1. Thee met Robin Hobb door Iris Savelkouls en co. |
||
Ons interview met fantasy-schrijfster Robin Hobb/Megan Lindholm | ||
Robin Hobb op de Elf Fantasy Fair 2008.Foto's: www.midfan.nlDe Amerikaanse Megan Lindholm begon met het publiceren van verhalen sinds 1971. Lindholms bekendste serie, De Windzangers (1983), wordt momenteel in Nederland uitgebracht. Begin jaren '90 besloot ze overnieuw te beginnen en begon vuistdikke fantasy-series te schrijven onder het pseudoniem Robin Hobb. Hiermee brak ze internationaal door en werd een van de bekendste fantasy-auteurs van dit moment. Zojuist is het laatste deel van De boeken van de zoon van de krijger verschenen. In 2008 was ze voor de tweede keer eregast op de Elf Fantasy Fair. Jonge Wolven sprak een dag later met haar. Als we aankomen, ruim op tijd, in het hotel in Amsterdam waar het interview zal plaatsvinden, vragen we aan de receptie of de mevrouw van Luitingh-Fantasy, die het interview geregeld heeft, er al is. Zij is er niet, maar we kunnen in de lounge wachten. Terwijl we zitten en vast de spullen uitpakken die we nodig hebben, komt er ineens een vrouw de hal binnen met halflang haar en een bril, die ik onmiddellijk van de internetfoto's herken. En zíj moet de boeken herkend hebben die we op de salontafel hebben uitgespreid, want ze gaat onmiddellijk naar ons toe. Verward door de veranderde situatie, schud ik, al stotterend in het Engels, haar de hand. Ze stelt voor om meteen te beginnen, in de lounge. Als ze het kladblok ziet, waar mijn collega op begint te schrijven, vertelt ze dat ze ook nog graag met de hand schrijft. Als mijn collega vervolgens vraagt of ze ook schrijft nu ze op reis is, is het antwoord nee: 'too much to see'. Gisteren en eergisteren was ze op de Elf Fantasy Fair. We vragen haar of het raar vond om al die mensen verkleed te zien. 'It was wonderful,' antwoordt ze. Dan arriveert de mevrouw van de uitgeverij. We kunnen haar, volgens haar, beter nu volgen naar een kantoortje achterin het hotel, waar het rustiger is. Er wordt gevraagd wat we willen drinken. We willen alledrie thee. Op haar achttiende had Megan Lindholm al haar eerste verhaal gepubliceerd. "Toen dacht ik 'nu kan ik het!'" Maar natuurlijk was dat niet zo. Publiceren, erkent ze, is niet makkelijk, zelfs als je al een gevestigde naam bent. "Het gebeurt nog steeds dat een verhaal van mij wordt afgewezen." Daar kijken wij wel van op, maar zo is het: soms schrijft ze een verhaal dat de uitgever even niet kan gebruiken. Ze heeft met afwijzingen leren omgaan. "Het is niet persoonlijk," legt ze uit. Dat is ook haar advies aan beginnende schrijvers: laat je niet ontmoedigen door afwijzingen, het is niet dat ze jou niet mogen, ze kunnen je verhaal niet gebruiken. En doe ook je voordeel met de kritiek die je krijgt bij een afwijzing. Kijk naar het verhaal. De naam 'Hobb' doet denken aan 'hobbit'. Op internet las ik een recensie van een van haar boeken, waarin zwart op wit stond te lezen dat Robin Hobb met haar pseudoniem wilde aantonen dat zij Tolkien trachtte na te volgen. Maar dat blijkt bij navraag niet helemaal te kloppen. "Als ik zo kon schrijven als Tolkien, zou ik erg in mijn nopjes zijn met mezelf", lacht ze. Het ontstaan van de naam ging ongeveer zo: toen ze een pseudoniem zocht, keek ze in de boekhandel op de fantasy-afdeling. Ze zag bij de letter 'H' namen staan als 'Robert Heinlein' en 'Frank Herbert'. Ze besloot een naam met een H te kiezen, want dan zou ze in de winkel in goed gezelschap verkeren. 'Hobb' doet denken aan 'goblin', maar is ook het begin van 'hobbit'. "Allemaal goede dingen om samen te voegen." Ze noemt het een geval van 'happy coincidence'. Balans Het is mijn collega opgevallen dat er vaak sprake is van een 'balans' in haar boeken: als de held iets overwint, verliest hij ook altijd wat. "Ik denk dat je het een vleugje realiteit kunt noemen dat alles een prijs heeft," zegt ze hierop. "Het is hetzelfde als wanneer je een goede voetballer bent, of een toegewijde bioloog in onze wereld, dan zitten er ook kosten aan, dat je bijvoorbeeld vaak lange tijd weg bent van je familie. Ik probeer realiteit in mijn boeken te behouden, zodat de lezer zich met de held kan identificeren." Dat is ook echt haar uitgangspunt bij het schrijven, het realistisch houden. "Als je fantasy schrijft, moet er een doorgang zijn waardoor je lezer jouw wereld binnenkomt. Hoe meer dingen er hetzelfde zijn als in deze wereld, hoe makkelijker het is voor de lezer om er door te komen." Daarom probeert ze ervoor te zorgen dat een paard in de fantasiewereld net zo'n grote afstand per dag kan afleggen als in de echte wereld. Door dergelijk realisme wordt het verhaal waarschijnlijk, en daarom spannender. Ik vraag haar of ze misschien ook zelf in zekere zin in de dingen gelooft waar je in fantasy-boeken over leest, zoals magie en mythologische wezens. "In elke legende moet een kern van waarheid zitten," antwoordt Lindholm. "Ze vonden ooit een fossiel van een vliegend reptiel, die zijn ribbenkast kon uitdijen." Zou er een verband zijn tussen dit wezen en het beeld van vuurspuwende draken? In de tussentijd wordt de thee geserveerd, op een zilverkleurig dienblad, met werkelijk alles erop en eraan. Ik zie Megan Lindholm melk in haar thee doen. "Ja, mijn moeder was Engels," verklaart ze. Doet Megan Lindholm ook onderzoek naar filosofie, mythologie en religie? Ikzelf vind daar een hoop van terug in haar boeken. Zo aanbidt een volk in de De Windzangers de harpijen alsof het goden zijn en in Robin Hobbs nieuwste serie, De boeken van de zoon van de krijger, komt een primitief volk voor dat boomgoden vereert; tot minachting van een beschaafder volk dat in een goede God gelooft. "Helemaal waar," zegt Lindholm, "onderzoek is erg belangrijk om de fantasiewereld te verbinden met de echte wereld. Tegelijkertijd voel ik me er niet aan vastzitten. Ik kan over een religie lezen en denken 'o, dit heeft leuke elementen die ik kan lenen', maar ik kan de religie ook veranderen, omdat het een fantasy-wereld is." Ze legt het belang van onderzoek als volgt uit: "Als je weet wat de regels zijn, weet je ook hoe je ze moet breken." Meer vragen dan antwoorden Hebben haar verhalen ook een boodschap? Bedoelt ze er iets mee te zeggen? "In de eerste instantie wil ik gewoon een verhaal vertellen." Ze vervolgt: "Ik hou niet van een boek dat me vertelt hoe ik moet leven, wat ik moet denken. Ik hou van boeken waar in de achtergrond een filosofie te bespeuren valt." In haar boeken bespeur je vaak meer vragen dan antwoorden. "Goede vragen om over na te denken, zoals 'wanneer wordt jouw behoefte belangrijker dan je plicht jegens anderen.'" Als vanzelf komt het gesprek nu op Robert Jordan. Ja, ze betreurt zijn dood. Maar ze heeft veel vertrouwen in de auteur die zijn Wheel of Time-serie gaat afmaken. "Ik ben erg onder de indruk van zijn eigen werk en ik hoop dat hij zijn eigen stijl niet gaat opgeven." Ik vertel Lindholm wat Tad Williams tegen mij zei toen ik hem interviewde, namelijk dat je om fantasy te schrijven, niet alleen fantasy moet lezen, maar ook andere genres. Zij is het daarmee eens. "Ik probeer meerdere soorten verhalen te lezen naast fantasy, om te zien hoe andere mensen hun verhalen vertellen. Toen ik nog op school zat, wilde ik altijd wegrennen en mijn romans en verhalenboeken lezen. Nu ik ouder ben, vind ik juist dat geschiedenis- en wetenschapsboeken even fascinerend zijn als een verhaal. Ik lees wetenschapstijdschriften om op de hoogte te blijven van wat er gebeurt in de wereld." Ze kijkt vooral Discovery Channel als ze tv kijkt. Het boek wat ze momenteel leest, klinkt als fantasy: Practical Magic. In het vliegtuig las ze een horrorverhaal. Ze houdt ook van mysteries en detectiveverhalen. In het fantasy-genre houdt ze vooral van George R.R. Martin, Frank Herbert, Fritz Leiberth, Jack Vance en David Eddings. Jim Henson We vragen haar of ze ook achtergrondmuziek draait bij het schrijven en inderdaad, het blijkt zelfs hard nodig. "Mijn huis is erg lawaaiig," verklaart ze. Haar kleinkinderen komen veel over de vloer en haar dochter van vijftien heeft ook haar muziek en haar vrienden. Ze houdt van allerlei soorten muziek. In haar kast staat veel van Sting en The Police, maar ook van Ennya en van Melissa Etheridge. Ze houdt van de teksten trouwens net zo veel als van de muziek zelf. Ze houdt van liederen die een verhaal vertellen. "Ze leren mij dingen over hoe ik een verhaal moet vertellen." Op de vraag of ze nog meer hobby's heeft naast schrijven (en zeilen), antwoord ze dat ze van tuinieren houdt. Op reis koopt ze vaak planten die ze in de VS niet kan krijgen. We raden haar aan om naar de Keukenhof te gaan, de volgende keer als ze in Nederland is. En oja, ze houdt van kikkerbeeldjes, haar hele huis staat er vol mee. "Ik houd ook van Kermit de Kikker," antwoord ze. Ze is gek op alles van Jim Henson: de Muppets, de oude Sesamstraat, de film Labyrinth. En ze houdt van Japanse animatiefilms zoals Spirited Away en Howls Moving Castle. Ze is minder te spreken over Disney-films, die vaak niet meer lijken op de verhalen waarop ze zijn gebaseerd. "Het is zo jammer altijd als mensen beweren Junglebook te kennen, maar alleen de Disneyfilm hebben gezien." Het lijkt al bijna niet meer op een interview, meer op gezellig kletsen over boeken, films en muziek, mét een kopje thee erbij. Ze merkt ook nog op dat er in Nederland veel geschreven wordt dat in de VS nooit zal verschijnen. Op de Fair zat ze naast Thomas Olde Heuvelt. Ze bladerde in zijn boek, maar kon het niet lezen. "Het voelt als ongeletterdheid." Het is alweer tijd. Ik heb misschien niet altijd de antwoorden gekregen op de vragen die ik had opgesteld, maar wel veel andere informatie ervoor terug gekregen. Zo snel mogelijk pakken we de spullen weer bij elkaar, om de volgende gelukkige de kans te geven, en we schuiven Lindholm onze boeken toe. "Uw arm zal nog wel moe zijn van gisteren," zeg ik nog verontschuldigend. Maar nee, ze vindt het ontzettend leuk om te signeren. "Thanks for the interesting interview questions," schrijft ze in mijn boek. | ||
![]() | ||
2. Fantasy volgens Tad Williams door Iris Savelkouls & Daniel Valkenhoff |
||
Lees over de echte wereld om goede fantasy te kunnen schrijven! | ||
