd. Bas vertelt naar aanleiding van dat verhaal dat goed en kwaad niet bestaan, maar slechts een benoeming zijn van jezelf.
Hij keert bij mij weer terug over de slak die ik net heb getekend: de slak zou mij er persoonlijk op kunnen wijzen dat ik ook van mijn minder mooie kanten mag houden. Vandaar dat hij kwam op een moment dat ik me rot voelde.
Pas bij het opstaan krijgen de meeste in de gaten dat we weer op dezelfde plek zijn aangekomen als waar we het eerste deel van het verhaal te horen kregen.

Aandenken
Bij de laatste stop worden de spullen die we hebben verzameld besproken.
Ik ben er niet zo goed in geslaagd als de meeste anderen. De anderen weten bijvoorbeeld uit een steen en een dennenappel een symbolische betekenis te halen over henzelf. Ik heb dan wel een stuk hout dat op een eendenkop lijkt, en een paar afgevallen bloemetjes van de vingerhoedskruid bij me. Maar dat is gewoon omdat ik die dingen mooi vond. Ik denk aan de rondzwemmende kikkervisjes die me aan het denken hebben gezet over hoe zinvol het leven is. Verder denk ik aan de slak die ik bij de opdracht heb getekend; al heb ik die dan hier niet echt gezien. Maar goed, het geeft niet als het niet helemaal is gelukt.

De tocht is voorbij. We lopen het bos uit.
We staan weer bij de auto's en moeten opnieuw in de kring staan. We krijgen allemaal een aandenken mee in een geverfd doosje dat we zelf mogen uitzoeken. Die doosjes hebben Bas en Karin gemaakt. Ik kies een groen geverfde uit. Er zit een mooie steen in en een stuk tekst. Mijn tekst gaat notabene over transformatie, er staat: 'Een kwakende kikker op je pad geeft aan dat je je in een transformatiestadium bevindt. Je doet er goed aan je oren te spitsen voor nieuwe mogelijkheden.' Dat is toch wel erg frappant, hè?

De website www.deonzaligebossen.com bestaat momenteel niet meer. Ik hoop dat Bas van Loon toch is doorgegaan met zijn spirituele bezigheden...
 

Door de ogen van een sjamaan door Iris Savelkouls, Renee Muskens, Loes Hopman

Afbeelding Afbeelding
Door de ogen van een sjamaan
Afbeelding
Toen we op zoek gingen naar de symbolische betekenis van de wolf, het dier waar onze site zijn naam aan te danken heeft, stuitten we op de indianen. De visie van de indianen op wolven (en dieren in het algemeen) sprak ons erg aan. Tussen de boeken over indianen vonden we ook een boek over sjamanisme. We hadden daar allemaal wel eens van gehoord, maar wisten eigenlijk niet precies wat het allemaal inhoudt. We zijn langsgegaan bij Elly Boonzaaijer en Antoon Philipoom. Zij houden zich al jaren bezig met sjamanisme en ze wilden ons er graag wat over vertellen.

De tipi
Als we aangekomen zijn bij het huis van Elly en Antoon, gaan we meteen door naar de tuin, want daar is het weer lekker genoeg voor. De tuin is enorm groot en strekt zich uit tot ergens midden in het weiland. We lopen door naar achteren en onderweg zien we al een tipi staan en een Indiaanse zweethut. Deze laatste dient voor een reinigingsceremonie bij de Indianen. Het is een iglovormige hut met een stapel stenen in het midden. De stenen worden buiten de hut in een vuur verwarmd en in de hut gelegd. Ze geven hun warmte af in de vorm van stoom, doordat er water op de stenen gedruppeld wordt. Door de hitte ga je zweten. Doel van de ceremonie is zowel lichamelijke als geestelijke reiniging. Antoon legt uit dat hij ons graag de zweethut had willen demonstreren, maar dat het nu niet gaat. Het reinigingsritueel duurt namelijk een hele dag en eist voortdurend aandacht.
Achterin de tuin gaan we in een kring op tuinstoelen zitten. Elly biedt koffie, thee en koekjes aan.
Als we de thee op hebben gaan we de tipi in. Hier maakt Antoon een vuur voor ons. Hij legt erbij uit dat het een kunst is om een vuur te maken met weinig rook, en dat de rook ook nog omhoog moet stijgen door het gat in de tipi. Het vuurtje zorgt voor een gezellig sfeertje en wij hebben inderdaad weinig last van de rook. We gaan er in kleermakerszit omheen zitten, op een soort kleine poefjes. De vloer is zacht door de dekens die er liggen. Elly en Antoon gaan tegenover de ingang van de tipi zitten. Ze pakken allebei een platte trom en slaan er op. Zo spelen zij samen een wonderlijk ritme waar we een tijdje verstild naar luisteren.
Elly legt daarna uit dat men met het ritme van de trom in trance kan raken. De trom is dan als het ware je 'paard'. Met de trom kom je ook altijd weer terug. Het is veel veiliger dan een trancesessie met drugs. Daar zitten veel meer risico's aan vast.

Totemdieren
Dieren zijn erg belangrijk voor de indianen. Ze zijn de leveranciers van vlees om te eten, van botten voor wapens en huishoudelijke spulletjes, van huiden voor kleding en voor onderdak, (het doek voor de tipi). Indianen nemen alléén het leven van de dieren die ze nodig hebben. Ze geloven erin dat de dieren het niet erg vinden, omdat ze weten dat ze moeten sterven en daar vrede mee hebben. Elly vertelt erbij dat de indianen moeder aarde bedanken voor wat zij hen biedt door iets terug te geven. Dat iets kan van alles zijn, bijvoorbeeld wat kruiden.
Dieren zijn ook geschikte leermeesters en begeleiders. Ieder dier heeft zijn eigen eigenschappen, zijn eigen krachten en zijn eigen zwakheden. Ze kunnen helpen op ons pad en ons volgen op dat pad. Iedereen heeft zijn eigen totemdier(en). Alle dieren, van groot tot klein komen in aanmerking en het maakt niet uit welk dier het is. Het is bij het vinden van je totemdier niet de bedoeling dat er gezocht wordt naar het 'leukste dier', maar naar het dier dat nauw met je in contact staat.
Aanwijzingen die laten zien wat je totemdier is, zijn er vaak een heleboel. Soms is het voldoende om je alleen maar te realiseren met welk dier je iets speciaals hebt.
In de tipi kreeg ons groepje ook de vraag: wat is je totemdier? Iedereen ging voor zichzelf na wat haar totemdier zou kunnen zijn. Daarna werden de medicijnkaarten (een soort tarot, maar dan met dieren) erbij gehaald om iets meer te weten te komen van deze hulp op het levenspad.

Loes: wolf
Voordat ik naar deze dag ging, ben ik al veel bezig geweest met wolven. Wolven doen me iets. Ik houd bijvoorbeeld niet echt van natuurdocumentaires, maar als ik er eentje met wolven zie, dan stop ik even met zappen. De vraag wat mijn totemdier is, was dan ook niet zo moeilijk te beantwoorden voor mij. In het boekje dat bij de medicijnkaarten zat, stond een heleboel over de wolf. De wolf is een groepsdier, maar is ook erg bezig met zijn eigen individu zijn. De wolf is een leraar. Een opdracht uit het boekje was: ga de natuur in en zonder je eens af. Dit sluit aan bij de Vision Quest. Elly heeft het daar kort even over gehad tijdens ons gesprek in de tuin. Ze vertelde dat ze een groepje heeft begeleid. Ze benadrukte hoe belangrijk het was die mensen te begeleiden. De deelnemers gingen enkel een dag (de indianen gingen meestal weken), maar volgens Elly is dat al heel zwaar. Het is een tijd die je helemaal alleen doorbrengt in de natuur op één en dezelfde plek met alleen een zeiltje en wat water, maar zonder eten. Je mediteert de hele dag.
Ik herken veel van de wolf in mij, maar ik ben er nog niet uit of ik van dit totemdier moet leren of dat het juist mijn totemdier is omdat ik er veel op lijk.
Antoon vertelde dat de wolf erg sociaal is (zoals het boekje ook vermeldde) maar dat hij ook kan uitvallen om zijn territorium en zijn persoonlijke belangen te verdedigen. Ik denk dat ik dat kan leren van de wolf. Ik ben er niet zo goed in om mijn tanden te laten zien en beangstigend te grommen, al zou ik het af en toe best willen.
Antoon en Elly raadden mij aan om meer over de wolf op te zoeken, omdat alles wat de wolf doet en hoe hij leeft, voor mij een leerpunt kan zijn.

Iris: slak
Omdat in de boeken van Elly en Antoon niets over de slak te vinden was, beloofde ik zelf op internet te gaan zoeken.
Via de zoekmachine van google kwam ik op een site waar veel totemdieren op stonden vermeld met in het kort hun betekenis. Hier stond de slak wél tussen, en als betekenis werden de volgende trefwoorden gegeven: inlevingsvermogen, reiniging, loslaten.
In deze woorden kan ik mij echter niet direct vinden. Ik kan geen situaties bedenken waarin ik bijzonder veel inlevingsvermogen heb gehad of met loslaten te maken heb gehad. Of is het juist dat ik die eigenschappen niet heb, maar me daar wel in zou kunnen ontwikkelen en dat de slak me daarvoor waarschuwt?
Eerlijk gezegd verteld ik liever welke gedachtes ik zelf bij de slak heb.
Het bijzondere aan slakken is dat ik het leuke dieren vind, ook al roepen mensen om mij heen 'getsie' als ze een slak zien. Daarbij heb ik tot driemaal toe een paar mooie grote slakken voor het raam gezien, precies op momenten waarop ik me ongelukkig voelde, alsof iemand ze mij gestuurd had. Hun aanblik leek troostend te werken.
Tijdens een andere spirituele bijeenkomst waarbij ik de slak opgaf als mijn mogelijke totemdier, wees de gids mij erop dat de slak ook kan betekenen dat ik van minder mooie dingen mag houden, bijvoorbeeld dat ik mij ongelukkig mag voelen. En dus ook van de dingen waar anderen misschien van walgen.
Tijdens de discussie in de tipi kwamen nog meer dingen over de slak naar voren:
slakken zijn kwetsbare dieren, ze worden snel stukgetrapt. Ook ik heb meer dan eens op een huisjesslak getrapt terwijl ik achteloos door de tuin rende. Sommige vinden mensen het leuk om zout op ze te gooien, benieuwd naar het effect. Ik ben blij dat ik dat nooit gedaan heb.
De slak staat bekend om zijn trage voortgang. Antoon gaf daar een positieve wending aan. De slak is voorzichtig. Hij neemt de tijd om alles zorgvuldig te doen.
Weinig mensen zijn gecharmeerd van slakken, maar als ik nu merk dat er op ze neergekeken wordt, denk ik:
'Gelukkig hebben veel slakken een huisje, waarin ze zich altijd kunnen terugtrekken.'