Tad Williams geeft een lezing tijdens de Elf Fantasy Fair 2006.Foto: www.midfan.nlThis is the Dutch version of the interview with Tad Williams. Below you can find a English version Het is een zondagochtend in april. Met kriebels in onze buik lopen we om even voor tienen het terrein op van de Elf Fantasy Fair. Niet omdat we het zo spannend vinden om op de Fair te zijn, al is dat natuurlijk ook erg leuk, maar omdat we het voorrecht hebben om Tad Williams te mogen interviewen. De fantasyschrijver, die in Nederland is ter gelegenheid van zijn 20-jarige jubileum en om zijn onlangs verschenen nieuwe boek Schaduwgrens (oorspr. titel: Shadowmarch) te promoten, is eregast op dit evenement. Ja, het leven is mooi als journalist: gratis entree voor de Fair én een uur het hemd van het lijf mogen vragen van een creatief intellectueel als Tad Williams… Veel beter dan dit wordt het niet! We lopen de VIP ruimte in …..het is zo ver! We worden voorgesteld aan Tad Williams en we schuiven met hem aan een tafeltje aan: het vragen(v)uurtje kan beginnen… Iris: Dit is het eerste deel van Shadowmarch. Ben je nu deel twee aan het schrijven? Tad: Ik ben al bijna klaar. Ik ben bezig met de herschrijving van het boek. Vóór de winter zal het niet gepubliceerd worden. Daarna zal ik met het derde deel beginnen, maar ik ben ook nog met een aantal andere projecten bezig. Ik heb een collectie korte verhalen die binnenkort zullen verschijnen en ik werk aan een ander soort kort verhaal, voorzien van illustraties, dat gebaseerd is op De Ring van Nibelungen van Richard Wagner. En ook nog schrijf ik nu twee fictieboeken voor jongvolwassenen samen met mijn vrouw. Die zijn bijna klaar. Iris: Wel leuk om te horen dat deel twee bijna af is. Tad: Ja. En ik ben zeer tevreden met het tweede boek. Ik denk dat het richtingen uit gaat die mensen die het eerste deel hebben gelezen, niet verwachten. Ik probeer altijd mijn werk veranderlijk te houden. Ik werk aan ideeën waar ik enthousiast over ben. Ik kan niet iets schrijven omdat ik denk: 'O, dit zal populair worden.' Daarom verandert mijn werk ook zo. Na vier jaar fantasy schrijven, is er altijd wel weer iets anders om enthousiast over te worden. Iris: Wel grappig: omdat ik als eerste de Memory, Sorrow and Thorn-boeken leerde kennen, associeerde ik je met middeleeuwse fantasy. Tad: Het probleem met het schrijven van langdurige series is dat mensen je op een gegeven moment met dat boek gaan associëren. Toen ik Otherland schreef, zeiden mensen dat ik inmiddels een sciencefiction auteur was geworden. Nee, ik schrijf gewoon verschillende soorten verhalen. Iris: Ik zie één overeenkomst tussen de verhalen. Ze gaan allemaal over dingen die in het echt niet kunnen. Tad: Zeker, ik zie mezelf als een fantasy-schrijver in de ruimste zin van het woord. In vroeger dagen was 'SF' slechts een onderdeel van fantasy. Fantasy was groot, het was alles: War of the Worlds, The Wizard of Oz etc. In jaren 40 en 50 was SF juist groot en fantasy een onderdeel daarvan. En nu lijkt het weer te zijn omgekeerd. Hoe zou je het noemen: SF of fantasy? Clive Barker kwam met de term 'fantastique' of zoiets. Maakt niet uit, het is precies dat soort stuff. Het is wat ik las toen ik opgroeide, het is waarvan ik voel dat ik er aan kan bijdragen. Ik heb Tad uitgelegd dat Religie & Mystiek een blad is voor allerlei religies, waarbij onder de lezers ook een grote belangstelling voor fantasy bestaat. Niet voor niets wil ik het met hem dan ook over religie hebben. Iris: Ben je religieus? Tad: Mijn familie was niet religieus en ik ben geheel niet religieus opgevoed. Ik heb nooit neergekeken op religie. Maar ik denk er niet negatief over. Wel denk ik soms negatief over hoe sommige mensen religie gebruiken. Mijn vrouw is wat spiritueler, ze houdt zich bezig met het boeddhisme. Onze kinderen worden heel open opgevoed. Dus we zeggen "Hier is wat wij vinden, hier is waar we niet zeker van zijn en hier is wat anderen geloven." Maar we zijn niet religieus. Toen mijn zoontje dacht dat een kerk zich met wiskunde bezig hield, omdat er een plus-teken op het dak stond, besefte ik wel dat ik ze wat meer bij moest brengen van het christendom. Mijn zoontje vond het christendom interessant, maar hij wilde liever in Thor geloven, want daar las hij in stripboeken over. Als mensen aan mij vragen of ik in God geloof, zeg ik: "Als er echt een God is, kon ik 'God' waarschijnlijk niet eens begrijpen. Het is alsof je een cel in mijn lichaam vraagt: 'Geloof jij in Tad?' en mijn cellen zullen zeggen 'Ik weet het niet, wat is dat?' Ik ben niet slim genoeg om te zeggen wat waar is en wat niet. Als mensen zeggen 'ik weet wie God is, want ik lees de Bijbel', wat de absolute waarheid is', zeg ik hen: 'iemand schreef die'. Veel van de Bijbel, zeker van het NT, was geschreven zo'n 200 jaar later, van geschriften van mensen die toen al lang dood waren. Ik vind dit prima. En net als elke goede spirituele les, als het je kracht geeft, als het je een beter mens maakt, geweldig! Daar ben ik helemaal voor. Vertel mij alleen niet dat ik erin móet geloven, of iets soortgelijks. Iris: Sommige mensen kunnen heel erg overtuigd zijn van zichzelf, dat wat zij geloven is juist en goed en zij doden zelfs mensen vanwege datgene wat zij geloven. Wat vind jij hiervan? Tad: Dat is een van de redenen waarom ik wel eens wantrouwend tegenover religie sta. Mensen die beweren dat zij de absolute waarheid kennen, maken dat ik me ongemakkelijk voel. De mensen met wie ik me op mijn gemak voel, zijn mensen met een open geest, net als ikzelf. Mensen die zo zeker zijn… zijn een beetje angstaanjagend. Daniël: Zijn deze opvattingen over het religie en het leven terug te vinden in je boeken? Tad: Dat denk ik wel, ja. Ik bedoel, als je er op let zitten er bijvoorbeeld heel veel verschillende geloofssystemen in de boeken van Magic, Sorrow and Thorn. Er is een kerk, die sterk aan de katholieke kerk doet denken. Er is Binabik de Trol met zijn geloofsleer enzovoort. Geen van hen worden voorgesteld als goed of fout. Allemaal worden ze voorgesteld als bronnen van kracht en zelfs, omdat het een fantasy-novel is, bronnen van magische kracht voor mensen. Maar mijn karakters stellen ook vragen, ze verwonderen zich. Eén van de terugkerende thema's is een algemeen wantrouwen jegens simpele oplossingen. Het is een van de filosofische ondertonen van mijn werk: "Hetgene wat iedereen gelooft, is het eerste wat je je moet afvragen." Dat is waar, wanneer het op spiritualiteit aankomt, wanneer het op politiek aankomt, op relaties tussen mensen… Je moet je afvragen: 'Is dit echt waar voor mij, of is het maar iets waarvan ieder ander denkt dat het waar is." Dat is iets wat in al mijn werk voorkomt. Een ander subthema in The Otherland, is 'wat is de aard van het menszijn?' Wat is het verschil tussen iets wat voelt als leven, maar is gecreëerd door een computer, en iets als onszelf dat voelt alsof het levend is en gecreëerd door biologie? Waarom is het ene meer levend dan het andere? Waarom zou iemand daarover moeten oordelen? Er worden dus veel van dat soort vragen gesteld in mijn werk. Sommige mensen geloven ook echt in dingen als magie, elven en dwergen. Geloof jij erin? Tad: Nou, veel dingen die we tot de fantasy rekenen, komen uit de folklore. Folklore werd door de mensen gebruikt om de wereld te verklaren of om zichzelf te vermaken, maar veel daarvan kwam uit echte dingen. Mensen hebben nooit draken gezien, maar wel botten van dinosauriërs en ze zeiden: 'wat zijn dat?' Je gaat je dus afvragen of deze dingen op realiteit zijn gebaseerd. Ik zeg niet dat het niet waar kan zijn. Het is een groot universum. Wie zegt je wat waar is en wat niet? Iris: Ergens heb je gezegd: 'Fantasy betekent het doorkrijgen van bepaalde regels. Als je die regels door hebt, begrijp je de wereld –waarvan de realiteit veel bizarder is dan de meeste schrijvers en lezers denken– beter.' Tad: Wat ik vaak aan mensen vertel, is dat wanneer zij echt goede fantasy-auteurs willen worden, dat zij moeten ophouden met fantasy lezen of er op zijn minst niet te veel van lezen. Ze moeten over de echte wereld gaan lezen en uitvinden hoe gecompliceerd en vreemd die is. Omdat dat je helpt om je magische en ongebruikelijke werelden te verbeelden. Het is heel gemakkelijk voor fantasy-literatuur om vermaaksliteratuur te worden die geen enkel ander doel dient. Als mensen daarvan houden, is dat prima. Maar als je als schrijver meer wilt, dan zou je meer ambitieus moeten zijn en zou je aan andere dingen moeten gaan denken dan fantasyboeken en die ervaring in je eigen fantasyboek stoppen. Wat mij horensdol maakt, zijn mensen die werelden creëren zonder echt te weten hoe economieën en de wetten van de natuur werken, waarom mensen verschillende gewassen op verschillende plekken verbouwen, waarom het is dat sommige uitvindingen pas op een bepaald moment in de historie worden gedaan, enzovoorts. Weet je, je wereld hoeft niet te zijn als de echte wereld, maar je zou moeten begrijpen hoe echte dingen werken, Lees daarom dus geschiedenis, wetenschap en andere auteurs dan fantasy-auteurs. Daniël: Wat vind je het leukst aan fantasy schrijven? Tad: Ik houd van de vrijheid ervan. Ik houd van de vrijheid om zo inventief te zijn als ik wil zijn, terwijl ik tegelijkertijd weet dat ik zo literair mag zijn als ik wil, dat ik stijl mag hebben en interessante ideeën, zolang ik maar een goed verhaal vertel. Daniël: Wat denk je dat mensen aantrekkelijk vinden aan fantasy? Tad: Ik denk dat goede fantasy de mensen het idee geeft dat de wereld een grotere plaats is. Er zijn realiteiten achter onze realiteiten en ik denk dat dit een echt bevrijdend gevoel is. En er is een escapistische reden. Net als wanneer je naar een toneelstuk of film gaat en je leeft twee uur in die wereld. Hetzelfde geldt voor een goed boek, maar daarin kan het wel dagen duren: al die tijd zit je in een andere wereld. Het is niet eens alleen maar een vakantie, het kan een levensredder zijn, écht, het is iets fantastisch, om in staat te zijn weg te komen van datgene er voor jou aan de hand is. Ik denk dat dat één van de dingen is die fantasy zijn appeal geeft voor de mensen. Dat gevoel van een andere wereld waar ze naartoe kunnen gaan. Tip van Tad voor wie zelf fantasy wil schrijven: Lees veel andersoortige boeken en beperk fantasy tot een klein deel van wat je leest. Leer over de wereld en maak dingen af. Iris: Wat Tad zegt over kennen van de echte wereld, doet me denken aan mijn favoriete personage uit De Schaduwgrens: Brionie, de prinses die het haat om een meisje te zijn met alle verwachtingspatronen die daarbij horen. Ze moet ongemakkelijke jurken aan en wordt geacht zich niet met mannenzaken bezig te houden. Hoe kan de auteur zich zo goed inleven in vrouwen? Tad: Heel veel van mijn belangrijkste karakters zijn vrouwen. Ik groeide op tussen sterke vrouwen. Ik ben zeer vertrouwd met het schrijven van vrouwenkarakters. Ik probeer gewoon en beschrijf de mensen als mensen. Ik zeg niet: "Ik ben een man en ik kan dus niet over vrouwen schrijven." Moet ik zelf bijvoorbeeld iemand vermoorden om over moordenaars te kunnen schrijven? Ik hoop het niet. Iris: Schrijf je graag over sterke vrouwen? Tad: Ik schrijf graag over sterke mensen. Omdat, elk persoon, die handelend optreedt, een boeiender personage zal zijn. De tijd is bijna op. Vlug schuift Iris de titelpagina van De Schaduwgrens en een balpen naar Tad toe, terwijl ik alvast begin met het opruimen van de spullen. "For Iris and thanks and best wishes", laat Iris me naderhand glimmend zien, heeft hij in haar boek geschreven. In de tussentijd weet ze nog twee laatste vragen af te vuren: Je houdt goed contact met je fans. mensen kunnen bijvoorbeeld reageren op het forum van je website. Tad: Oh ja, ik houd er echt van om in nauw contact te staan met mijn lezers. Het is een ware luxe om mensen te hebben die mijn werk leuk vinden en daarover met mij interacteren. Ik heb die website behouden, ook nadat shadowmarch als onlineproject hadden afgerond En tot slot: Lezers van Religie & Mystiek schrijven zelf graag fantasy. Heb je tips voor hen? Tad: Ja, sommige heb ik al eerder genoemd. Lees veel andere soorten boeken en beperk fantasy tot een klein deel van wat je leest. Leer over de wereld en maak dingen af, zelfs als het maar een kort verhaal is, maak het af voor je aan iets anders begint, maak het af voor je het gaat herschrijven. Dat is één van de belangrijkste lessen. De meeste mensen, misschien wel 90%, beginnen met schrijven en maken hun verhaal nooit af. Als je schrijver wilt worden is dat de belangrijkste en moeilijkste les: Maak iets eerst af en ga dan pas terug om het te veranderen. | ||
3. Fantasy according to Tad Williams door Iris Savelkouls & Daniel Valkenhoff |
||
Tad Williams is giving a lecture at the Elf Fantasy Fair in the Netherlands, 2006. Picture: www.midfan.nlThis is the English version of the interview with Tad Williams. Above you can find a Dutch version It's a Sunday morning in April. With a feeling of butterflies in our stomachs we walk onto the terrain of the Elf Fantasy Fair just before ten o'clock. We don't feel like this because we are so excited to be on the Fantasy Fair, although this is also great of course, but because we have the privilege of being allowed to interview Tad Williams. The fantasy writer, who is in the Netherlands because of his 20-year anniversary and to promote his new book Shadowmarch, which was recently published, is an honorary guest on this event. Yes, life is great as a journalist: free entrance to the Fair and an hour time to pick the brain of a creative intellectual such as Tad Williams... It doesn't get much better than this! We enter the VIP area....It is time! We are being introduced to Tad Williams, we each take a chair opposite of him at a small table, ...and we start firing away our questions. Iris: This is the first part of Shadowmarch. Are you writing the second part now? Tad: I'm almost completely finished. I'm in the rewrite of the book. It probably won't be published until the wintertime and then I'll start the third one. But I'll be doing other projects as well. I have a collection of short stories that's coming out and I'm working on another short novel with an artist who is going to do illustrations, that will be based on The Ring of the Nibelung, you know like Wagner's Ring-cycle. And then, I'm also doing two young adult fiction books together with my wife, which we are finishing up now. Iris: Well, it's nice to know the second book is coming soon. Tad: <smiles> And I'm very pleased with the second book. I think it's going to go in some directions that the people who've read the first book won't expect. I try and always keep my work changing, I do what idea has excited me. I can't write something because "oh I think this will be popular". So, that's one of the reasons it changes. Because, once I finish 4 years or whatever working on a big epic fantasy it takes something different to get me excited about writing again. Iris: It is funny however… The first novels I saw from you were the Memory, Sorrow and Thorn-books, so I thought you were a medieval fantasy writer. I immediately associated you with them. Tad: Yes, well that's the problem when you write really long stories. People assume that's what kind of a writer that person is. During the time I was writing Otherland peope went "oh, he's become an SF writer now". No, I'm just writing different kinds of stories. Iris: I see one point of similarity. They are about things that for the most part never can or will happen. Tad: Certainly, I consider myself to be a fantasy writer in the larger sense, because -in the old days- what we think of as SF was actually 'subset' (a smaller part of Fantasy). Fantasy was big, it was everything: it was War of the Worlds, The Wizard of OZ, etc and SF was one section and then in the 40's and 50's SF for a while was the big thing and Fantasy was a subset of that and now it is starting to flip around again… What do you call it? SF? Fantasy? Clive Barker tried to come up with a term and he called it 'Fantastique' or something. I don't care, it's just that kind of stuff… It's what I grew up reading, it's what I feel I can contribute to. I explained to Tad that Religie & Mystiek [Religion & Mysticism] is a magazine for all sorts of religions, in which amongst the readers there also is a large interest for fantasy. So, not surprisingly, I want to talk with him for a bit about religion. Iris: Are you religious? Tad: My family was not religious. I have had no religious upbringing at all. But, I've never been scornful of religion. I sometimes think badly of how people have used religion, obviously. My wife is a little more spiritual, she is now become very interested in Buddhism. We try to be very open with our children about things. It was actually funny. We were coming back from somewhere and my son was maybe six years old at the time and he saw a pretty modern church ahead of us on the road with a cross upon the top of it, and he said "Look, dad, look!" "Yeah, what?" He was "Look at that building! Isn't that great?" And I said "Well, I don't know, what do you mean?" Well, look up on the top of the building!" And I went 'what is he so interested in the cross for?' and I said "Yeah? What?" He said "They must really like mathematics because they have a plus sign on top of their building!" So, I figured I needed to explain to my kid a little bit about religion, just so that when he gets exposed to it, he will understand. So I explained the whole thing and I explained Christianity and the cross and all that to him. And he thought about it and said "Well, I think the Christians are very interesting, but I think I'd rather believe in Thor." Because he read about him in the comic books. When people ask "Do you believe in God?" I say "If there really is a God, I probably couldn't even understand 'God'. It's like asking a cell in my body "Do you believe in Tad?" and my cells would go "I don't know. What's that? How does it work?" I am not smart enough to be able to say here's what's true and what's not. When somebody tells me "Well, we know, because we read the Bible, what the absolute truth is." You know what I say to those people?: "Sweetie, somebody wrote that…" Most of it, certainly the NT, was written long after the events in it, like 200 years later, from descriptions from people who are long dead. That's fine, and just like any good spiritual teaching, if it gives you strength, if it makes you a better person, than 'Great'! I'm all in favor of it. Just don't tell me I have to believe it, or any of those things. Iris: Some people can be very convinced of themselves, that what they believe is right and good and they even kill people because of what they believe. What don you think about this? Tad: That's one of the reasons that I am mistrustful of the uses of religion, because anytime somebody believes that they know the absolute truth, they make me a little nervous, because I'm not somebody who believes I know the absolute truth and the people that I feel most comfortable around are the people who are questioning, open minded, like myself. People who are certain….can be a little scary. Daniël: Can you also say that this way of thinking about religion and about life in general reflects back on your work? Tad: I think so. I mean, if you look at, for example, the Memory, Sorrow and Thorn-books: there are a lot of different sorts of believe systems in those books. There is a church that is very much like the medieval Catholic Church. There is Binabik the Troll and his sort of system of believes, and so on. None of them are shown as being right or wrong. All of them are shown as being sources of strength, and even, because it is a fantasy novel, sources of magical strength to people. But my characters also question things a lot, wonder about things a lot. One of the general recurring themes is a general distrust of easy solutions. That's one of philosophical underpinnings of my work: "The thing that everybody believes, is the first thing that you should question." That's true when it comes to spirituality, it's true when it comes to politics, it's true when it comes to relationships between people…. You have to stop and say "Is it actually true for me? Or is it just something that everybody else thinks is true?" That's something that comes through in all my work. Also, in The Otherland, a sub theme is 'what is the nature of being a human being?' What's the difference between something that feels like it is alive, but is created by a computer, and something like us that feels it's alive and is created by biology. Why is one more alive? Why does one get to judge? So there's a lot of questions like that that run through my work. Iris: Some people really believe in things like magic, elves and dwarves. What about you? Tad: Well, some things that we think of in terms of fantasy are stuff that comes out of folklore. Folklore was used by people to explain the world or entertained themselves, but a lot of that folklore probably came from real things. People didn't necessarily see dragons, but people did see dinosaur bones and said "what are these?". So, it makes you wonder, are these things based on reality? I would never say that it's impossible. It's a big universe, right? Who's to say what's true and not true? Iris: Somewhere you said that "fantasy is understanding some rules. When you understand them, you understand the world. And reality is much more weird than most writers and readers think." Tad: Well, what I oftentimes tell people is that if they want to be really good fantasy writers, that they should stop reading fantasy, or at least not read too much of it. And they should go back and read about the real world and find out how complicated and strange the real world is, because it helps you to imagine magical or unusual worlds better. It is very easy for fantasy literature to become a comfort literature that really serves no other purpose. If people like that, that's fine. But, if you want to be more than that as a writer then I think you need to be more ambitious and you need to start thinking about things other than fantasy novels and then take that experience and put it into your fantasy novel. One of the things that drives me crazy, is how many people there are out there, creating worlds, who don't seem to know anything about how actual economies work and how physics works and why people grow certain crops in certain places and why certain inventions didn't arrive till such and such a time in history and all that. You know, you don't have to have your world just like the real world, but you should by God understand something about why the real works the way it does. Go out and read history and go out and read science. And read other kinds of writers, who write fiction as well, just to learn different style tricks. Daniel: What do you enjoy most about writing fantasy? Tad: I like the freedom of it. I like the freedom of being able to be as inventive as I want to be, while at the same time knowing that I'm allowed to be literary, I'm allowed to have style and have interesting ideas, as longs as I tell a good story. Daniel: What do you think is it that attracts people to reading fantasy? Tad: I think that good fantasy really gives people that the world is a bigger place. That there are realities beyond our reality and I think that that is a very liberating feeling. And there is also an escapist sense. Just like when you go to a play or a movie and for two hours you live in that world. That's a perfectly nifty thing to do. The same thing with a good book, except that can be for days, where you're living in that world. It's not even just a holiday, it can be a life safer, really, it can be a wonderful thing, to be able to get away from what's going on for you. I think that's one of the things about fantasy that's really appealing to people. That sense of another world that they can go to. A tip from Tad for who wants to become a writer for themselves: Read a lot of other kinds of books. Make fantasy a small part of what you read. Learn a lot about the world and finish things. Iris: What Tad says about knowing the real world makes me think of my favourite character from Shadowmarch: Briony, the princes who hates being a girl and all the expectations that come with that. She has to wear uncomfortable dresses and is expected not to worry about 'man's business.' How is it that Tad is able to place himself so well into the role of his female characters? Tad: I've always had a lot of my main characters to be female. I grew up around pretty strong women, so I'm very comfortable with the idea of writing women characters. I just try and write the people as people, first and for most, instead of saying I'm a man and therefore I can't write a female character. I'm not a murderer, right? Honestly, I'm not… But I write characters who are murderers. Does that mean that I can't write that, that I have to go out and murder somebody first, before I can write about it? I hope not… Iris: You like to write about strong women especially? Tad: No, I like to write about strong people. Because, anybody, who is going to act, is going to be a more interesting character. Daniël: Time is almost up. Quickly Iris pushes her copy of Shadowmarch together with a ballpoint over to Tad, while I start collecting our stuff. "For Iris and thanks and best wishes," she shows me later with a radiant smile, he wrote in her book. In the meanwhile she managed to fire away two final questions: Iris: You are in good contact with your fans, aren't you? They can react on the forum of your website for example. Tad: Oh yeah, I really like being in touch with my readers. It's a real luxury to have people who like my work and interact with me. I've kept that website, even after we finished doing Shadowmarch as an online project. And lastly: Some readers of Religion and Mystics like to write fantasy themselves. Do you have some advice for them? Tad: Yes, some I already mentioned earlier. Read a lot of other kinds of books. Make fantasy a small part of what you read. Learn a lot about the world and finish things, even if it is just a short story. Finish it before you start something else, finish it before you start rewriting it. That's really important. It's to find out if you're going to be a writer or not, because that's one of the most important lessons. Most, maybe 90% of people, will start writing and never finish what they started. If you want to be a writer that's the hardest and most important lesson: Finish it. Then go back to fix it. | ||