Het medicijnwiel
Als afsluiting van de dag gaan we kijken bij het medicijnwiel. We komen bij een soort cirkel van stenen aan de andere kant van de tuin. In het midden ligt een grote steen. Dat is 'the spirit' (de geest). Van daaruit lopen twee stenen naar het noorden, twee naar het oosten, twee naar het zuiden en twee naar het westen. De steen van het noorden is wit van kleur, de steen van het oosten geel, de steen van het zuiden rood en de steen van het westen zwart. Deze stenen van de vier windrichtingen vormen, met telkens twee tussenliggende stenen, tezamen de buitenste rand van de cirkel. Bij het medicijnwiel worden vele plechtigheden gehouden. Zoals de geboorteceremonie, de trouwerij en de begrafenisceremonie.
Onze groep krijgt de opdracht om om de cirkel heen te lopen en de steen te zoeken waartoe ieder voor zich zich voelt aangetrokken. We hebben moeite met die opdracht. De meeste van ons blijven rondjes lopen zonder er echt iets bij te voelen.
Elly en Antoon gaan er niet verder op in, want het is tijd om afscheid te nemen van ons dagje sjamanisme. We vonden het erg interessant. Sommigen van ons wisten al heel wat van indianen, maar niemand had het door de ogen van een sjamaan bekeken. Nu weten we er veel meer van, maar het is eigenlijk jammer dat we vooral veel gepraat hebben en nog weinig ervaren. Misschien dat we nog een keer terugkeren met als doel te ervaren.
 

Elf Fantasy Fair 2003 door Loes, Machele, Laura

Afbeelding Afbeelding

Schoolmeesters, brulberen en kokosnoten

Elf Fantasy Fair 2003
Afbeelding
Op 26 en 27 april werd de Elf Fantasy Fair gehouden bij kasteel de Haar in Utrecht. Ook dit jaar waren we weer van de partij. We bleven twee dagen en een (rusteloze) nacht.

Bussentekort
Toen we op station Breukelen aankwamen kregen we de schrik van ons leven. Er stond een enorme rij verklede fantasygangers op de bus te wachten. We hadden de hoop al opgegeven toen we te horen kregen dat er meer bussen ingezet gingen worden. Een half uur later dan gehoopt kwamen we aan bij kasteel de Haar om meteen af te stormen op de kapel. Daar, bij de stand van Religie en Mystiek, konden wij onze 'instructies' ophalen.
Wat we in deze twee dagen het meeste hebben gedaan is natuurlijk lopen. En tijdens dat lopen zijn we een heleboel eigenaardige wezens tegengekomen. We hebben een gesprek gevoerd met twee elfridders. Een vreemde snuiter, met een doodshoofd op zijn staf, keurde ons geen blik waardig. Toen zagen we een type dat ons aan Gandalf (van Lord of the Rings) deed denken. Iemand (Frodo?) wilde contact met hem via zijn mobieltje. Om de telefoon aan zijn oor te kunnen houden, moest het masker dat hij ophad omhoog. Met het mobieltje half onder het masker uit leek het of hij 'uit zijn nek lulde'.
Er was niet veel verschil met de opstelling van de attracties in vergelijking met vorig jaar. Daardoor konden we alles gemakkelijk vinden. Dit wil niet zeggen dat er geen nieuwe dingen waren. Zo was het Elf Fantasy Football nieuw. Maar ook de welbekende dingen als het steekspel en de veldslag blijven leuk om naar te kijken.

Lezingen
We zijn naar de lezingen geweest van Ton van Reen, Robin Hobb en Neil Gaiman. Wat ons opviel was dat iedere schrijver zijn of haar lezing begon met voorlezen uit eigen werk. Zo ook Ton van Reen. Hij had het voornamelijk over zijn nieuwe boek 'Klein Volk'. Daarin staan leuke korte verhaaltjes waar de mens in aanraking komt met de kabouter. Ton van Reen vertelde ons zijn visie op het ontstaan van de kabouters. Hij heeft voor alles een verklaring. Over de puntmuts die kabouters dragen, zegt hij, dat het een normaal hoofddeksel was in de 18e en 19e eeuw en dat er in de winter vaak stro in werd gedaan zodat de muts rechtop ging staan. Kabouters hadden er altijd stro in zitten om groter te lijken.
Robin Hobb mocht de prijs voor het beste naar het Nederlands vertaalde fantasyboek in ontvangst nemen. De prijs was een beeldje van het ELF logo gemaakt door Wendy Froud. (Onder andere de maakster van Yoda uit Star Wars.) Froud kwam het zelf overhandigen. Nadat ze iedereen had bedankt en van de schrik was bekomen begon Robin Hobb met de lezing. Op het programma stond dat het zou gaan over "Creating Characters that Fit the World" , maar ze verraste ons door een stuk uit het boek dat ze nu aan het schrijven is, voor te lezen.
Iemand uit het publiek stelde de vraag of de personages uit haar boeken afgeleid zijn van personen uit haar eigen leven. Ze antwoordde dat dit niet zo was. Wel neemt ze houdingen, manieren en passen van mensen over en verwerkt die in de karakters in het boek. Ook werd er gevraagd hoe het schrijven bij haar in zijn werk ging. Ze kan dagenlang de hele dag aan schrijven besteden. Ze doet dingen tussendoor als even een ommetje maken, maar voor de rest zit ze te tikken achter haar computer.
Neil Gaiman, een in Amerika wonende Engelse schrijver, begon met een stukje voor te lezen uit 'American Gods'. Het boek gaat over de goden die in de afgelopen duizenden jaren met hun aanbidders mee naar Amerika zijn gekomen. Het probleem is alleen dat deze Oude Goden nu vergeten dreigen te raken, er komen nieuwe goden en godinnen van bijvoorbeeld de tv, die rondrijden in snelle auto's.
Hierna beantwoordde Neil vragen uit het publiek. We weten nu dat er een vervolg op 'Neverwhere' komt. Ooit. En dat er iemand op de Fantasy Fair rondliep die tekeningen van krokodillen spaart.

Aangetrokken door muziek
Toen we in de buurt kwamen van rood met wit gestreepte tenten hoorden we muziek waar we niet omheen konden. We probeerden te ontdekken waar die muziek vandaan kwam terwijl we swingden op het ritme. Het bleek uit de muziek en dans tent te komen. Daar aangekomen probeerden we een plaatsje te bemachtigen tussen de vele mensen. De drie mannen die verantwoordelijk waren voor de muziek noemen zichzelf 'Rapalje'. Ze spelen voornamelijk Ierse en Schotse dansmelodieën. Wij moeten toegeven dat stilstaan absoluut niet mogelijk was. Enkele mensen probeerden in de drukte zelfs echt te dansen. De muziek had op ons een bijzondere aantrekkingskracht en het was haast niet mogelijk om er weer bij weg te gaan.
Op zondag om kwart voor twaalf gingen we opnieuw naar de muziek en dans tent maar nu vooral om te kijken naar de dansers van Damsa na nÓg. Deze Ierse dansschool is gevestigd in Den Haag, en door goede resultaten bij wedstrijden ook in Ierland bekend geworden. De naam, Damsa na nÓg, betekent dans van de eeuwige jeugd en die naam past goed bij de jonge dansers en hun mooie, kleurrijke kostuums. Er werd op Ierse volksmuziek en op Lord Of The Ringachtige muziek gedanst. Bij veel dansen hadden de dansers schoenen met ijzertjes aan, zodat bij iedere pas een bepaalde klik te horen was. Die klikjes pasten in het ritme van de muziek zodat het leek of ze bij de muziek hoorden. De passen van de dansers leken erg op elkaar, maar door de verschillende kostuums en door de verschillende figuren die werden gedanst, waren de dansen toch steeds anders. Dat maakte het leuk om naar Damsa na nÓg te kijken.

De natte tent en de brulbeer
Zo rond half acht was het voor ons tijd om richting onze slaaptent te gaan. In het kamp van de standhouders begon ons nachtelijk avontuur. We hadden de oudste tent. Nou is dat geen probleem, maar het was ook een tent met gaten. De hele dag was al zowat in het water gevallen door de vele regen en een deel van dat water bleek in onze tent een aantrekkelijk onderkomen te hebben gevonden. Op het zeil lagen kleine plasjes water. Voor drie leden van onze R&M-groep van acht man was dat genoeg reden om te zeggen dat ze liever in hun auto gingen slapen. De rest ging aan het werk en maakte de tent zo droog als maar kon. We legden onze matjes en slaapzakken er neer en hoopten dat het die nacht niet al te veel meer zou regenen.
Een groot deel van de nacht hebben we doorgebracht bij ons zelfgemaakte kampvuurtje. (Hoewel we enige hulp nodig hadden om het brandend te krijgen.) We hebben daar wat gepraat met andere standhouders. Het ging als vanzelf omdat we iets gezamelijks hadden om over te praten. Contact maken was dus erg gemakkelijk.
Rond half drie 's nachts had iedereen zich in 'de tent des onheils' gewaagd. Van slapen kwam niet veel dankzij onze hoofdredacteur de brulbeer. Maar toen de bomen waren omgezaagd konden we toch nog genieten van een welverdiende (korte) nachtrust.

De schoolmeester
Zondagochtend, toen we in de kapel wakker probeerden te worden, bleek dat Professor Roland Rotherham een lezing ging geven. Rotherham is om precies te zijn professor in de Arthur-mythologie. Daarvoor is hij schoolmeester geweest en als blijk daarvan had hij een zweepje meegenomen. Maar we hoefden ons op deze zondag geen zorgen te maken want hij sloeg niet op zaterdagen. Zijn lezing ging over ridders en dan vooral in de tijd van Arthur. Allereerst moesten we ons indenken wat een ridder nou eigenlijk was. Volgens zijn luisteraars zouden ridders mensen zijn, met een harnas, een zwaard en natuurlijk een paard. Het zouden nobele mensen zijn die de armen helpen en de zwakke beschermen. Oké dat klopt, zei Rotherham, maar niet alle ridders hebben hun taakomschrijving goed gelezen. Nobel zijn ze echt niet allemaal geweest. Hierna liet hij dia's zien over de mode uit die tijd. We zagen onder andere ridders en hun paard gekleed in hetzelfde tafelkleed in alle kleuren van de regenboog en met de meest vreemde motieven alsof ze verkleed zijn voor een carnavalsoptocht. Deze mode heeft het niet lang uitgehouden. Hij vertelde verder nog hoe iemand vroeger tot ridder werd geslagen met een zwaard en om die uitleg kracht bij te zetten viel een luisteraar de eer toe om tot ridder geslagen te worden met Rotherhams zweepje.

Voetballen met een hoofd
We waren onder de indruk van het Elf Fantasy Football. Het is een ruig soort variant op American Football waarbij zelfs de scheidsrechter de spelregels niet kent. Aan twee kanten van het veld staat een grote mand. De bal (een onthoofd hoofd) moet daarin worden gegooid. Een speler mag een andere speler totaal in elkaar meppen (met wapens van rubber) om de bal te pakken te krijgen. Vaak zagen we een hele klont vechtende mensen terwijl er eentje op zijn gemak naar de mand liep en het hoofd erin deponeerde. Dan werd de tegenpartij natuurlijk kwaad en de mand werd met hoofd en al gejat. Bovendien was het erg handig om met het volle gewicht bovenop de mand te gaan liggen zodat het hoofd er niet in kon worden gegooid.
Het publiek moest lachen toen er vlak voor hun neus iemand in elkaar werd geslagen met een rubberbijl. Ook wij vonden het er grappig uitzien. Maar de man die in elkaar was geslagen was beledigd. Toen hij (ongedeerd) opstond zei hij: "Nou, da's ook nie aardig." En eigenlijk had hij wel gelijk.

Monty Python
Waar het steekspel vorig jaar nog spektakel was, was het nu meer gericht op humor. In het eerste kwartier werd er met het zwaard gevochten. Een ridder daagde een andere ridder uit en er ontstond een duel. Na dit kwartier werd er aan het publiek gevraagd of ze paarden wilden zien. Toen het hele publiek met 'ja' antwoordde werden de paarden binnengebracht. Nou ja, paarden! Het waren twee mannen die twee halve kokosnoten tegen elkaar tikten. Een derde man in het midden hield de twee 'paarden' vast bij de kraag zodat ze niet konden ontsnappen. Het was een oplossing omdat er geen paarden mochten worden vervoerd vanwege de vogelpest. Het steekspel werd een soort Monty Python variant met twee ridders te paard die elkaar met een lans bestormden. Het zag er erg humoristisch uit.
Aan het einde werd er nog een grote 'afvalrace' gehouden. Alle ridders deden mee en gingen in het midden staan. Iedereen mocht zelf weten wie hij uitdaagde en zodra de ridder zijn tegenstander had gedood daagde hij iemand anders uit. Zo bleef er één winnaar over. De uiteindelijke winnaar was wel zo nobel om 'sta op, doden' te zeggen zodat alle ridders weer tot leven kwamen.

Arthur versus Mordred
Dit jaar was het thema 'Arthur'. Dat hield in dat de veldslag ging om het gevecht tussen Arthur en Mordred. De strijd was niet helemaal eerlijk verdeeld. De mannen van Arthur hadden bogen, speren en zwaarden, terwijl de mannen van Mordred alleen zwaarden bezaten. Toch bleek Mordred niet in het nadeel te zijn, want hij had zijn moeder Morgan.
Het mooiste van de veldslag vonden we het één op één gevecht dat ontstond tussen een man van Arthur en een man van Mordred. Het was een kruising tussen zwaardvechten, speervechten en worstelen. De twee mannen sprongen op elkaar en sloegen elkaar met als einddoel de ander te doden. De man van Mordred pakte uiteindelijk de speer van de man van Arthur af en stak hem ermee neer.
Het gevecht ging verder en er vielen steeds meer doden. Hoewel er ook doden waren aan Arthurs kant leed Mordred de meeste verliezen. Maar toen Morgan ten tonele kwam, was dat snel verholpen. Ze sprak een toverspreuk en de doden van Mordred kwamen weer tot leven. Uit het publiek klonk wat boegeroep. Ook wij waren het er niet helemaal mee eens dat er vals werd gespeeld.
Wie de verhalen van Arthur kent weet hoe het gevecht afloopt. Arthur en Mordred stappen op elkaar af en steken elkaar neer. Zo eindigde ook deze veldslag. Voordat je als toeschouwer goed en wel had gezien dat ze elkaar hadden neergestoken lag Mordred al dood op de grond. Men probeerde een zwaargewonde Arthur nog mee te nemen, maar na een paar stappen viel ook hij dood neer.

Afscheid
Ook dit jaar was het weer moeilijk om weg te gaan uit de wereld van de fantasy. We stapten in de bus. Nog een laatste blik op de ingang ten afscheid en toen werden we naar station Breukelen teruggebracht. In de trein op weg naar huis troostten we onszelf met de gedachte dat we volgend jaar weer kunnen gaan.
 

EO-Jongerendag 2003 door Loes, Renee, Emmie

Afbeelding Afbeelding

Er brandt een lichtje in mijn hart en dat is Jezus

EO-Jongerendag 2003
Afbeelding
We vertrokken, op die veertiende juni, met gemengde gevoelens en de vraag of we dit spektakel nou echt wel zagen zitten. Maar ook met drie paar handen vol nieuwsgierigheid en een tweede vraag: hoe komt het dat jongeren kilometers ver reizen naar zo'n bijeenkomst en er volledig uit hun dak kunnen gaan. We vinden van onszelf dat we nuchter en sceptisch aan de reis begonnen. Toch deed de Eo-jongerendag en het thema 'Experience God' al iets met ons nog voordat we aankwamen in het Gelredome in Arnhem. Emmie had er met iemand over gesproken en die herinnerde zich een liedje. Onze chauffeur (mét auto, geregeld door Laura) hoort misschien nu nog ons gezang naklinken in zijn oren: Er brandt een lichtje in mijn hart en dat is Jezus.

Aankomst.
Natuurlijk was het file vlakbij het Gelredome. En toen we mensen uit hun auto's zagen stappen, volgden wij dit voorbeeld en liepen het laatste stuk. We zagen allerlei mensen: Nederlanders, Belgen, een groep Chinezen. Op veel auto's stond een speciaal visvormig tekentje dat voor Jezus staat. Iedereen was vrolijk en opgewonden. En het viel ons op dat de naam 'Michael W. Smith' nu al werd genoemd.
We kwamen als pers en dus gingen we eerst onze perskaarten ophalen. Emmie regelde dat met het gemak van een echte professional. Dankzij de goede organisatie ging het allemaal heel snel. De stewards bleken geïnteresseerd in de achterliggende gedachte van Religie en Mystiek en ons geloof. We maakten in ieder geval zoveel indruk dat we steeds werden herkend als we in de buurt van de perskamer kwamen.
Toen we in het stadion kwamen om 10 uur (een beetje te laat door de file en het babbeltje met de stewards), kregen we een heus huwelijksaanzoek te zien, compleet met rode hartjesballonnen. Er werd luid geapplaudisseerd voor de aanstaanden.
De presentator, Bert van Leeuwen, praatte de programmaonderdelen aan elkaar en de Ronduit Praceband zorgde tussendoor voor de nodige liedjes waarop luidkeels meegezongen werd. Er hingen een aantal grote schermen waarop te zien was wat er op het podium gebeurde. De teksten van de liederen werden ook op de schermen afgebeeld en er was zelfs een doventolk die gebaarde wat er werd gezegd en gezongen.

Let it Rain.
Om half 11 trad de Amerikaanse zanger Michael W. Smith op. Dit was voor veel mensen een van de hoogtepunten van de dag en dat was te zien. Michael kreeg een overweldigend applaus toen hij het podium op kwam en iedereen stormde naar voren. Toen was pas goed te zien hoeveel mensen er in het stadion zaten. Het was een zee van mensen. 'I want you to sing for Him,' zei Michael W. Smith tegen zijn publiek en het publiek zong vol overtuiging mee als een volleerd kerkkoor. Het leek wel alsof het ervoor geoefend had, want het klonk echt mooi. Tijdens het nummer Breakdown rende Michael rond met de Nederlandse vlag. Dat zorgde voor een hoop gejuich.
Bij alle liederen zong hij naar God en had hij zijn hoofd opgeheven met zijn ogen dicht. Een deel van het publiek deed dat ook. Zijn ze met z'n allen naar het Gelredome gekomen om hem te zien, doen ze hun ogen dicht! Ook zong en klapte iedereen mee, behalve de pers. Het leek erop alsof wij als pers niet mee mochten doen, ook al was het aanstekelijk. Een vrouw naast ons kon zich niet meer inhouden en verdween. We denken dat ze tussen het publiek is gaan staan om mee te doen. Het liedje dat het meest leek aan te spreken was Let it Rain. Een simpel nummer met twee regels als tekst. Na een aantal keer om regen te hebben gevraagd viel er, heel toepasselijk, een regen van gekleurde glitterconfetti naar beneden. Dit nummer kreeg veel aandacht bij de terugblikken op tv.
Na een keer gecrowdsurft te hebben, verdween Michael W. Smith van het podium en werd het publiek weer rustiger. Wij, op onze beurt, snelden naar de perskamer om te luisteren naar wat hij te vertellen had in de persconferentie. Er kwam vooral in naar voren waarom hij een worshipper (iemand die God wil eren) is geworden. In de kerk heeft hij tijdens een worship God gevoeld en dat gevoel wilde hij de hele wereld laten voelen. Na zijn popconcerten kwam er daarom vaak een verering achteraan. In het begin was hij bang wat anderen van hem zouden denken, maar hij realiseerde zich dat hij niet bang hoefde te zijn voor andere mensen. Hij hoefde alleen maar bang te zijn voor God.
Hij heeft nu twee Worship cd's gemaakt en dit zijn, naar eigen zeggen, de albums die het gemakkelijkst tot stand zijn gekomen. Het is wie hij is. Zijn droom is dat hij een groot worshipleader van jongeren wordt. Hij wil jongeren helpen met het voelen van God.