Adrian Stone: schrijver, belegger en zoeker naar evenwicht door Eline Stiekema en Iris Savelkouls |
||
Interview met fantasy-auteur Adrian Stone | ||
Adrian Stone op de Elf Fantasy Fair tijdens ons interview (foto: Eline Stiekema).Adrian Stone (Ad van Tiggelen) timmert hard aan de weg als fantasy-auteur. Met zijn boek Profeet van de Duivel en het vervolg Zoon van de Duivel is hij de tweede Nederlandse auteur die door Luitingh-fantasy wordt uitgegeven. Ondertussen verdient hij ook nog zijn geld als belegger. Jonge Wolven ontmoette hem op de Elf Fantasy Fair van 2009.Het kost ons moeite om een rustig plekje te vinden op de Fair. Uiteindelijk gaan we aan een tafeltje van het cafeetje zitten. Al lopende zijn we echter al aan de praat geraakt. Stone heeft in zijn leven vele reizen gemaakt en kreeg onderwijl belangstelling voor religie en spiritualiteit. Geen wonder dat godsdienst en de bijbehorende conflicten een belangrijk thema is in zijn boek. Profeet van de Duivel gaat over mensen die goddelijke machten kunnen kanaliseren. Stone gelooft zelf in een vorm van 'kanaliseren' namelijk in het idee dat bepaalde 'spirits', hogere krachten, met mensen kunnen communiceren door hun energie af te stemmen op jouw trillingsniveau. Fantasy en beleggen "Maar we gaan veel te hard van start," onderbreekt Stone zichzelf als we eenmaal gesetteld zijn. We moeten maar eens onze eerste vraag gaan stellen: "Voelt u zich nu meer fantasy-auteur of meer beleggingsadviseur in het dagelijks leven?" "Ik doe allebei natuurlijk. Ik vind beleggen leuk en ik verdien er mijn geld mee. Maar ik vind fantasy schrijven nog leuker eigenlijk. Alleen moet ik nog kijken hoe dat loopt: als dat goed loopt, zal ik een keuze moeten maken, want dan kan ik het niet allebei meer blijven doen." "Ik neem aan dat u uw hele leven al fantasy leest?" "Ja, ik begon met In de Ban van de Ring zoals iedereen in de jaren zeventig. Toen had je ook Fritz Leiber enzo, meer de sword- en sorcery-verhalen. En ik ben eigenlijk mijn hele leven fantasy blijven lezen." "Heeft u grote voorbeelden?" "Nee, eigenlijk niet. Er zijn heel veel schrijvers die ik allemaal op hun eigen specifieke merites goed vind. Ik vind Jack Vance goed, Raymond Feist, Robin Hobb, maar er is er niet één die ik specifiek als voorbeeld zie." We keren toch weer naar zijn beleggers achtergrond terug: "In Carolia, de fictieve wereld van Profeet van de Duivel-boeken komt geen enkel beleggingsstelsel of bankwezen voor, alleen gouden en zilveren munten. Maar kun je eigenlijk niet ook fantasy schrijven over een beleggingsadviseur, met een soort van beleggingsstelsel iÂn een fantasiewereld? Het lijkt mij wel origineel en grappig." "Nou, ik denk wel dat heel erg origineel en grappig is," beaamt Stone, "ik denk alleen dat er geen markt voor is, geen brede markt. En er zijn maar weinig beleggers die geinteresseerd zijn in fantasy -wat dat betreft ben ik natuurlijk vrij apart. Ik denk niet dat de combinatie van de twee werelden een breed publiek zal trekken en ik ben ook nog wel een beetje commercieel, ik wil wel dat mijn boeken verkopen." Evenwicht Maar eigenlijk willen we toch vooral meer weten over dat grote thema dat wél in zijn boek zichtbaar is. In Profeet van de Duivel blijkt de jonge Marak een groot talent voor kanaliseren te hebben. Hij wordt gedwongen een aanhanger van de omstreden god Cataris te worden, die door de meeste inwoners van Carolia als des duivels wordt gezien. Hij weet zich los te maken van de sekte, maar ook als hij daarna monnik wordt van de geaccepteerde god Ava, blijven de mensen hem wantrouwen, omdat hij een onuitwisbaar teken van de god draagt. Carolia wordt dus geteisterd door godsdienstconflicten. Is Stone's boek daarmee een reactie op bestaande godsdienstconflicten, zoals die bestaan in Gaza of Irak, of eigenlijk overal ter wereld wel tot op zekere hoogte? "Nou," antwoordt Stone, "er zit wel een overeenkomst met de echte wereld in." Hij legt uit: De cultus van Ava, waarin de leer van 'evenwicht' een belangrijke rol speelt, lijkt nog het meest op het Boeddhisme, al is het geen kopie daarvan. De leer van Viguru, met het geloof in reincarnatie, lijkt op het hindoeisme; de leer van Vorg, waarin men na de dood rechtstreeks naar het hiernamaals gaat, staat nog het dichtste bij het katholicisme. Cataris is de kwaadaardige god in Carolia. Volgens Stone staat hij voor alle religieuze uitwassen die men in de echte wereld tegenkomt, in het bijzonder degene waarvan de aanhangers anderen willen opleggen wat zij geloven, desnoods met geweld. Is dit dus het soort godsdienst waar Stone zelf tegen is? Hij vertelt hierop: "Ik vind dat je geloof niet kunt opleggen, geloof is niet voor niets 'geloof'. Mensen moeten het kunnen geloven vanuit hun diepste binnenste." Het bestaan van kwaadaardige godheden sluit hij echter niet uit: "Ik geloof in godsdienstvrijheid en ik geloof heus wel dat er misschien 'misguided people' zijn die op een gegeven moment toch bewust gaan voor een slechte god." Maar net zoals dat het geval is in Profeet van de Duivel zijn dat toch de armere mensen, aan wie beloftes worden gedaan zoals een mooie plek in het hiernamaals. Mensen die zo'n geloof als anker in hun leven nodig hebben. De leer van Ava lijkt, als je Profeet van de Duivel leest, het meest de sympathie van de auteur te hebben. Lijkt zijn eigen levensovertuiging ook echt het meest op die van Ava? "Klopt ja, ik ben voor het creeren van evenwicht in alle aspecten van het leven. Het is ook echt iets waar mensen constant naar zoeken." Hij noemt als voorbeeld de verhoudingen 'mannelijk/vrouwelijk'. Een heel mannelijk iemand zal als partner een heel vrouwelijk iemand kiezen. "Onbewust zit dat heel erg in mensen ingebakken: dat ze zoeken naar balans, niet alleen in relaties, maar op alle gebieden." "Dus als je daar op gaat letten, kom je het overal tegen." "Ja, kijk maar naar de verhouding tussen je werk en je privé leven, een constante 'struggle' naar evenwicht." Kan hij zich ook inleven in de personages in zijn boek die moeite hebben met de leer van Ava, bijvoorbeeld kapitein Egon, die het niet goed begrijpt, of de aanhangers van Vorg, die niet snappen waarom je volgens Ava nooit iemand zou mogen doden, zelfs niet uit zelfverdediging? "Natuurlijk," zegt Stone meteen, "er zijn heel veel mensen die meer primair gedreven worden. Die hebben er minder begrip voor, omdat ze toch meer toegeven aan hun eigen driften. Ik denk dat heel veel mensen onbewust altijd wel met evenwicht bezig zijn; echter maar weinigen bewust. Die monniken van Ava zijn er dus heel bewust mee bezig, maar anderen, zeker in een feodale samenleving waar veel armoede in voorkomt -hoe meer armoede, hoe meer primair je gedreven wordt- veel minder." Hij voegt toe: "In deze samenleving zou er meer begrip voor zijn." Energieen Adrian Stone noemt zichzelf niet religieus, wel spiritueel. Zo gelooft hij dus in energie[e:]n die zo nu en dan contact leggen. En hij gelooft in energieplaatsen: zoals de kathedraal van Chartres en Stonehenge. Hij gelooft echter niet in religies met sterke, dogmatische regels. "Ik denk niet dat er één partij is die de wijsheid in pacht heeft." We vragen of er boeken zijn die hij inspirerend vond. Hij blijkt De Celestijnse Belofte een aardig boek te vinden en uit de Bijbel spraken sommige dingen hem aan. "Ik pik eruit wat ik geloofwaardig vindt." Tijdens een reis was hij ooit in Isra[e:]l en bezocht Bethany, de grot waar Lazarus zou zijn opgestaan. Hij voelde daar enorm veel energie. "Dat ervaar ik dan weer wel. Het is een heel energierijke plaats." Ook een reis naar de kathedraal van Chartres had veel indruk op hem gemaakt. Evenals de tempel van Horus in Egypte. In Eclips zei Stone over evenwicht o.a. dat zijn fantasy-schrijverskant en zijn beleggerskant feitelijk een mooi evenwicht vormden: de wereld van de fantasie en het spirituele vs. die van geld en het materiele. Maar, denken wij, spiritualiteit kan toch betrekking hebben op alle aspecten van het leven? Kan er spiritualiteit niet ook op de beursvloer worden toegepast? De schrijver antwoordt ontkennend: nee, de beurs is echt een hele materialistische plaats. "Het enige dat er wel speelt, is dat prijsvorming op de aandelenmarkt ook evenwicht is: er komt alleen een prijs tot stand als de vrager en de aanbieder het met elkaar eens zijn over de prijs. Maar dat is dan ook het enige. Aandelen zijn duidelijk een uiting van het kapitalistische systeem, wat op zich prima is. Het hoort erbij en het is een leuk vak." Toch: hij kan ook over spiritualiteit praten met collega's. Tijdens een zakendiner begint hij daar soms over spirituele zaken. Zakenlieden blijken dan ook mensen te zijn met brede interesses. De religies die zij aanhangen, lopen ook sterk uiteen. Vijf sterren Stone moet nog een hoop doen op deze Fair, daarom wordt het nu eens tijd dat wij onze laatste vraag stellen, degene die we elke schrijver stellen in een interview: "Veel lezers zijn ge[i:]nteresseerd in zelf schrijven. Hebt u tips voor hen?" Die heeft hij: "Het ligt er wel een beetje aan wat je wil. Wil je echt uitgegeven worden of schrijf je vooral voor een klein publiek? Als je echt uitgegeven wil worden, moet je er wel rekening mee houden dat zeker bij de grote uitgevers de kans dat je daar binnenkomt bijna nul is." "Als je een manuscript hebt, laat het eerst, als het even kan, lezen, het liefst door iemand die er verstand van heeft. Je denkt vaak dat je eigen werk goed is, maar het is ontnuchterend hoe vaak dan blijkt hoeveel er nog op aan te merken is. En als je dan wordt afgewezen door de grote uitgevers -daar moet je vanuit gaan, maar je moet het altijd proberen- kun je, wat ik heb gedaan, je boek in eigen beheer uitgeven. Je hebt van die uitgevers waar je tegen betaling je eigen boek kunt uitgeven." "Daarna ben ik wel gaan pushen. Ik heb gezorgd dat ik bij Centraal Boekhuis lag. -Ik heb wel een paar honderd exemplaren op eigen kosten laten maken, dat is wel een investering, zo'n tweeduizend euro- En ik ben gaan bellen, naar winkels, of ze het daar neer wilden leggen. En ik heb gezorgd dat er recensies kwamen: op verschillende websites, in Elf Fantasy Magazine, in Pure Fantasy. En die gaven allemaal vijf sterren." Dat is niet niets, natuurlijk. Stone vervolgt: "En toen ben ik een tweede boek gaan schrijven. En toen, met de recensies van het eerste boek, is Luitingh overstag gegaan." Wij verwachten niet dat iedereen vijf sterren bij recensies zal krijgen voor zijn eerste boek, maar Stone raadt iedereen toch deze manier van werken aan. Vooral het door andere laten lezen en zich de kritiek goed aantrekken, is belangrijk. "Het is een lange weg, maar geef vooral niet op!" | ||