Geloven, zoeken, komen.
Na de persconferentie gingen we weer terug de zaal in. Wim Grandia was nu aan het woord. Hij had als thema 'tot God komen'. Hij schreeuwde de zaal in. En af en toe kregen we het idee dat hij ons bijna dwong om in God te geloven, God te zoeken en tot God te komen. 'God gelooft in je en wil dat jij in hem gelooft! God zoekt je en wil dat jij hem zoekt! God komt tot je en wil dat jij tot hem komt! Komen tot God is terugkomen bij God, is thuiskomen bij God.'
Verder zei Wim Grandia nog: 'De "x" van "Experience" is het kruis van Jezus. Experience God door Jezus en het kruis. Jezus schreeuwt: "jullie geloven in God, geloof ook in mij!" Daarna moest iedereen die die dag tot God wilde komen en hun leven aan God willen geven naar het podium komen. De ruimte voor het podium stroomde vol. Ook de mensen van de tribunes langs onze perstribune liepen naar beneden om zich bij de anderen te voegen.
Aan het einde van zijn preek werd er gebeden. De mensen in de zaal gingen zitten en toen wisten we dus meteen het nut van al die stoeltjes.

Pauze.
Tussen een collecte en wat liedjes door, had Emmie een lang gesprek met een man achter haar en toen iedereen het stadion verliet om van de pauze te genieten (David van Idols trad op) liet ze zich strikken voor een interview. Was het eigenlijk niet de bedoeling dat wíj zouden interviewen?
Nadat we van de broodjes uit de persruimte hadden genomen (als je een perskaart hebt, moet je er ook gebruik van maken) gingen we even buiten kijken. Er stonden allemaal standjes waar van alles verkocht werd. Het leek wel een braderie. Echt goed hebben we het niet bekeken, want toen we dicht in de buurt kwamen van de plek waar David optrad werden we verjaagd door de enorme hoeveelheid mensen die zich om hem heen hadden geschikt. We besloten om weer terug te keren naar de perstribune en niet veel later stroomde het stadion ook weer vol. Ineens begonnen de mensen spontaan een wave (waar de pers weer niet aan mee deed) die ze pas stopten toen het aftellen voor de tweede helft begon.

I believe in God.
In de middag was het eerste optreden voor Zoëgirl. De drie meiden zorgden voor een grote popact. Wij vonden het niet zo geweldig, maar smaken verschillen. De zaal vond het gelukkig wel erg goed. Natuurlijk hebben we ook in de perskamer naar Zoëgirl geluisterd. Ze vertelden ons dat Zoe het Griekse woord is voor leven. De band is ontstaan door een simpel telefoontje. Een van de meiden vertelde dat ze vlak voor het telefoontje om een teken van God had gevraagd en daardoor was dat telefoontje voor haar ook een teken van God. De meiden kenden elkaar niet, maar nu zijn het echte vriendinnen. De groep is nu drie jaar bij elkaar en het gaat allemaal goed. Ze vinden dat dit komt omdat ze een gezamenlijk doel hebben: het helpen van tieners met hun muziek. Ze bidden voor tieners en zorgen voor ondersteuning met hun muziek.

De bak met water.
Na Zoëgirl kwam de tweede spreker: Willem Ouweneel. Volgens hem is 'Jezus je Heer en de Heilige Geest je Kracht'. Maar heel veel mensen voelen de kracht van de Heilige Geest niet. Volgens Ouweneel komt dat omdat er teveel troep in ons leven zit. Hij had een grote cilinder met water op het podium staan. Er zaten zwarte T-shirts in die stonden voor de troep (zoals wrok, bitterheid en verkeerde contacten). Hij haalde een voor een de zonden uit de bak. Daarna liet hij doormiddel van rood water zien hoe iemand vol kan worden met de Heilige Geest. Iedere emmer die hij in de bak gooide stond voor een manier (zoals het doorbreken van blokkades en er om bidden). Als laatste liet hij zien wanneer de Heilige Geest in je is. De voorbeelden (zoals profeteren en aanbidden) werden ondersteund door scheppen spul dat het water deed bruisen en een rook deed opstijgen.

I wanna be in the Light.
Toen kwam het optreden van Tobymac. Hij zong best wilde nummers (hiphop en rap), waardoor het publiek soms vergat dat er ook nog stoeltjes stonden. De aanwezigen sprongen als kikkers op en neer en dan staan stoeltjes wel eens in de weg. Ook las Tobymac tijdens een nummer een paar stukjes voor uit de bijbel.
Op het eind van zijn optreden, waarin hij that's the way aha aha I like it en we are family met elkaar combineerde, sprong Tobymac in het publiek dat hem vervolgens niet meer los wilde laten. Maar hij kreeg het blijkbaar voor elkaar om het publiek te overtuigen hem toch maar weer op het podium af te zetten. Hij deed het tot drie keer toe. En na het drie keer te hebben overleefd nam hij afscheid en was het laatste optreden afgelopen.
Aan het begin van onze laatste persconferentie liet TobyMac ons meteen weten dat hij zich net een politicus voelde met al die microfoons. Hij was zelfs nog nooit in zo'n groot gebouw geweest. Hij wist niet wat hem te wachten stond, maar het enige dat hij wilde was samen God aanbidden en samen plezier maken. En wij hebben het idee dat hem dat wel gelukt is. Ook wij vonden zijn optreden erg goed.
Hij vertelde nog hoe het kwam dat hij een tweeling heeft geadopteerd. ('Alsof ik er nog niet genoeg had.') Zijn vrouw en hij wilden graag een tweeling. En een aantal dagen later kwamen ze in de kerk iemand tegen die ze niet kenden. Zij wist dat ze een tweeling wilden en vertelden hen over een tweeling die een huis nodig had. Ze zagen het als een teken van God en hebben die tweeling geadopteerd.

Afscheid.
Als afsluiting van de dag werd er gebeden. God werd bedankt voor de goede dag en voor zijn aanwezigheid. Daarna werd er een laatste lied gezongen en kon iedereen de file weer in.
Wij waren een ervaring rijker. We vonden het erg leuk om erbij te zijn, vooral omdat we zoiets nog nooit eerder hadden meegemaakt. Hoewel het thema 'Experience God' was, hebben we niet echt het gevoel dat we een glimp van God ervaren hebben. Of dat wel gebeurd is met de deelnemers in het stadion is ons niet helemaal duidelijk. Maar veel mensen zagen er blij en opgetogen uit. Soms was het best lastig om niet met de hele groep mee te doen. We wilden niet God aanbidden op de manier waarop het aangeboden werd, maar af en toe even 'mee springen' hadden we leuk gevonden. Het was heel vreemd om zoveel mensen bij elkaar te zien die God eerden. Het was alles behalve een kerkdienst, maar dat leek niemand te deren. Misschien dat dat ook goed is. Wij denken dat deze dag jongeren veel meer aanspreekt dan een kerkdienst. God eren wordt zo veel leuker. We vonden het tegen het einde van de dag wel genoeg en wilden graag naar huis. Gelukkig hoefden we niet in de rij te staan om buiten te komen.
Onze chauffeur kwam ons weer oppikken. We hadden niet meer genoeg puf om hem nog lastig te vallen met het lied van de heenweg. Maar er brandt wel een lichtje in ons hart. Het is alleen de vraag of dat Jezus is.
 

Het Transformatiespel door Loes, Renee, Iris, Marjolein Rikmenspoel

Afbeelding Afbeelding
Het TransformatiespelVandaag komen wij, Loes, Renee en Iris, bijeen om het Transformatiespel te spelen. Wat is dat? Ja, dat vroegen wij ons eerst ook af. Maar natuurlijk hebben wij ons voorbereid, en we weten inmiddels dat het Tranformatiespel niet een spel is om te winnen, maar om inzicht te krijgen in een persoonlijke situatie: van een probleem waarmee je worstelt in het leven en waarin je verandering wil aanbrengen, of van stappen die je in je leven wil gaan zetten. Op een speelse wijze: met een speelbord, kaartjes, vragen en opdrachten, moet dat inzicht worden verkregen. Het spel biedt, dat moeten we bedenken, geen kant en klare oplossingen, maar geeft ons de gelegenheid om over het geval na te denken. 'Je hebt het allemaal al in je' is het motto dat onze spelleidster, Marjolein Rikmenspoel, ons geeft. Daarmee geeft ze aan dat je de middelen om het probleem op te lossen al had. Je moet ze alleen zien te ontdekken en te gebruiken. Bemoedigend. Elk persoonlijk probleem is volgens deze benadering dus oplosbaar.