![]() ![]() | ||
Cate Tiernan en de hekserij door Rayendir |
||
Boek der Schaduwen, deel 1 van de serie Wicca.Het is 22 april 2006, vandaag is de Elf Fantasy Fair. Normaliter zou ik hier wat praatjes maken met bekenden, een beetje snuffelen tussen de boeken en spellen, wat muziek luisteren en zo nu en dan een interessante lezing bijwonen. Maar vandaag is anders.Ik sta in een tent op een lezing te wachten, op de lezing van Cate Tiernan. Twee jongens komen binnen op het podium en de menigte begint te klappen: wie zijn dit nou weer? Het is niet Cate Tiernan in ieder geval, dat moge duidelijk zijn, dus snel haast ik me naar een andere tent. Ik gluur even naar binnen en jawel hoor, daar staat ze. Hier moet ik zijn. Een beetje ongemakkelijk ga ik zitten. Mijn gedachten? "Wat een begin...." Niet veel later schud ik haar hand. Het is een zachte handdruk van iemand met een vriendelijke uitstraling. Ik beantwoord met een glimlach. Het is zover, ik sta tegenover Cate Tiernan, in Nederland vooral bekend als schrijfster van de Wicca-serie. Ze voelt zich niet prettig in de drukte van de fair, maar toch is het een belevenis om vandaag aanwezig te zijn. Al die creativiteit, dat vindt ze leuk. We maken een kort praatje en het valt me op dat deze schrijfster een heel kalme, weloverwogen persoon is, die eerst peilt met wat voor interviewer ze te maken heeft en daarna gelukkig meer ontspant. We worden het kasteel binnen geleid via de achterdeur. Een kop thee volgt en dan begint het interview. Een vrouwending Cate Tiernan is geboren is New Orleans, in 1961, ze schrijft al jaren maar is doorgebroken met de serie Sweep, in het Nederlands uitgegeven als Wicca. In 2005 en 2006 schreef ze de serie Balefire, die in Nederland wordt gepubliceerd onder de titel Vuurbaken. Ik vraag haar allereerst hoe ze geïnteresseerd is geraakt in het spirituele, wat een terugkerend thema is in haar boeken. Tot mijn verassing blijkt dat ze er zelf eigenlijk niks mee heeft. Wel heeft ze voor haar boeken veel research gedaan naar de veronderstelde magische krachten van kruiden en stenen, naar de maanstanden en naar wicca in het algemeen. "Alleen door verschillende aspecten van magie te bekijken, kun je erachter komen wat de achterliggende intentie is", zegt ze. Op bewuste toon wordt daar nog aan toe gevoegd: "Maar ik heb niet gesproken met heksen zelf, ik wilde dat het mijn eigen versie zou worden." Tiernan beschouwt hekserij wel echt als "een vrouwending". Ze ziet het als de balans, zoals vrouwen die hebben met henzelf en de natuur. Mannen hebben die ook, maar toch anders. Het heeft volgens de schrijfster met name metaforische waarde: "In veel religies zijn mannen de baas, in hekserij de vrouwen. Hiermee wordt de algemene balans ook weer hersteld. Het is een kans voor vrouwen om in religieuze vorm hun gevoelens te uiten." Ze kijkt me even lachend aan, bedenkt zich duidelijk dat ze hier met een man van doen heeft, en vervolgt: "Het is moeilijk voor mensen om zich voor te stellen hoe vrouwen door de eeuwen heen zijn overheerst. De frustratie daarvan dragen ze nog steeds met zich mee!" Het wordt duidelijk dat alle studie naar spiritualiteit wel invloed heeft gehad op haar eigen overtuiging. Er volgt een kort oogcontact, ik knik. Ze denkt even over haar woorden na en zegt dat ze in het algemeen meer aandacht is gaan schenken aan de kracht van de maan, dat ze bewuster om gaat met zichzelf en met de mensen waarvan ze houdt: "Ik ben me er bewuster van geworden dat alles met elkaar verbonden is." Op de vraag of het moeilijk is in conservatief Amerika te schrijven over het heidense wicca, krijg ik vervolgens een snel antwoord. Het valt wel mee, zeker in haar persoonlijke leven heeft het weinig invloed op hoe mensen naar haar kijken. De media zijn soms lastiger, maar in de Verenigde Staten zijn haar boeken lang zo bekend niet als in Nederland: "Voor de media stel ik eigenlijk niks voor." Een metafoor Dan gaat de telefoon, snel neemt ze hem aan en schuift even onrustig op haar stoel: "Hé... Zal ik je straks terug bellen? Ik zit nu midden in een interview... Oké, dag lieverd." Ik herken de toon meteen: moeder en dochter spreken elkaar. En inderdaad: "Sorry. Dat was mijn jongste dochter, ze mist me." Let eens op de blik van een moeder als ze het over haar kinderen heeft: die zegt alles. Ik glimlach, we nemen een slok thee en ik kom nog even terug op de media. Cate Tiernan is tenslotte niet haar echte naam. Een pseudoniem tegen mediaoverlast en spirituele fanatici? Het blijkt van niet. Deze naam heeft ze gekozen, zodat ze zich in kon leven in de stijl van de boeken; iets dat Iers klonk, iets waardoor ze zich meer authentiek kon voelen. "Wil je mijn naam weten?" "Hmhm..." Ik merk terloops op, dat ik die natuurlijk nooit zou opschrijven. Dan is de lol eraf. Ze buigt zich licht voorover en fluistert haar naam. Ze schenkt mij een glimlach en het gesprek gaat verder. Uiteraard breek ik mijn belofte niet. We spreken over de betekenis van hekserij volgens Tiernan. In haar boeken wordt geen duidelijke keuze gemaakt tussen hekserij als aangeleerde kennis of genetisch bepaalde gave, waarmee ze een neutrale stelling inneemt in het dilemma waar onder Nederlandse heksen veel over gesproken wordt. Tiernan stelt dat er in principe een heks zit in iedereen, maar dat de overtuiging op zichzelf een van de velen is: "Het is een metafoor voor het vinden van je eigen Zelf. Het is een van de vele paden die je kan kiezen in het leven." Ik vervolg met een meer spiritueel getinte vraag, of Tiernan zelf het einde van de Wicca serie (waarin met een sprong in de tijd overgestapt wordt van de originele hoofdpersoon naar haar dochter) zou betitelen als het einde van de ene cirkel of het begin van de volgende. Ze kan er wel om lachen, maar volgens mij snapt ze de vraag maar al te goed: er komen echt geen nieuwe boeken in de serie meer bij. "Dat lijkt mij toch een voltooide cirkel! Maar ik zou nog wel vijfentwintig boeken kunnen schrijven over hoe ze volwassen worden, hoe ze zich ontwikkelen. Sommige personages zouden goed terecht komen en anderen missen de boot, zo is het leven." Morgan's dochter (de hoofdpersoon van het boek), Moira, bevindt zich wel in een andere cirkel, op een andere leerweg, dan haar moeder. Tiernan beschrijft haar terecht als een meer opstandige puber dan haar moeder is aan het begin van de serie. Waar Morgan groeit in haar relatie met Hunter (Morgan's vriend), maakt Moira vooral groei door in haar zelfbeeld. De schrijfster begint enigszins te glunderen als ik vraag naar haar eigen dochters (9 en 11 jaar oud): kunnen zij alles bij hun moeder kwijt? Ze moet er wel even over nadenken, maar knikt uiteindelijk aarzelend: "....Tot zover...zijn ze heel open naar mij en hun vader." Ze vertelt hoe ze als moeder zoveel mogelijk in contact probeert te blijven met beide dochters en hoe beide ouders hun best doen om de kinderen op te laten groeien in een veilige omgeving. Soms vertellen de kinderen haar niks, maar die vrijheid hebben ze als vanzelfsprekend. Ik zeg amper iets, maar observeer een gepassioneerde moeder met veel liefde voor haar kinderen. Het is niet alleen wat ze zegt, maar ook wat ze uitstraalt; niet altijd honderd procent zeker over haar manier van opvoeden, maar overal wordt aan gedacht. Hier spreekt een echte moeder. New Orleans Zo komen we op Tiernan's eigen jeugd in New Orleans. De serie Vuurbaken speelt zich ook in deze stad af, volgens de schrijfster omdat hier een magische atmosfeer hangt die ze altijd al speciaal heeft gevonden: "Het is een tolerante, uitdagende stad met een lange geschiedenis die een zeker bovennatuurlijk geloof koestert". Met dit laatste doelt ze vooral op de voodoo cultuur, die deel is van deze (voor Amerikaanse begrippen) oude stad. Tiernan vertelt dat ze als kind altijd al grapte met haar broer over de hitte, dáár zouden de mensen zo gek van worden! De vierdelige serie Vuurbaken draait om het meisje Thais. Ze komt erachter dat ze in een familie van heksen geboren is, leert haar tweelingzus kennen en zo geven ze richting aan hun eigen leerweg. Hoewel de hoofdpersonen op het eerste oog veel gemeen hebben met Morgan uit de Wicca serie, zijn er ook kenmerkende verschillen: "De personages uit Vuurbaken zijn ouder en komen uit de zuidelijke cultuur van de Verenigde Staten, die heel anders is dan in het noorden waar Morgan woont." Tiernan vindt Thais en haar tweelingzus bovendien niet zo "Wicca achtig". Toch erkent ze dat de verschillen tussen personages vaak moeilijk op papier te vatten zijn. De vraag over welk van haar boeken de schrijfster het meest tevreden is vindt Tiernan onmogelijk te beantwoorden. Aanvankelijk noemt ze het eerste boek van de Wicca serie, omdat het technisch goed geschreven is en de basis vormde van een serie waar ze emotioneel aan gehecht is. Maar hier komt ze ook weer op terug: "Ik weet het niet.... de schrijftechniek, de inhoud, en de emotionele binding met een boek gaan idealiter samen, maar zo werkt het niet altijd. Elk boek vind ik weer speciaal om een andere reden." Natuurlijk was dit een gemene vraag: je vraagt een moeder ook niet tussen haar kinderen te kiezen. Toch hoort het erbij en dat begrijpt de schrijfster maar al te goed. Ik heb nog een laatste vraag: als iemand geïnspireerd is door het lezen van haar boeken en zelf wicca wil gaan bedrijven, welk van Tiernan's personages kunnen ze dan het beste als leidraad nemen? Ze hoeft niet lang over het antwoord na te denken: "Alice. Ze is wijs, bedachtzaam, nederig en menselijk.... Ze staat met beide benen op de grond en laat zich niet snel uit het veld slaan. Alice is ideaal, als persoon, als leraar en als heks. Weten jullie of Cate Tiernan een eigen website heeft? Wij vonden alleen sites die fans zelf gemaakt hebben. Als jullie die weten, zeg ons... | ||
De man die orcs een gezicht gaf door Frijke |
||