Findhorn Foundation
Vooraf vertelt Marjolein over haarzelf en over het spel. Het Transformatiespel blijkt een product te zijn van de Findhorn Foundation: een spirituele leefgemeenschap in Schotland, waar mensen leven in gemeenschap met elkaar, volgens de voor hen belangrijke waarden, met veel aandacht voor hun persoonlijke groei. Ze willen harmonieus omgaan met de natuur, luisterend naar de natuurgeesten, en ze verbouwen er op ecologische wijze voedsel. Ze doen aan zang, dans, spel en meditatie en ze bieden ook aan buitenstaanders activiteiten om hen te helpen zich spiritueel en psychisch te ontplooien. Het spel is ontwikkeld om mensen die niet in Findhorn wonen de kans te bieden om toch het verrijkende karakter van de gemeenschap te ervaren.
Het spel kan ook 'real life' worden gespeeld, zo vertelt Marjolein, met rolspelers, in een grote ruimte of in de open lucht. Het lijkt ons fantastisch om dat eens te zien. Maar eerst houden we het natuurlijk maar bij de 'bordversie'.

Het spel
Het spel wordt gespeeld met hulp van meditaties, kaartjes met gegevens, vragen en opdrachten.
Het mediteren is ervoor om ons scherp te kunnen concentreren op een begrip en elkaar de kracht te geven om een opdracht uit te voeren.
Het spel begint met het, om de beurt, bespreken van ieders problemen zodat we een duidelijk idee hebben van zowel elkaars, als onze eigen situatie.
We vullen een 'persoonlijke onbewuste-enveloppe' met kaartjes met begrippen die inzichten, belemmeringen en kwaliteiten aanduiden. Voorbeelden hiervan zijn: uithoudingsvermogen, energie, ontspanning, voldoening. Die kaartjes zijn onze nog ongeziene bagage gedurende het spel.
We moeten eerst dobbelen om 'geboren' te worden. Bij iedere geboorte wordt een kaart met een beschermengel uit de persoonlijke onbewuste-enveloppe getrokken. Deze engel vertegenwoordigt een begrip dat voor de nieuwgeboren speler van toepassing is tijdens het spel.
Elk van de spelers beloopt een eigen 'pad' op een speelbord met vakjes. Het aantal ogen van de dobbelsteen brengt de speler vragen en opdrachten, die het inzicht en de kracht om het probleem te verhelpen moeten stimuleren.
Er wordt gespeeld op vier niveaus. Bij onze 'geboorte' in het spel komen we eerst op het fysieke niveau, om daarna achtereenvolgens op het emotionele, het mentale en het spirituele niveau te komen. Elke speler moet tijdens het spel op papier zijn vorderingen voor zichzelf bijhouden.
Bij het bespreken van onze problemen houdt Marjolein ons voor dat wij er in de eerste instantie van uit moeten gaan dat er ook al een hoop goed gaat. Renee heeft bijvoorbeeld een leuke relatie met haar vriend en Iris is lid geworden van een leuke studentenvereniging.

Mening van Loes
Mijn vraag had ik niet zo duidelijk. Ik wilde iets met mijn opleiding. Dat gaat niet altijd zo goed als ik graag zou willen. Maar waar ik het precies over wilde hebben, wist ik niet. Ik vertelde mijn problemen en Marjolein heeft me goed geholpen door vragen te stellen en dingen samen te vatten, waardoor ik uiteindelijk op de vraag 'hoe kan ik me steviger neerzetten in mijn beroep?' uitkwam. Ik vroeg het spel om een oplossing hiervoor. Ik werd als eerste geboren en begon vol goede moed aan mijn levensweg. Bij mijn eerste gooi mocht ik al meteen bewustzijnskaartjes uitdelen. Ik mocht mijn medespelers zegenen met bepaalde eigenschappen. Dat vond ik erg leuk om te doen.
Bovendien vertel ik graag over mezelf aan mensen die ik vertrouw en met wie ik het wil delen. En praten over mijn opleiding hoort daarbij. Het spel bood mij een soort van structuur. Het wees mij een richting op waar ik over kon praten, zodat niet alles los van elkaar door elkaar werd gerateld. En ik kon blijven bij het beginonderwerp.
Het spel kent ook zijn minder leuke kanten. In zijn algemeenheid bedoel ik hier de
belemmeringkaarten mee. Het is niet leuk de dingen die je niet kunt onder ogen te moeten zien. Ik vond het vele mediteren niet prettig. Eén of twee keer vind ik leuk om te doen, maar bij het Transformatiespel moesten we het heel vaak. En na de tiende keer begon het me toch echt te vervelen. Ik was ook blij dat het was afgelopen, want ik kon er niet zoveel mee en na zo'n negen uur intensief spelen, was ik best moe.

Mening van Iris
Ik had als onderwerp 'sociaal inzicht' gekozen. Ik heb namelijk het idee dat het bij mij daaraan ontbreekt. Ik weet niet altijd even goed wat ik wel en niet kan zeggen in verschillende gezelschappen. En ik weet niet altijd even goed wat bij anderen speelt en wat zij van iets vinden. Bijvoorbeeld bij mijn studentenvereniging en dispuut voel ik me daar best onzeker over. Daar ging ik me dan ook in het bijzonder op richten. Fijn was dat er even over mijn jeugd gepraat werd, over wat de invloed daarvan kan zijn op mijn gedrag van nu.
Ik geloof niet zo hard in kaartjes trekken; in ieder geval niet in magische toeval. Ik geloofde niet dat ik steeds écht toevallig de juiste kaart trok voor hetgeen wat voor mij van toepassing is. Ik geloofde eerder dat ik gewoon willekeurig een kaartje trok, dat een boodschap aanreikte, waar ik eens over na kon denken of dat betrekking had op mijn situatie. Toch moest ik de boodschap van de kaartjes wel serieus nemen, want het was de bedoeling dat ik al de kaartjes afwerkte, anders kon ik niet verder in het spel.
Mediteren zag ik ook overdrachtelijk. Ik ben het absoluut niet gewend om te doen. Ik geloofde ook niet dat er waarachtig een engel was die onze harten binnenging of dat er
een begrip om ons heen zweefde. Maar als een teken, een overdenking, kon ik het begrijpen. Ik was al gauw doodop. Ik vond het moeilijk om het over mijn eigen problemen te hebben en dan ook nog naar de anderen te luisteren. En ik vond het erg lastig om bij de algemeen, abstract aangereikte begrippen een concrete situatie te bedenken. Kaartjes reikten goede dingen aan, als: 'ik was briljant, sterk en standvastig in een zeer wankele situatie'; of problemen als 'je wordt belemmerd door je oordelen over jezelf en anderen'. Ik dacht heel diep na: in welk geval in mijn leven was deze stelling van toepassing?
Ik had het idee dat ik zo precies en diep in de problemen dook dat ik in de war raakte. Dingen werden soms zo abstract gebracht, of maakte ik ze zelf nou te moeilijk?
Gelukkig was de sfeer heel gezellig. We hadden pauzes tussendoor: lunchpauze, theepauze en een pauze om foto's te maken, en natuurlijk patat-pauze, waar we ons bijzonder op verheugden. Het was de derde keer in onze penvriendschap dat Loes en ik elkaar in levende lijve zagen. Ook medewolf Renee heb ik weer ontmoet. Ik hoop dat er snel een nieuwe samenkomst van de wolven plaatsvindt.

Mening van Renee
Jarenlang mocht ik niet meedoen als mijn moeder met haar zussen het Transformatiespel ging spelen. Ik vond dat oneerlijk, omdat ik heel goed was in spelletjes en er ook best oud genoeg voor was. Helaas kon ik met mijn argumenten niemand overtuigen. Toen ik door Loes werd uitgenodigd mee te doen aan het spel (met zelfs een heuse begeleidster erbij) greep ik dan ook eindelijk mijn kans.
Op weg naar Loes' huis vroeg ik me af hoe het spel zou verlopen, of ik me wel op mijn gemak zou voelen. We speelden tenslotte met een persoonlijke vraag en ik kende begeleidster Marjolein helemaal niet, en Iris nauwelijks. Na een paar minuten bleek al dat ik me voor niets zorgen had gemaakt, want Iris was inderdaad het lieve meisje dat ik me herinnerde en Marjolein leek wel een bekende (daar kwam bij dat ze ongeveer zo lang was als ik en bovendien dezelfde schoenen aan had, wat zoals iedereen weet uitermate geruststellend werkt…). Loes is een vriendin van mij, voor het geval jullie denken dat ik haar zou vergeten.
Na een kopje kruidenthee en een inleiding van Marjolein op het spel konden we beginnen met spelen. Ter compensatie van mijn te vroege geboorte, 19 jaar geleden, bleef ik nu wel erg lang in 'de bron' hangen en werd ik pas na een paar spelbeurten geboren. Daarvóór had ik van Loes al een aantal bewustzijnskaartjes gekregen waar ik erg vrolijk van werd. Tijdens het spel vielen me natuurlijk dingen op. Zo koos ik bij mijn eerste beurt bij het vakje Vrije Wil voor een inzichtkaart en landde ik mijn overige twee beurten op het vakje Inzicht. De ene engel en de inzichtkaarten in mijn envelopje zijn allemaal tevoorschijn gekomen, de belemmeringen helemaal niet. Dit zonnige en aangenaam kabbelende spelverloop lieten mij zien dat het met mijn spelthema, de relatie met mijn huidige vriend, wel goed zat. Nu wist ik dit al wel. Een voor mij belangrijk nieuw inzicht was dat ik veel dingen in mijn relatie bijna als vanzelfsprekend zie, terwijl ze de moeite van het waarderen zeker waard zijn.
Wanneer ik niet aan de beurt was om vrolijke dingen te ontdekken waren er natuurlijk nog de spelbeurten van Loes en Iris, waarin ook heel veel gebeurde. Ik heb geprobeerd net zo goed naar hen te luisteren en adviezen te geven als zij bij mij hebben gedaan. Na een lange dag van praten, luisteren, mediteren, lachen en niet te vergeten eten bedacht ik me dat ik het spel op mijn tiende inderdaad niet zo had gewaardeerd als ik dat nu heb gedaan.

Afsluiting van de dag
Na het eten van een heerlijk smakend frietje gaan we een laatste keer met z'n allen om de tafel zitten. Het spel verdient een goede afsluiting. Een dag is veel te kort om het spel geheel af te maken. We waren eigenlijk niet verder gekomen dan het emotionele niveau. Maar dat is niet erg. Met onze vraagstelling als uitgangspunt kijken we wat het spel ons heeft geleerd daarover. Daarna maken we om de beurt onze persoonlijk onbewuste-envelop open om te kijken welke kaarten daar nog inzitten. Omdat er weinig tijd is en Iris en Loes een grote lading kaarten over hebben, besluiten we om de kaarten te bekijken die ons het meest aanspreken, vanuit de vraag: kun je jezelf daarin terugvinden? Hierna bespreken we hoe de dag voor ons was. We vertellen ook wat we van de deelname van elkaar vonden. Marjolein neemt alles wat we over haar zeggen op een bandje op. Dan is het tijd om afscheid te nemen. En gaat iedereen naar huis.

Iris, Loes en Renee

Naschrift Marjolein Rikmenspoel
Het Transformatiespel is een diepgaand middel. Het kan je helpen om helderheid te krijgen over persoonlijke thema's, maar het is zeker óók een middel om elkaar beter te leren kennen. Omdat je uiteindelijk, ondanks de begeleiding die dit zo goed mogelijk wil ondersteunen, de vertaalslag moet maken van 'abstracte' kaartjes naar je eigen leven is het inderdaad niet altijd makkelijk om direct betekenis te geven aan het spelverloop. Wat kan helpen is om na een tijdje nog eens de aantekeningen erbij te pakken en vanuit de huidige situatie te bekijken wat er in de tussentijd is gebeurd. Maar het werkt zeker door! Daar ben ik van overtuigd!
Voor mij persoonlijk is het een leerzame en waardevolle ervaring om de Jonge Wolven te leren kennen en zo met hen mee te delen in hun spel en hun leven.


Hieronder volgt nog een link naar de website van de Findhorn Foundation:

www.findhorn.org >>

 

Karen en Suzanne door Iris Savelkouls

Afbeelding Afbeelding

De geschiedenissen van twee kloostervrouwen

Karen en Suzanne
Afbeelding
Twee vrouwen besloten ooit het klooster in te gaan, beiden op jonge leeftijd. Beiden stapten er ook weer uit na enige tijd en beiden schreven er een boek over. Maar daarna houden de overeenkomsten tussen deze twee vrouwen, Karen en Suzanne, waarschijnlijk snel op. Karen trad namelijk in in de jaren '60 in Engeland in een traditionele orde, Suzanne aan het begin van de 21e eeuw in een vrij nieuwe orde in Parijs. De verschillen zijn grandioos: al zullen een paar dingen natuurlijk wel altijd hetzelfde blijven. Een vergelijking tussen deze twee boeken geeft prachtig weer hoe kloosters in de 20e eeuw veranderd zijn en hoe zeer de opvattingen over een monastiek leven kunnen verschillen.

Karen Armstrong is 17, woont in Engeland begin jaren '60 en besluit het klooster in te gaan. Na zeven zware jaren stapt ze eruit, niet alleen vol twijfels, maar ook flink getraumatiseerd. Door de nauwe poort is het boek dat deze jaren beschrijft.
"Lees en huiver, hoor", zei mijn vader, toen hij erachter kwam toen ik het boek wilde lezen. Die waarschuwing kon mijn nieuwsgierigheid echter niet bedwingen. Wát maakte het nou dat zo'n meisje het klooster in wilde en wát had ze dan meegemaakt?
Karen heeft een betrekkelijk zorgeloze jeugd in een katholiek gezin in de jaren '50. Ze zit op een nonnenschool. Het fenomeen 'kloosterling' is haar dan ook niet echt vreemd, maar zo héél veel weet ze er ook niet van. En dat zal blijken. Verschillende ontwikkelingen tijdens haar puberteit doen haar overwegen om de grote stap te nemen. Haar ouders zijn angstig, bezorgd. Ze zijn zelf dan wel ook katholiek, maar hebben hun twijfels over de manier waarop religie beleefd wordt in een klooster. Karen weet het echter zeker. En ze verheugt zich er bijzonder op. "Maar," zegt moeder Katherine, het hoofd van haar school, met wie ze over haar beslissing praat, "het is een blanco check die je ondertekent."
Karen komt er al snel achter wat moeder Katherine bedoelt. Ze heeft echt geen idee waar ze aan begonnen is. Ze valt -en de lezer met haar- van de ene bizarre verbazing in de andere.
'Er ligt helemaal geen zeep in dat kastje', roept een medepostulante uit als Karen en de andere nieuwelingen een rondleiding door het klooster krijgen en de badkamer bezichtigen. Maar Moeder Albert, de postulantenleidster, kijkt zelf en haalt een reep carbolzeep te voorschijn. Deze ruwe zeep, die het meisje voor schoonmaakzeep aanzag, moet voortaan gebruikt worden om je lichaam mee te wassen. Geparfumeerde zeep is immers onnodige luxe.
De kloosterlingen mogen niet met elkaar praten. Zeker in het begin is dit een lastige opgave. Als een medepostulante tijdens de recreatie aan haar vraagt om de schaar te lenen, krijgt ze op haar kop: je vraagt iets niet persoonlijk aan een medezuster, je vraag het aan de overste. "Moeder, ik vraag me af of ik zuster Karen zou kunnen vragen of ik haar schaar mag lenen," zegt het meisje dan. Karen vindt het vreselijk kil en formeel klinken.
Na een jaar postulante te zijn geweest, wordt Karen in een trouwjurk tot het klooster toegelaten: ze is nu 'bruid van Christus'. Hierna is ze twee jaar novice, voordat ze geprofest gaat worden. En de novicentijd, de tijd als leerling-non, wordt nog zwaarder. Opoffering is, net als zelfverloochening, een belangrijk woord in het klooster. Absolute gehoorzaamheid is daarvoor een vereiste. Als de novicen-moeder beveelt dat je de trap moet boenen met een nagelborstel, dan doe je dat. Protesteren en beweren dat dat krankzinnig is, is hoogmoed.
En elke week moeten de meisjes ten overstaan van een groep geprofeste nonnen al hun kleine zonden van de afgelopen week opbiechten. In het halfduister zijn ze aan hun lot overgelaten, alleen met hun schuldgevoel.
Karen krijgt het extra zwaar. Ze houdt erg van leren en is dol op literatuur. Maar lezen wordt als een overbodige luxe beschouwt, zeker voor novicen. In plaats van haar hersens te trainen, wordt ze opgezadeld met klusjes als het boenen van de vloer en nog erger: naaien. 'Handwerk houdt de geest vrij voor God' wordt er gezegd. Maar Karen vindt het vreselijk.
En als Karen rond haar twintigste naar de universiteit van Oxford wordt gestuurd om Engels te studeren (met de bedoeling dat ze straks les kan geven op een van de nonnenscholen die de congregatie rijk is) wordt het juist nóg moeilijker. Natuurlijk is het heerlijk om weer te mogen lezen en studeren, maar de praktijk van de universiteit valt haar zwaar: hoe kan ze nu weer kritisch zijn en debatteren over de lesstof, als het vragen stellen haar jarenlang is afgeleerd? Terwijl de meisjes in de klas druk discussiëren, zit Karen er stilletjes bij.
Karen begint steeds meer twijfels te krijgen, ontwikkelt een eetstoornis en krijgt uiteindelijk een zenuwinzinking. Maar úit het klooster stappen is minstens zo'n ingrijpende beslissing als er ingaan...

Toch stapt Karen eruit en is dan 24. Haar leven is nog lang niet ten einde, en haar spirituele zoektocht evenmin. Ze zal er nog een nieuw boek overschrijven, De Wenteltrap genaamd. Over hoe na 7 jaar kloosterleven weer in de wereld terecht te komen, te studeren, nog veel tegenslag meemaken en tot nieuwe inzichten te komen. En, uiteindelijk, besluiten zelf een studie te gaan doen naar, zoals ze het zelf noemt, de 'geschiedenis van God'. Dat laatste levert haar niet alleen een bestseller op, maar ook een verrassend, nieuw inzicht in religie: verrassend voor haar, maar ook voor mij.

Suzanne van der Schot, auteur van het boek Moeilijk te geloven, is rond de dertig, hoog opgeleid, werkt als lerares Nederlands en heeft een huis in Amsterdam. Maar dat is niet alles.
Op haar twaalfde kreeg ze een bijzondere ervaring toen ze tijdens een vakantie in Barcelona een kerk binnenloopt. Later kreeg ze een vriendje dat katholiek was en ze ging met hem mee naar een kerkdienst. Het raakte haar. De kerk bleek een plek waar je je naast je dagelijkse beslommeringen op iets anders kon richten. De psalmteksten in de Bijbel bleken te gaan over levensvragen die nu nog gesteld worden. In haar boek schrijft ze hierover:
"Het was een openbaring voor me dat het weliswaar over God ging, in mijn verbeelding een soort Sinterklaas die door de EO was uitgevonden, maar dat er geen spoor was van strengheid of betweterigheid. Geen opgeheven, belerende vinger en ook geen zweverig gedoe. Ik vond er geen antwoorden op de bestaansvragen die bij iedereen vroeg of laat naar de oppervlakte komen, maar wel een plek waar ze gesteld mochten worden."
Suzannes zoektocht naar God gaat verder, ook nadat het is uitgegaan met haar vriend. Als ze volwassen is, gaat ze samen met pastoor Bernard Zweers en enkele anderen tweemaal per week een avondgebed te houden in de St. Nicolaaskerk in Amsterdam. Zo wordt ze 'stadsmonnik' en bidt met een aantal mensen samen twee keer per dag in de Papegaaienkerk. En het gaat nog verder: uiteindelijk besluiten Bernard en zij om in te treden in de congregatie Jérusalem in Parijs. Een nog vrij nieuwe orde, die rust en geloof wil brengen, midden in de stad.
Het is Nederland, de millenniumwisseling is al geweest en Suzanne's omgeving heeft veel moeite haar keus te begrijpen. "Het is alsof ik aan een eskimo moet uitleggen wat een aardbei is," zoals ze het zelf uitdrukt. Suzanne verkoopt haar huis en inboedel en met slechts twee koffers neemt ze haar intrek in de congregatie.
Opvallend genoeg bevalt het kloosterleven Suzanne helemaal niet slecht. Die vele uren die ze in de kerk moet zitten, zijn helemaal niet vreselijk: ze zijn prachtig! Ze woont in een gewoon woonhuis, met een eigen kamertje. Er wordt samen gegeten. De dag is ingedeeld in bidden in de kerk, werken en aan contemplatie doen: voor dat laatste zit Suzanne op haar kamer te lezen of dagboeken te schrijven.