Als je aan een willekeurig persoon vraag wat orcs zijn, zullen de meest gruwelijke verhalen naar boven komen over de wezens die Tolkien heeft gecreëerd. Vervloekte elfen, gewelddadige wezens, moordenaars, geboren om te doden, zijn termen die langs zullen komen. Ook de omschrijvingen over hoe afschuwelijk ze er uitzien in illustraties en de films van Peter Jackson zullen niet achterwegen blijven. In 1999 hebben ze echter door Stan Nicholls een gezicht gekregen, een nieuw gezicht dat niemand kende. Hij maakte ze tot volwaardige karakters in hun eigen verhaal. In zijn trilogie strijd een groep orcs onder leiding van hun bevelhebber Struyk om hun voordbestaan veilig te stellen. Hiervoor moeten ze de wensen van hun opdrachtgeefster Jenesta negeren en de gruwelijke gevolgen die dat met zich mee kan brengen riskeren. In hun strijd moeten ze 5 artefacten vinden die de magie in de wereld kan herstellen en hen een toekomst kan geven. Stan Nicholls is echter niet alleen bekend van het schrijven van boeken, maar ook als boekrecensent. Om echter niet beïnvloed te worden doet hij dit werk alleen als hij niet zelf met een boek bezig is. Daarbij heeft hij de angst dat als hij tijdens het schrijven een erg goed boek leest, hij een writersblock krijgt omdat hij denkt er niet aan te kunnen tippen. Hij leest sowieso minder dan hij vroeger deed, omdat hij nu bewust is van het feit hoeveel je ongemerkt over neemt van mensen. Hoewel in Nederland alleen zijn Orcs-boeken bekend zijn, zijn er in werkelijkheid al 24 boeken van hem verschenen. Hij begon als schrijver van boeken die gebaseerd waren op films, waarna hij overging op het schrijven van sf/fantasy boeken voor de jeugd. Het probleem dat hij hierbij echter tegen kwam, waren de regels waar de boeken aan moesten voldoen in die tijd. Geen gevloek, men moest zich aan de wet houden, geen seks en zo nog veel meer. Toch zag hij het vooral als een uitdaging om met al die regels een mooi spannend boek te schrijven. Het is pas sinds een aantal jaar dat dit soort dingen normaal worden gevonden in kinderboeken. (Hoewel men in Engeland, toen de eerste boeken van Carry Slee daar uitkwamen, behoorlijk geshockeerd was!) Bij het schrijven van zijn Orcs-boeken die een volwassen publiek kennen, kreeg hij geen regels opgelegd en kon hij zijn fantasie de vrije loop laten. Een ander soort orcs De eerste vraag die in mij opkwam na het lezen van zijn boeken, was waarom zijn orcs wezenlijk anders lijken dan de orcs van Tolkien. Het eerste dat hierbij belangrijk is om te vermelden, is dat Tolkien orcs niet zelf heeft bedacht. Tolkien werd geïnspireerd door de Ierse volksverhalen, die al ouder zijn dan de 12e eeuw. Wat echter opvalt, is dat dit geen landwezens waren, maar wezens die leefden in het water. Door deze verhalen bedacht Tolkien dat orcs de beste naam was voor zijn gruwelijke ras. Stan Nicholls kwam op de eerste ideeën voor zijn boeken toen hij als kind voor het eerst Lord of the Rings las. Hij vond dat orcs vooral te leiden hadden onder slechte publiciteit; zelf had hij het idee dat ze net als alle andere karakters uit de boeken hun eigen hoop en ambities hadden. Hij zag ze als echte personages met eigen goden en een eigen leven, maar omdat ze aan de kant van de verliezers vochten heeft men deze kant nooit kunnen ontdekken. Toen hij eenmaal besefte dat Orcs niet persé goed of slecht waren begon hij zich af te vragen wie dan wèl de slechteriken waren. De wezens die deze rol kregen toebedeeld waren de mensen. De boodschap van de orcs In zijn boeken valt ook op dat de mensen die meerdere goden aanhangen positiever benaderd worden dan de mensen die slechts een god aanhangen. Dit is zeker geen aanklaagt tegen het monotheïsme in het algemeen, het is echter wel een aanklaagt tegen de fanatici in verschillende godsdiensten. Dit is zeker te merken aan de manier waarop zij hun god aanhangen in de boeken. Een ander probleem waar hij in zijn boeken de aandacht op vestigt is het milieu. Doordat de mensen in de boeken de magie aan het opmaken zijn blijft er voor de magische wezens uiteindelijk niet genoeg over om van te leven. Hij probeert zijn zorgen over het milieu dan ook over te brengen en hoopt dat de lezers er net als hij iets mee gaan doen. Daarnaast staan de orcs ook symbool voor alle buitenstaanders in de wereld. De een ziet ze als de Ieren, de ander als de Palestijnen of de Joden. Waar het echter om gaat is dat iedereen uiteindelijk vecht om te overleven. Niemand is slecht geboren Er was iets waar ik zelf aan moest denken toen ik zijn boeken las en zelf herkende hij zich daar ook in: het feit dat vampiers net als orcs van nature een slechte publiciteit hebben. Ze zijn slecht zonder reden om slecht te zijn. Ook bij hèn had Nicholls al jong de behoefte om daar doorheen te prikken en om hun mooie, romantische kant te zien: om ook goedheid in hen te ontdekken. Hij is zelfs lid geweest van een organisatie om de acceptatie van vampiers te bevorderen! Uiteindelijk zijn vampiers echter èchte personages geworden, net als dat hij wil dat zijn orcs zijn. Zelfs al zijn ze slecht, dan probeert hij nog een reden te geven waaróm ze dan slecht zijn; ze zijn niet zomaar slecht. Dit lukt hem bij al zijn personages op èèn na. Naar eigen zeggen is het personage Jenesta te eendimensionaal. Hij wil ons dan ook een beter beeld van haar geven in een vervolgserie. Op deze manier wil hij het realistisch houden, want niemand is slecht geboren. Bijna iedereen heeft iets goeds in zich, of heeft een reden om slecht te zijn. Hoewel hij niet kan ontkennen dat er ook werkelijk slechte mensen bestaan. | ||
De monsters van Neil Gaiman door Renee Muskens |
||
Interview met de auteur van Coraline | ||
Misschien heeft iemand zich wel eens afgevraagd wie die vent is die Tori Amos af en toe noemt in haar nummers, iemand genaamd Neil. Ik heb hem gevonden: hij is de schrijver van het pas uitgekomen kinderboek Coraline en heet Neil Gaiman. Ik heb met hem gepraat over Coraline, sprookjes, deuren en natuurlijk Tori. Het was zo gezellig dat ik er helemaal niet aan dacht een bonbon te eten die naast mij op tafel stonden. En dat wil wat zeggen.Word je er niet moe van om steeds interviews te geven? Het is nu al ongeveer zes maanden geleden dat ik mijn laatste interview gaf. Hierna ga ik naar allemaal andere landen, dus op een gegeven moment krijg ik steeds dezelfde vragen waar ik ongeveer hetzelfde op antwoord. Maar jij hebt dus geluk. Waarom heet de hoofdpersoon eigelijk Coraline? Het is een soort spiegeling, het hele boek zit vol spiegelingen. Daarbij doet het denken aan koraal, wat meteen een extra betekenis geeft: koraal groeit diep in de zee, het heeft vele mooie kleuren en vormen, onontdekte schatten. Het is iets geheimzinnigs dat zich diep onder water bevindt. Ik wilde voor de hoofdpersoon een gewone naam, die toch iets speciaals had. Toen mailde ik een keer iets naar een Caroline en ik typte haar naam verkeerd. Ik vond Coraline een goede naam. Wat was je belangrijkste bron van inspiratie bij het schrijven van Coraline? Dat is moeilijk te zeggen, ik heb er heel lang over gedaan om het boek te schrijven. Ongeveer tien jaar geleden ben ik eraan begonnen, toen mijn dochter Holly zeven was. Als ze thuiskwam zat ik achter mijn bureau te schrijven. Dan klom ze bij me op schoot en vroeg of ik voor haar een boek wilde schrijven. Ze verzon zelf veel verhalen, die altijd gingen over een klein meisje dat werd ontvoerd, maar uiteindelijk ontsnapte en op de fiets terug naar huis reed. Eigenlijk komt het idee dus van haar. Hoe komt het dat het zo lang duurde voor Coraline af was? Tien jaar geleden ben ik begonnen met een paar hoofdstukken. Daarna heb ik er een paar jaar niest aan gedaan. Na die jaren begon ik weer te schrijven, ik had een notebook op mijn nachtkastje liggen. Ik had ongeveer een derde van het uiteindelijk boek geschreven toen ik het manuscript opstuurde naar mijn uitgever. Ze vond het heel goed en vroeg zich af hoe het verder ging. Ik zei dat ik me dat ook afvroeg en dat we er wel achter zouden komen als er een contract was. De eerste scène die ik daarna schreef was van de andere vader in de kelder. Die was behoorlijk eng. En dan moet je ook nog bedenken dat dit de enige scène is die ik heb herschreven om hem minder eng te maken, eerst was het nog veel erger. Ik vond het een te groot contrast met de rest van het boek, ik wilde niet dat mensen zich na het lezen alleen dat gedeelte zouden herinneren. Is er een boodschap die je de lezer met dit boek mee wilt geven? Er zitten denk ik heel veel boodschappen in, de belangrijkste wordt verwoord door het motto: 'Sprookjes zijn meer dan waar: niet omdat ze ons vertellen dat draken bestaan, maar omdat ze ons vertellen dat draken verslagen kunnen worden.' Kinderen moeten weten dat er buiten monsters zijn. Ik heb wel eens in zo'n show gezeten, waarin mensen opbellen en vragen stellen die ik dan beantwoordde. In Amerika vroegen heel veel mensen mij toen waarom ik kinderen zo bang maakte met enge dingen als de 'andere' moeder. Ik heb geprobeerd mezelf zo goed mogelijk te verantwoorden. Dat was een heel verschil met de show waarin ik in Ierland zat. Er waren toen pas geleden twee meisjes vermoord en hun lichamen waren net teruggevonden. Veel mensen vroegen zich af waarom ik één van de weinigen was die kinderen weer attent maakte op gevaren. Kinderen hebben het trouwens wel door wanneer ze voor de gek worden gehouden. Ik zag een keer een of andere tv-show waarin iemand over straat loopt en mensen vraagt hoe laat het is. Op het moment dat iemand wil antwoorden komen er twee mensen tussen hen door lopen met een hele grote plank. Degene die vroeg hoe laat het was wisselt dan snel om met iemand anders. Als de mensen met de plank voorbij zijn heeft bijna niemand door dat hij tegen heel iemand anders aan het praten is. Volwassenen letten niet zo goed op, die merken het niet op dat iemand er opeens anders uit ziet. Dat zou je niet moeten proberen met een kind van zeven, die heeft dat meteen door. Vroeger waren sprookjes trouwens veel enger dan ze nu zijn. Kijk maar eens naar Hans en Grietje die een lieve oude dame tegenkomen, die later Hans gaat vetmesten om hem op te eten. Of Roodkapje die de wolf vertelt waar ze heen gaat .De wolf eet haar oma op en daarna Roodkapje, nadat hij haar waarschijnlijk eerst heeft verkracht. Oude sprookjes zitten vol wreedheden. En vroeger waren de stiefmoeders van nu gewoon de echte moeders. Klopt, vanaf ongeveer de derde versie zijn er in de sprookjes van Grimm veel dingen veranderd om de sprookjes minder eng te maken. Het is wel gek dat het altijd moeders zijn die in stiefmoeders veranderen, nooit vaders. Die bleven de echte vader ook al hadden zij incestueuze verhoudingen met hun kinderen. De gebroeders Grimm zijn begonnen volksverhalen op te schrijven en omdat ze vooral aan kinderen werden verteld werden de verhalen softer. In een eerdere versie van Rapunzel bijvoorbeeld is Rapunzel zwanger. Ze vraagt de heks hoe het komt dat haar kleren haar niet meer passen, maar dat komt natuurlijk omdat ze zwanger is van de prins. De heks weet dan dat er een man bij haar is geweest. In de modernere versie vraagt Rapunzel iets heel anders aan de heks, namelijk hoe het komt dat de heks zo veel zwaarder is om omhoog te tillen dan de prins. Of Doornroosje, dat is ook erg veranderd. In een eerdere versie wordt ze niet wakker als de prins haar kust, en wanneer hij daarna seks met haar heeft blijft ze ook slapen. Ze wordt zelfs niet wakker als ze een tweeling baart. Eén van de kinderen kruipt omhoog naar haar borst en begint te zuigen. De ander kruipt naar haar hand en zuigt op de vinger waarmee Doornroosje zich geprikt had. Dit kind zuigt het gif eruit, en dan pas wordt Doornroosje wakker. Je houdt veel van sprookjes hè? Heel veel. Ben je snel tevreden over je boeken? Nee. Het wordt altijd heel anders dan ik dacht. In je hoofd ziet het er zo mooi uit, dan heb je het gevoel dat je een verhaal gaat schrijven dat de hele wereld geweldig zal vinden en blijft vinden. In werkelijkheid wordt het heel anders. Wel mooi, maar heel anders. Over Coraline was ik trouwens wel tevreden, het werd net zoals ik het in mijn hoofd had. In Neverwhere (Niemandsland) en Coraline zijn deuren heel belangrijk. Heb je ook iets met deuren? Ik denk het wel. De deur uit Coraline is trouwens een echte deur: hij komt uit het huis waarin ik in 1972 woonde. Eerst was het één huis, later waren er twee huizen van gemaakt. Er was een kamer met aan twee tegenover elkaar staande muren een deur. De ene deur gebruikten we gewoon, maar achter de andere was een bakstenen muur waarachter onze buren woonden. Ik keek vaak of er opeens iets anders achter die deur was, maar altijd was die muur er. Ik heb wel vaak gedroomd dat er een gang achter zat. Een deur is ook een soort drempel. Een drempel inderdaad. Je kunt als je een deur doorgaat opeens ergens anders uitkomen, een hele andere wereld. Een bruidegom draagt zijn bruid over de drempel van hun huis. Dat is een soort ritueel, bijna net zo belangrijk als het huwelijk zelf. Ik begin nu wel benieuwd te worden naar Tori. In American Gods dat in 2001 in Amerika werd uitgegeven vertelt Neil het verhaal van de Oude Goden die door kolonisten mee naar Amerika zijn genomen. Ze dreigen vergeten te worden en in hun plaats komen de nieuwe goden van creditcards en tv's. Shadow, een man die net vrijkomt uit de gevangenis, wordt het hulpje van Wednesday. Neil laat zien wat er met Goden gebeurt als ze vergeten worden. Het boek lijkt ook een soort van reisverhaal, al worden we er voor gewaarschuwd dat het boek een roman is en dat niet alle plaatsen werkelijk zo zijn als ze beschrijven worden, als ze al bestaan. Met Scarlet's Walk beschrijft Tori de reis van Scarlet door de geschiedenis van Amerika. Ze vertelt bijvoorbeeld over de kolonisten die zich Amerika toeeigenden. Interessant dat ze net allebei met de geschiedenis van Amerika bezig zijn. Je bent bevriend met Tori Amos. Ga je wel eens naar een concert van haar? Af en toe, als we in dezelfde stad zijn. Haar eerste concert waar ik heen ging was in 1991. Ze was een fan van mij en we praatten een tijdje. Toen stuurde ze me een keer een cd, half Little Earthquakes en half b-kantjes als Upside Down en Flying Dutchman. In Tear in your hand, Space dog, Horses en Carbon is er een regeltje aan mij gewijd. Tears in your hand: 'If you need me, me and Neil'll be hangin' out wit the Dream King, Neil says hi by the way.' Space Dog: 'Seems I keep getting this story twisted, so where's Neil when you need him?' In Horses: 'And if there is a way to find you, I will find you. But will you find me if Neil makes me a tree?', en ik heb haar ook echt in een boom veranderd in het boek Stardust. In Carbon: 'Get me Neil on the line. No I can't hold have him read Snow Glass Apples where nothing seems what it is.' Ze vraagt na het concert altijd: 'Hoe vond je het?' En dan zeg ik: 'Goed, maar die eerste keer was beter.' Dat was in een zaaltje niet veel groter dan dit kantoor waar we nu zitten (ongeveer 20 vierkante meter). Maar het beste is ze als je naast haar zit op de pianokruk. Ze is een roodharige godin. Ik had voor het schrijven van American Gods rust nodig om goed te kunnen werken. Toen heeft ze me haar huis in Florida geleend. Ze is echt een goede vriendin. In Tori's muziek zie je veel spiritualiteit terug. Bij jou ook? Ja. Al hang ik niet een bepaald geloof aan. Elk boek dat ik schrijf is natuurlijk verschillend, en ik denk dat het moeilijk is om uit verschillende oogpunten te schrijven wanneer je echt een vast geloof hebt. Dus voor elk boek geloof ik iets anders. Tori's spiritualiteit heeft vooral te maken met elfen, moeder aarde, godinnen en allerlei lichte lieve dingen. Bij mij zie je meer de donkere kanten, de monsters die er toch zijn. 'Heb je mijn boek trouwens al?' vraagt Neil als hij mij naar American Gods ziet kijken. 'Ehm nee, nog niet.' En even later heb ik een gesigneerd exemplaar van American Gods 'to read in the train'. Neil vertelt dat dit boek dezelfde sfeer heeft als het nummer Wednesday van Tori. En laat de hoofdpersoon uit American Gods nu ook 'toevallig' Wednesday heten. | ||
![]() | ||
Interview Andy Serkis. door Machele Huts en Ruben te Winkel |
||
Foto: www.midfan.nlTijdens de Elf Fantasy Fair was er een lezing van Andy Serkis, de acteur die Gollum heeft gespeeld in The Lord Of The Rings. De lezing leek door de vorm meer op een persconferentie. De aanwezigen konden vragen stellen en deze werden dan beantwoord door Andy Serkis. Ondanks de korte tijd werden er erg veel vragen gesteld. Hier vind je een verslag van deze lezing.Wat is het verschil tussen het spelen van een digitaal gevormd personage en een reëel persoon? Er is geen verschil tussen een fantasy figuur en een reëel persoon. Je moet zelf helemaal de andere persoon worden. Als je speelt moet je je toch zo gedragen als die persoon met of zonder kostuums of elektronische hulpmiddelen. Het moet van binnen komen. Heb je veel last van je keel gehad, door het inspreken van Gollum? In het begin heb ik er wel last van gehad. Hiervoor dronk ik dan een speciaal drankje, waar onder andere honing en citroen in zat. Na een tijd had ik geen last meer van mijn keel. Mijn stembanden waren in stukken leer veranderd. Was het lastig om twee verschillende karakters, Smeagol en Gollum, in één rol te spelen? Het was lastig, maar ik ben zelf ook een beetje schizofreen. Daarnaast betrapt iedereen zichzelf wel dat je met jezelf praat. Allebei de karakters vechten voor dominantie in de geest van de persoon. In The Lord Of The Rings, The Two Towers komt Smeagol meer naar boven en is hij meer kinderlijk en passief. In The Lord Of The Rings, The Return Of The King wil hij als Gollum alleen nog maar de ring, en is hij ook meer agressief. Gaat de Hobbit verfilmd worden? Dat weet ik niet. Peter Jackson heeft er al over gesproken, en New Line heeft de rechten op het verhaal. Het zou logisch zijn als ze hem ook werkelijk gaan verfilmen, zeker na het succes van The Lord Of The Rings. In de verfilming van de Hobbit zou ik dan graag weer Gollum willen spelen. Maar voor dat daar aan begonnen kan worden, is Peter Jackson eerst nog bezig met de film King Kong. Ben je als acteur afhankelijk van de animators? De creatie is een combinatie van actie en animatie. Acteren is ook afhankelijk van veel andere dingen, zoals de grime, medeauteurs en de regisseur. Een voorbeeld hiervan is het moment dat Smeagol overgaat in Gollum. Het eerste deel van die scene is door mij gespeeld, terwijl ik onder de grime zat. Het twee deel van de scene, als ik echt veranderd ben in Gollum, is digitaal gemaakt. Bij het ontwikkelen van de rol Gollum voor de film is er speciaal voor gekozen dat één persoon Gollum zou spelen, in plaats van een complete computeranimatie. Hiervoor is gekozen om er voor te zorgen dat Gollum een persoon zou blijven. Bij een complete computeranimatie loopt men de kans dat iedere animator er zijn eigen finishing touch aan geeft, waardoor het geen constante persoon blijft. Hoe komt het dat Gollum zo populair is, terwijl hij eigenlijk een onaardig persoon is? Dit is een interessante vraag. Ik denk dat het komt, omdat mensen Gollum een interessant persoon vinden. Hij is heel erg herkenbaar voor mensen in zijn denken en doen. Dit komt niet door zijn uiterlijk, maar door zijn gedrag. Hij heeft geen specifieke moraal, zoals een Aragorn, maar hij past zijn moraal aan, aan de situatie. Dat zie je bij mensen ook heel veel. Daarnaast is hij een vaag en onberekenbaar persoon. Mensen blijven steeds maar gissen wat hij zal doen, maar ze zullen het van te voren nooit weten. Die onvoorspelbaarheid heeft ook zijn charme. Ook moet je je eens bedenken, wat er zou gebeuren als JIJ de ring in handen zou krijgen. Zou jij anders handelen als hij. Daarnaast heeft het ook te maken met de manier hoe wij Gollum als rol hebben neergezet. Wij hebben Gollum een slachtoffer laten zijn van de ring, een soort verslaafde. Hij heeft, zoals vrijwel iedere verslaafde, geen controle over zijn handelen ten opzichte van zijn verslaving. Dat maakt dat mensen medelijden met Gollum krijgen. Hoe was het om drie films lang te kruipen? Het was erg zwaar om drie films lang te kruipen. Ik heb er wel wat aan over gehouden, zeker door de gebogen houding van mijn rug. Nu speel ik in King Kong (weer met Peter Jackson) en daarin moet ik juist en heel goede houding hebben, een rechte rug en mijn kont naar achter. Dat is wel fijn voor de verandering. Hoe heb je je voorbereid op de rol van Gollum? Ik ben naar een galerie geweest om schilderijen te bekijken met als onderwerp pijn. Ook heb ik gekeken naar verslavingen en hier informatie over opgezocht. Voor de stem heb ik gekeken waar de pijn bij Gollum vandaan kwam. Volgens mij was de reden van zijn pijn de moord op Deagol. Ook heb ik gekeken naar mijn katten, bij het ophoesten van haarballen maken zij ook onbedoeld geluiden. Als je luistert naar dat ophoesten, klinkt dat net zoals het gollum gollum geluid van Gollum. In het boek is alleen de psyche van Gollum uitgewerkt. Ik heb geprobeerd die bestaande informatie te koppelen aan een fysieke houding. Je hebt ook een boek geschreven over het creëren van Gollum. Waar heb je de tijd vandaan gehaald om dit te doen? Ik wilde een boek schrijven over het maken van Gollum. Dit is eigenlijk begonnen met wat aantekeningen die ik maakte tijdens het maken van de film, over hoe ik Gollum tot leven wekte, zeg maar een soort dagboek. Smeagol is gebaseerd op mijn jongste zoon, toen hij geboren werd. Waarschijnlijk krijg ik ruzie met mijn vrouw als ze dit hoort, maar tijdens de geboorte moest ik aan Smeagol denken. Hij leek op Smeagol. Ook staat Smeagol voor het verliezen van onschuld. Kinderen verliezen op een gegeven moment ook hun onschuld. Dit gebeurt als zij een bewustzijn ontwikkelen. Dan verliezen ze ook hun onschuld, kinderen kunnen ontzettend gemeen zijn. Hoe was de scène geschoten, toen Gollum in Mount Doom viel? Over deze scène was eerst wat discussie. Peter Jackson wilde dat Frodo een heroïsch gevecht zou voeren met Gollum en hem dan in Mount Doom zou duwen. Ik wilde dat Gollum, net zoals in het boek, zou winnen en dat hij zijn overwinningsdansje zou doen, waarna hij in de vulkaan zou vallen. Waar het op neer komt is dat er een gevecht zou zijn voor de macht. De macht van de ring. De scène zelf was geschoten in een motion capture studio. Motion capture is echter dan animatie. In motion capture zie je iedere beweging van de acteur, iedere ademhaling. Het is veel preciezer dan animatie. Ik ben dan ook van mening dat het eigenlijk performance capture zou moeten heten. Hoe was de ontwikkeling van de relatie tussen de acteurs? In het begin was het erg lastig. Het was voor de acteurs van Frodo en Sam eerst erg lastig om een tegenspeler te hebben die niet in een kostuum zat, maar in een lycra pak. Later raakte iedereen er gewend aan, en ging het beter en ontstond er harmonie. Ik zie de andere acteurs nog wel eens, zoals bij de Oscar uitreiking. Welke schilderijen hebben Gollum beïnvloed? Een schilderij van John Hows, waar hij op een rots zit. Hij lijkt dan op een dakloze jongere. Maar die heeft Gollum erg beïnvloed en heeft mij laten beslissen dat Gollum op handen en voeten moest lopen. Hoe is het om twee rollen in een film te spelen? Dit is het geval in zowel The Lord Of The Rings als in King Kong. Ik ben van mening dat ik in The Lord Of The Rings maar een rol heb gespeeld. Gollum is de donkere zijde van Smeagol. Ik moet nog zien hoe het zich ontwikkelt in King Kong. Ik weet nog niet of in King Kong mijn beide rollen elkaar tegenkomen. Maar ik ben wel benieuwd. Wiens idee was het om Gollum te laten optreden tijdens de MTV Awards? Het was Peter Jackson's idee om Gollum op te laten komen. Hij wilde wat speciaals doen. Het was nog best lastig om dit voor elkaar te krijgen. Ik moest eerst de rol van Gollum spelen en tijdens de MTV Awards hierop reageren als mijzelf. Hoe vond jij het om Gollum te zien in de uiteindelijke film? Tijdens het ontwikkelen van Gollum waren wij erg onzeker of Gollum wel goed zou aanslaan bij het publiek. Vooral tijdens een re-shoot van The Lord Of The Rings, The Two Towers, de scène van Gollum met Frodo op een rots, kregen we het idee dat het zou gaan werken. Pas tijdens de première in New York merkte ik dat het echt goed was. Het publiek zag Gollum niet als een digitale animatie, maar als een echt karakter. Wat is je favoriete scène uit de film? Dat zijn er teveel om op te noemen. Het ensemble werk was erg goed, want iedereen deed zijn uiterste best. Ik denk dat het door de combinatie van Peter Jackson en de goede acteurs een, in zijn geheel, erg goede film is geworden. Vind je het niet gek dat iedereen hier, op de Elf Fantasy Fair, rondloopt, verkleed als elven, orcs en andere fantasy creaturen? Voor mij is het eigenlijk normaal, omdat het op de set van The Lord Of The Rings niet anders was. Daar zag je ook groepen orcs lunchen en elven en tovenaars rondlopen. Hier zijn allemaal mensen met een passie voor dit soort dingen. En eigenlijk is er geen verschil, behalve dat de acteurs er voor betaald kregen. Dus eigenlijk is het, voor mij, normaal. Hierna speelde Andy Serkis een scène uit The Lord Of The Rings, de scène met de innerlijke strijd/ discussie van Gollum en Smeagol. Het viel op dat het niet opviel dat de animatie van Gollum niet aanwezig was. Door de non-verbale uitdrukkingen van Andy, leek het alsof je naar Gollum keek en niet naar Andy Serkis. Andy kreeg hiervoor een staande ovatie van alle toehoorders. | ||