Waar zijn de vernederingen, het geselen, de onderwerping, het boenen van de trap met een nagelborstel? Suzanne hoeft zich niet te wassen met carbolzeep en kan gewoon met medezusters praten.
In 1962-65 vond het 2e Vaticaans Concilie plaats, waarbij veel moderniseringen zijn doorgevoerd in het katholieke kerkelijk leven. In Karens klooster was daar nog niet veel van te merken. Zou dat de oorzaak zijn van deze verschillen?
Nou ja, niet alles is anders, hoor! Ook Suzanne moet naast bidden, studie en contemplatie gewoon schoonmaakklusjes in huis doen en koken voor de grote groep vrouwen.
Ook is er binnen het klooster weinig ruimte voor democratie. Dat gaat gewoon niet als je met zoveel mensen samenleeft. Er moet gewoon een strak bewind zijn. Eén scène deed me toch wel een beetje denken aan het straffe schuld belijden dat Karen Armstrong meemaakte. In Suzannes klooster is er 'pardon communautaire'. Eéns per week moeten de zusters in een donker hoekje van het huiskapelletje dat vertellen wat ze deze week niet goed hebben gedaan: dingetjes als 'lampen laten branden' en 'kopjes gebroken'. Maar het woord ´zonde belijden´ is hier niet echt van toepassing. Het is hier vooral bedoeld om het samenleven mogelijk te maken, niet om te proberen elk spoortje eigendunk in jezelf te vernietigen.
Opvallend is ook het verhaal van het biechten, dat is ook nog niet verdwenen. Ook Suzanne gaat op een dag biechten, maar ze hoeft niet in een houten kastje te zitten. Gewoon aan een tafel met een man die naar haar luistert. En eigenlijk doet het haar best goed.
Individualiteit! Dat is waarschijnlijk het opvallendste verschil tussen de beide kloosters. In Karens klooster moesten alle hoofden volgens één strakke lijn dezelfde kant op. In Suzannes klooster lijkt het te gaan over een persoonlijke beleving van geloof.

Waarom is Suzanne er uiteindelijk toch uitgestapt? Ze heeft het zelfs minder lang 'volgehouden' dan Karen: nog geen jaar. Het is moeilijk om haar redenen in een paar woorden samen te vatten. Ze heeft duidelijk ook haar twijfels over de orde, hoe mooi ze veel dingen ook vindt. Bijna hilarisch is haar omschrijving van het 'padvinderskamp' dat het klooster jaarlijks voor jongeren organiseert, die geïnteresseerd zijn in religie en het kloosterleven. Op het kamp worden liedjes gezongen, toneelstukjes gedaan en 'God is liefde' geroepen. Suzanne vindt het jolig en oppervlakkig, helemaal niet haar idee van een contemplatief, nadenkend leven met God. Ze ontvlucht de muziek en dans om op een rustig plekje Johannes van het Kruis te gaan lezen.
Maar ook: het moeilijkste van het non worden voor Suzanne was, mijns inziens, toch de offers. Het is een erg radicale keuze om met álles te breken. Stiekem ontvluchten Bernhard en zij nog altijd op zondagmiddag het klooster om in de stad te wandelen en zelfs een ijsje te pakken. Suzanne denkt dat ze het kloosterleven alleen kan volhouden door dit 'spijbelen' zo nu en dan. Ze is er ook nooit toe gekomen om het habijt van de orde te gaan dragen.
Uiteindelijk neemt ze de beslissing, even ingrijpend als het klooster íngaan, om eruit te stappen. Ze is nu terug in Amsterdam en heeft inmiddels weer een huis en een baan. En bidden doet ze ook nog steeds. Hoewel de gang van zaken in Suzanne's klooster heel anders was dan in die van Karen, gold voor beiden dat het kloosterleven voor hen een mooi ideaal was, wat zij echter niet konden waarmaken. In het klooster gaan betekent in beide gevallen, ook al gaat Suzanne's klooster daar minder rigide mee om dan Karens, nog steeds 'kiezen voor God'.

En verder? De tijd zal het leren. Karen is inmiddels een beroemd theologe met een aardig oeuvre, waaronder de bestseller Een geschiedenis van God. Ik ben benieuwd of we ook van Suzanne, nog meer kunnen verwachten!

Door de nauwe poort
Karen Armstrong
Anthos, 1981
ISBN 9789041409867

Moeilijk te geloven
Suzanne van der Schot
Nieuw Amsterdam, 2006
ISBN 90 468 0051 2
 

Luisteren in aandacht door Elise Kleuskens

Afbeelding Afbeelding

Een lezing van monnik Thich Nhat Hanh

Luisteren in aandacht
Afbeelding
Op 29 april kwam boeddhistische monnik Thich Nhat Hanh na precies drie jaar weer naar Nederland voor een lezing. De lezing werd gehouden in het World Forum Convention Center in Den Haag en was geheel uitverkocht. Thich Nhat Hanh is een Vietnamese Zenboeddhist, die vanwege zijn onpartijdige opvattingen uit Vietnam werd verbannen. Nu is hij wereldwijd bekend als schrijver van boeken en oprichter van het spirituele centrum 'Plum Village' in Frankrijk. Zijn belangrijkste levensopvatting is dat men alles in het leven met aandacht moet doen.

Bij binnenkomst in het WFCC stond ik al vrijwel direct oog in oog met enkele leden van de Sangha (boeddhistische leefgemeenschap), die kaarten, foto's, kalligrafie en nog veel meer verkochten. Het geld dat zij hiervoor kregen ging naar hongerige kinderen in Vietnam, het land waar Thich Nhat Hanh oorspronkelijk vandaan komt.

Aandacht
Thich Nhat Hanh werd geboren in 1926 in een dorp in het midden van Vietnam. Toen hij 16 jaar oud was, werd hij monnik bij de Tu Hieu Pagode vlakbij Hue. De kloostergemeente behoorde tot de Lam Te sekte van het Vietnamese boeddhisme, wat een soort Zenboeddhisme beoefent. Naast de normale Zentraining leerde hij gathas (zie onder) uit zijn hoofd en specialiseerde hij zich in loopmeditatie, een vorm van meditatie waarbij wordt gelet op de ademhaling en het aantal stappen tijdens het in- en uitademen.
In mei 1966, tijdens de Vietnamoorlog, ging Thich Nhat Hanh naar Amerika om toespraken te geven, waarin de mening van de niet-communist en niet-anticommunist bekend werd gemaakt. Een maand later werd hij verbannen uit Vietnam. Doordat hij onpartijdig bleef, was hij een vijand voor beide partijen geworden.
In Frankrijk richtte hij in 1977 de gemeenschap Sweet Potatoes op ter heling van de wonden van degenen die uit Vietnam waren gezet of gevlucht. Van 1975 tot 1982 schreef Thich Nhat Hanh ook de meeste van zijn boeken, die vertaald werden in vele talen. Omdat steeds meer mensen op Sweet Potatoes afkwamen, werd in 1982 Plum Village nabij Bordeaux opgericht: een centrum voor iedereen die zich terug wil trekken uit de drukke wereld. Het motto van Plum Village is: Mindfulness is the key. (In Nederland zegt men: 'leven in aandacht'). Voor Thich Nhat Hanh is aandacht het belangrijkste wat een mens kan doen.
Vanaf 1982 speelt Thich Nhat Hanh ook weer een publieke rol. Hij bezoekt de gemeenschappen over de hele wereld die in navolging van hem zijn opgericht. Daar geeft hij dan workshops en lezingen. Ook de lezing van 29 april maakte daar deel van uit.

Liederen en meditatie
Ongeveer een half uur voor de lezing kwamen twee leden van de Sangha het podium op om met het publiek te zingen. Het publiek werd terplekke twee liedjes geleerd. Na de liedjes was er nog een geleide meditatie van ongeveer tien minuten. Zowel de meditatie als de liedjes moesten ervoor zorgen dat het publiek in aandacht zou luisteren, wat volgens Thich Nhat Hanh zo belangrijk is.
Stipt om 7 uur kwam Thich Nhat Hanh zelf het podium op. Hij nam plaats op een kleine verhoging in het midden van het podium. De overige leden van de Sangha namen aan weerszijden van hem plaats. Rechts van hem bevonden zich de vrouwen. Aan zijn linkerkant bevonden zich de mannen. Iedereen droeg een bruin gewaad. Enkele vrouwen die hun hoofd niet kaal hadden geschoren, droegen daarbij nog een bruine doek over het hoofd.
Voordat Thich Nhat Hanh zelf aan het woord kwam, werden er nog twee liederen gezongen door de leden van de Sangha. Er werd hierbij gebruik gemaakt van meerdere talen, omdat de vorm van boeddhisme van Thich Nhat Hanh wereldwijd verspreid is. Thich Nhat Hanh zelf sloeg zo nu en dan op een klankschaal, terwijl hij mediteerde.
Na een korte stilte begon Thich Nhat Hanh dan eindelijk te spreken. Hij had een zachte, oude en breekbare stem, maar straalde enorm veel kracht uit. Hij vertelde het publiek over zichzelf en zijn vorm van boeddhisme.