Interview met Diana Gabaldon door A.R. |
||
En haar fascinatie voor Schotten in kilten | ||
Wel eens van de reisboeken van Diana Gabaldon gehoord? Ze vertellen over de ad remme verpleegster Claire, die via een steencirkel in Schotland tweehon¬derd jaar terug in de tijd belandt. Daar ontmoet ze haar grote liefde, Jamie Fraser. Samen doorstaan ze alle moeilijkheden die ze op hun weg tegenkomen en pro¬beren ze een eigen bestaan op te bouwen temidden van de woelige tijd van de achttiende eeuw waarin ze leven. Voor mij behoren de boeken over Claire en Jamie tot de mooiste die ik ooit gelezen heb. Er zijn maar weinig boeken waarbij ik met enige regelmaat hardop moet lachen om bepaalde passages. En een liefde zo groot dat ze twee eeuwen kan overspannen, valt natuurlijk bij elke romanticus zoals ik in de smaak. Toen ik de kans kreeg de schrijfster van deze prachtige boeken te interviewen, greep ik die dan ook met beide handen aan.Maar laten we bij het begin beginnen Op dinsdagmiddag vertrek ik vol goede moed naar Amsterdam voor mijn interview met Diana Gabaldon. Ik ben op tijd vetrokken, want zo vaak kom ik niet in Amsterdam en ik zou het toch ook wel leuk vinden om nog een beetje te kunnen winkelen als ik er dan toch ben. Terwijl ik in de trein zit, kijk ik nog eens rustig alle vragen door die ik in de afgelopen weken bedacht heb. Zitten er geen domme of erg voor-de-hand-liggende vragen bij? Ik besluit van niet, en begin voor de zoveelste keer nog eens door 'Reiziger' te bladeren, eigenlijk alleen maar om iets te doen te hebben. Ook een aantal uitgaven van 'Religie & Mystiek' moeten eraan geloven. Dan, na anderhalf uur, en godzijdank zonder vertraging, komt de trein aan op bet station en kan ik op weg naar Hotel Ambassador, waar het inter¬view zal plaatsvinden. Langzaam, want ik ben nog behoorlijk vroeg, loop door de Kalverstraat, maar eigenlijk ben ik te zenuwachtig om echt goed te kunnen winkelen. Ik koop nog een boek bij De Slegte en dan besluit ik toch maar gewoon regelrecht door te lopen naar het hotel. Als ik bet hotel binnenkom word ik gelijk vriendelijk welkom geheten door een van de medewerkers. Er wordt mij verteld dat het schema voor vandaag was is uitgelopen, maar dat ik binnen een half uur wel aan de beurt zal zijn. Ik ga zitten op een van de zeer grote zitstoelen en ik moet mezelf echt dwingen om niet met open mond rond te kijken in dit naar mijn idee bijzonder chique hotel. Na vijf minuten komt Diana zelf voorbij gelopen, kijkt me vriendelijk aan en verlaat vervolgens het hotel. Enige argwaan over die vertraging komt bij me op, maar ik blijf zitten waar ik zit. Als ik er na 20 minuten nog zit, komt een van de baliemedewerkers op mij af en vraagt wat ik ook alweer kwam doen. Na een korte uitleg van mijn kant, probeert hij voor mij iemand van uitgeverij M aan de telefoon te krijgen om te vragen waarom het zo lang duurt. Dan blijkt dat er iets mis is gegaan in de communicatie. Het interview is op woensdagochtend ingepland en helemaal niet op dinsdagmiddag! Voor mij zit er dus niets anders op dan te vertrekken en de volgende dag weer terug te komen. Gelukkig dat ik een OV heb. De volgende ochtend heb ik helaas niet zo veel geluk als de dag ervoor. Onderweg naar Amsterdam mis ik twee keer een aansluiting en voor we eindelijk het station binnenrijden staat de trein nog een kwartier een paar honderd meter voor het station te wachten. Helemaal op tijd ben ik dus deze keer niet, maar eenmaal opnieuw in Hotel Ambassador aanbeland blijkt dat dat niet zo'n probleem is. Ik word gelijk doorverwezen naar een luxe salonruimte, waar Diana al op mij zit te wachten. Is dit het eerste interview dat je vandaag hebt? "Ja, ik heb wel vanochtend al een fotosessie gedaan, maar dit is het eerste interview. Ik ben vroeg in de morgen nooit zo goed aanspreekbaar, vandaar dat ik nooit zo heel vroeg al met een interview begin." Ik verontschuldig me dat ik zo vroeg ben, het is net 10 uur geweest. "Nee hoor", zegt Diana lachend. "nu ben ik al wel wakker genoeg om normaal met je te kunnen praten." Vind je het leuk om interviews te geven? "Meestal wel. Het is vooral heel erg afhankelijk van degene met wie ik praat. Maar het is altijd wet interessant." Op je website zeg je dat de hoofdpersonen in het boek bepalen wat er gebeurt en hoe het verhaal loopt. Heb je daar zelf helemaal niets over te zeggen? Natuurlijk heb ik er zelf wel iets over te zeggen, hoor. Ik kan het verhaal met name sturen door de plaats waar het speelt te bepalen. Bijvoorbeeld de strijd bij Culloden. Ik heb besloten Jamie en Claire daar te laten zijn op dat moment, maar eenmaal daar waren zij degenen die kozen aan welke kant ze gingen staan. Na Culloden gingen heel veel Schotten naar Amerika, dus het zou best logisch zijn als Jamie en Claire dat zouden doen. Tot zover kan ik het verhaal wel sturen, ja. Maar ik dwing ze nooit om iets te doen, dan zou het verhaal ook niet meer soepel verder gaan." Als jij niet degene zou zijn die jouw boeken geschreven had, zou je ze dan gelezen hebben en net zo mooi gevonden hebben als je fans nu? "Dat denk ik wel. Ik word eigenlijk altijd wel vrolijk van mijn boeken. Ik vind het zelf ook gewoon hele leuke verhalen, en ik ben voortdurend benieuwd hoe het verder zal gaan." Als je boeken eenmaal gepubliceerd zijn, lees je ze dan nog wel eens? "Ja, in de eerste plaats vooral om te voorkomen dat ik fouten maak, dat kleine dingen elkaar tegen zouden spreken. Maar ik vind het ook altijd leuk om ze te lezen nadat ze gepubliceerd zijn. Het is dan niet meer alsof ik ze zelf geschreven heb. Als ik eraan bezig ben, schrijf ik steeds verschillende stukjes en ben ik voort¬durend bezig die aan elkaar te plakken. Voor mij bestaat het verhaal dan gewoon uit stukjes en beetjes. Wanneer het boek eenmaal is uitgekomen, is het echt een geheel geworden. Dat vind ik altijd heel leuk om te zien." Heb je een speciale bron van inspiratie? "Eigenlijk haal ik overal mijn inspiratie vandaan. In mijn geval gebeurt het vaak dat ik toevallig iets hoor over een gebeurtenis in de 8e eeuw waar Schotten mee te maken hadden. Dan word ik daar door gefas¬cineerd en moét ik daar echt iets over schrijven. Elke schrijver zal je vertellen dat hij of zij eigenlijk over¬al wel inspiratie uit opdoet. Uit dingen die hij zelf heeft meegemaakt, zinnen of gesprekken die hij toe¬vallig opgevangen heeft op straat. Ik heb bijvoor¬beeld echt niet zitten bedenken hoe een twee jaar oud kind zich nou zou gedragen. Dat heb ik zelf vaak genoeg meegemaakt om dat gewoon te weten." Ben je eigenlijk van plan om door te gaan met schrijven of heb je andere plannen? "Ik heb altijd at willen schrijven en daar ga ik dus ook zeker mee door. Ik wist eerst alleen niet zo goed hoe ik moest beginnen. Dus dacht ik: "de beste manier om te leren schrijven is gewoon door het te gaan doen". Ik heb er eerst over gedacht om mysteries te gaan schrijven, maar toen bedacht ik me dat daar meteen een echt plot voor nodig zou zijn, en ik wist niet zeker of ik dat wel kon. Uiteindelijk kwam ik uit op historische romans. Onderzoek doen was iets waarvan ik al heel goed wist hoe het moest en met name in een historische roman kun je door heel veel details aan de achtergrond toe te voegen het verhaal al heel echt en levendig maken. Toen ben ik gewoon begonnen." Hoe ben je toen op het idee gekomen om over de 18e eeuw te gaan schrijven? "Dat idee kwam eigenlijk toevallig. Ik volgde al een tijdje een programma waarin een ruimteman door de tijd reisde en overal metgezellen oppikte. Op een keer kwam hij aan in de 18e eeuw in Schotland, waar een zeer indrukwekkende Schotse clansman, gekleed in een kilt, een van zijn metgezellen werd. Toen dacht ik: ik ga schrijven over de 18e eeuw in Schotland, met een Schotse clansman in kilt als hoofdpersonage." Denk je dat de liefde tussen Jamie en Claire ook in onze eigen tijd zou kunnen bestaan? In onze tijd zijn dingen als eer en moed en plichtsgevoel schijnbaar veel minder belangrijk geworden, terwijl die voor hen juist zo belangrijk zijn. "Hun liefde zou zeker ook in onze tijd kunnen blijven bestaan. Eer en moed zijn eigenschappen in mannen die nu nog steeds bestaan, alleen zijn ze veel minder hard nodig omdat we nu eenmaal in veilige tijden leven. In onze tijd nemen mannen en vrouwen een gelijke plaats in de samenleving in. Maar zodra het ergens moeilijk en zwaar wordt, komen die eigenschappen zo naar boven. Ik moet hierbij denken aan mijn jongste zoon en dochter. Op een middag waren ze in een zwembadje in de tuin aan het spelen, terwijl ik van een afstandje toekeek. Mijn zoon was toen net 5 jaar oud. De hond van de buren kwam aangerend, grommend, en mijn zoon springt overeind, trekt zijn zusje achter zich om haar te beschermen en gromt terug naar de boze hond. Alleen al aan die reactie merk je dat mannen toch, ook tegenwoordig, een soort beschermende rol hebben. Ik heb mijn man ook al meerdere malen plotseling in die rol zien springen. Hetzelfde is eigenlijk aan de hand met aanpassingsvermogen tot primitieve omstandigheden. Wij als mens hebben daar een groot vermogen voor, alleen benutten de meesten van ons dat nu niet meer. Ik heb het zelf ervaren tijdens het vele onderzoek dat ik gedaan heb. Als vanzelf pas je je aan de omstandigheden die zich voordoen aan, bijna zonder daar echt over na te denken. Eenmaal weer terug in de normale wereld, ben je natuurlijk wel weer blij met het warme water, maar daar blijft het dan ook bij. Een van de redenen waarom ik Claire uit de periode van vlak na de Tweede Wereldoorlog heb laten komen, is omdat ze dan al enigszins gewend zou zijn aan die primitieve omstandigheden en zich dus ook veel makkelijker aan het leven van de 18e eeuw zou kunnen aanpassen." Zou Jamie het op zijn beurt leuk vinden om te leven in onze tijd? "Dat denk ik niet, nee. Hij zou het helemaal niet waarderen. Maar gelukkig hoeven we ons daar geen zorgen over te maken, want hij kan nu eenmaal niet tijdreizen dus hij zal het ook nooit ervaren." Tijdreizigers, zouden die nu echt bestaan? "Geen idee, en we zullen het ook wel nooit te weten komen. Maar het zou goed kunnen, ik bedoel, er zijn zoveel vreemde en rare mensen op de wereld, wie weet waar die allemaal vandaan komen." En de geschiedenis veranderen? "Daar heb ik een theorie over ontwikkeld. Zodra een tijdreiziger namelijk in het verleden is aangekomen, heeft hij niet meer macht dan de andere mensen uit die tijd. Kennis op zich vormt nog geen macht. Er doen zich veel problemen voor. Stel, je weet dat er iemand vermoord gaat worden, dan en dan, en op die bepaalde plaats. Wat denk je dat er zou gebeuren als je dat aan iemand zou vertellen? De kans is groot dat diegene je niet alleen niet zou geloven, maar misschien ook wel gewoon jou gaat zien als de mogelijke moordenaar. Je kunt het ook anders proberen. Je zou jezelf tussen de moordenaar en zijn doelwit kunnen gooien, met een grote kans dat je zelf sterft en dat de moordenaar vervolgens toch nog zijn doelwit doodt. Of je gat zelf achter de moordenaar aan, waarna je hoogstwaarschijnlijk wordt opgepakt omdat jij dan hém hebt aangevallen. Je ziet, het ligt nogal gecompliceerd. Verder worden de meeste en dus ernstige gebeurtenissen niet veroorzaakt