Gathas
Als leerling-monnik kreeg Thich Nhat Hanh de opdracht om gathas (korte verzen om iemand te focussen op zijn bezigheid) uit zijn hoofd te leren. Die gathas gebruikt hij nu nog steeds. Wel met hier en daar enkele aanpassingen. Met een humoristische inslag gaf hij daarvan een voorbeeld: vroeger was er een gatha om op te zeggen wanneer men water ging halen. Tegenwoordig komt het water uit de kraan en moest de gatha dus aangepast worden. Hele nieuwe gathas moesten ontwikkeld worden voor bijvoorbeeld het poetsen van de tanden. Met een knipoog voegde hij daaraan toe dat dat natuurlijk alleen nodig was voor degenen die nog tanden hadden!
De gathas worden gebruikt om met volledige aandacht alle handelingen te kunnen doen. Dat is waar Thich Nhat Hanh voor staat: leven in aandacht. Zelfs lopen kun je aandachtig doen. Ook daarvoor ontwikkelde hij gathas, die hij ons een aantal bij bracht. Naast de aandacht staat het medeleven centraal. Een belangrijk figuur uit het boeddhisme is Avalokitesvara. Deze boddhisattva staat bekend om zijn medeleven met de mens. Een boddhisattva is een wezen dat zelf verlicht is, maar op de wereld blijft om mensen te helpen op hun weg naar Verlichting.

Alles één voor één doen
Aan het eind van zijn lezing, die ongeveer anderhalf uur duurde, werden er nog enkele minuten besteed aan vragen van mensen in het publiek. Hierna vertrok Thich Nhat Hanh weer. Een vrouw van de Sangha zong nog een laatste lied voor het publiek. Nadat zij uitgezongen was, vroeg zij het publiek nog om bijdragen voor zowel Plum Village als het eerder genoemde goede doel.
Moe, maar geheel aandachtig, ging ik weer op weg naar huis. Ik kocht nog een mooi boekje over loopmeditatie van Thich Nhat Hanh, genaamd 'Wandelen in vreugde'.
Behalve boeken waren er ook cd's en dvd's te koop.
Ondanks dat de planning niet perfect was -op 29 april is het 's avonds Koninginnenach in Den Haag- was het een geslaagde avond met nieuwe inzichten. Het was voor mij heel speciaal om deze persoon in levende lijve te zien. Het herinnerde mij er weer aan dat het beter is alles aandachtig en één voor één te doen dan van alles tegelijk. De terugreis met de trein verliep dan ook heel rustig, ondanks de eeuwige vertraging!
 

Spiritueel je bed uit op de Wintervuurplaats door Iris Savelkouls

Afbeelding Afbeelding
Spiritueel je bed uit op de WintervuurplaatsFoto's: website De WinterVuurplaatsWinterVuurplaats is jaarlijks terugkerend, spiritueel evenement dat wordt gehouden tijdens de '13 Heilige Nachten' (de dertien nachten tussen Kerstavond en Driekoningen). Op een sfeervolle, winterse plek kunnen mensen van verschillende gezindten bij elkaar komen en verdieping zoeken. Volgens de website is het 'Een plek om elkaar tegen te komen, een plek voor spiritualiteit, creativiteit en het goede gesprek. Waar we denken, reflecteren en doen met elkaar willen verbinden.' Het vindt plaats buiten op het landgoed 'De Reehorst' in Driebergen. Ik ging er een kijkje nemen op 28 december.

Als ik het donkere bospad van De Reehorst oprijd, kan ik amper geloven dat hier een evenement plaatsvindt. Het is doodstil. Per ongeluk kom ik op een terrein terecht dat meer op de tuin van een woonhuis lijkt; ik snel er vanaf. Ik besluit linksaf nog wat verder door te fietsen. Weer zie ik niets. Als ik dan weer een pad naar rechts ga, zie ik een veld met een hoop lichtjes. Zou dat het zijn? Ik rijd erheen en hoewel ik nog steeds geen drukte waarneem, zie ik wel twee mensen aankomen en verderop een houtvuur. 'Goedenavond,' zeg ik. 'Goedenavond,' zeggen de twee mannen, 'je moet bij de grootste tent zijn.' En ze wijzen. Nou, dat is handig. En mijn fiets mag ik bij het kampvuur parkeren.

Op het terrein staan yurts (Mongoolse ronde tenten) en de eerste is meteen de grootste. Buiten vriest het, maar binnen in de grote yurt is het lekker warm, dankzij 1 houtkachel. Mensen zitten eromheen op een kring van houten banken. Er wordt koffie, thee en gluhwein geserveerd.

Dromen met open ogen
Een man vraagt het gezelschap op een gegeven moment om aandacht. Hij zal de avond inleiden. Het programma voor vanavond stond nog niet vast, maar wordt nu bekend gemaakt. Er zullen twee workshops worden gegeven: een daarvan staat in het teken van de Nieuwe Maan en de andere heet 'Soul Body Integration'. Na afloop zal er nog een gemeenschappelijk gesprek zijn.
Deze activiteiten sluiten enigszins aan bij de vorige avond, toen er een debat werd georganiseerd samen met de jongerenafdeling van de Antroposofische Vereniging, met als thema 'dromen met open ogen' oftewel 'hoe sta jij met jouw ideaal in de wereld? Wat kom je tegen?' Toen waren er wel 92 jongeren op komen dagen! En ze pasten allemaal in de grote yurt!

Ik praat hierna met twee van de organisatoren. Zij doen dit werk vrijwillig en verblijven deze twee weken ook op het terrein. Ze slapen dan in een paar van de kleine yurts. De bedoeling van de WinterVuurplaats is volgens hen het bijeenbrengen van mensen. In de gesprekken die hier worden gevoerd, worden de verschillende visies op spiritualiteit zichtbaar. Soms botst het. Je zou de WinterVuurplaats kunnen zien als een herberg voor de moderne pelgrim: hier kan men uitrusten van zijn spirituele zoektocht en samenkomen met andere pelgrims.

Het labyrint en de nieuwe maan
Ik besluit mee te doen met het Nieuwe Maan-ritueel. In een van de kleinere yurts ga ik met ongeveer tien anderen op de grond zitten, terwijl de vrouw die de workshop leidt tegenover de ingang plaatsneemt in kleermakerszit. We doen een meditatie/visualisatie die zij opzegt. Kortweg komt het erop neer dat we in gedachte heel diep de aarde ingaan en van daaruit iets meenemen (wat, dat verschilt per persoon) dat we straks in de aarde kunnen planten.
We lopen hierna de tent uit en gaan op het terrein het 'labyrint' in. Dit labyrint is een cirkelvormig, naar binnen kronkelend pad dat op de grond is weergegeven met walletjes aarde. Hier moeten we doorheen lopen en in het midden kunnen we het geschenk uit ons diepste innerlijk planten. Vervolgens lopen we weer naar buiten: dit ritueel symboliseert transformatie, via het intreden naar en uittreden uit ons innerlijk.

Waar kom jij spiritueel gezien je bed voor uit?
Sommige blijven daarna nog bij het kampvuurtje staan. Maar ik ga lekker weer naar binnen in de grote tent. Al opwarmend met een glas huisgemaakte gluhwein zoek ik de begeleidster van het maanritueel op en vraag haar waarom zij zo'n ritueel houdt. Ze blijkt een astrologieopleiding gevolgd te hebben en ze voelt zich aangetrokken tot het sjamanisme. Het moment van de nieuwe maan ziet zij als het moment van geboorte, net als Kerstmis, waarop we de terugkeer van het licht vieren. In de weken erna kan men groeien, oogsten en weer loslaten. In het ritueel dat we net gedaan hebben dook je naar binnen naar je eigen innerlijk: uit je eigen kern kan je dan iets laten groeien.

Korte tijd later begint een groepsgesprek over de vraag 'Waar kom jij spiritueel gezien je bed voor uit?'. 'De zonsopgang is voor mij al een spirituele ervaring,' is een van de eerste reacties hierop. Ook anderen komen met mooie ervaringen rond 's ochtends opstaan.
Schalen met koekjes en chips gaan ondertussen rond. Je merkt wel hoe gevarieerd het gezelschap is in opvattingen. De vraag 'waar kom jij spiritueel gezien je bed voor uit?' loopt al snel uit de op de vraag 'hoe beleef jij spiritualiteit in je leven?', omdat alleen daar al iedereen andere ideeen over heeft. 'Voor mij gaat spiritualiteit over bewustwording, daar kom ik mijn bed voor uit. Het is ook een vrijheid van binnen'. Voor sommigen is iets doen voor een ander spiritueel; anderen hebben het over liefde voor jezelf: 'het gevoel van samenzijn terwijl je alleen bent'. Soms, oppert hierna iemand, heb je wel eens het gevoel dat je dagelijkse ik en je spirituele ik ver uit elkaar liggen. Misschien word je wel gelukkig als je die twee met elkaar verbindt.
Het gaat door tot de organisatie ingrijpt en meedeelt dat het erop zit -voor vanavond. Er zullen echter nog 9 Heilige Nachten volgen!

Meer weten over voorbije en toekomstige WinterVuurplaatsen? www.wintervuurplaats.nl

Spiritueel je bed uit op de WintervuurplaatsSpiritueel je bed uit op de Wintervuurplaats
Afbeelding
Geen van de betrokken partijen kan op wat voor wijze dan ook aansprakelijk gesteld worden voor de inhoud van deze website.© Copyright 2006 - 2010 De Nieuwsbron / Vipers
Het NieuwsDe BronContactDe PelgrimJonge Wolven
 Welkom
 Artikelen
 · Interviews 
 · Columns 
 · Verslagen 
 Boekrecensies
 Filmrecensies
 Creaties
 Links
 Contact
 Gallery
 Gastenboek
 Hyve
Gedichten van Joke Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding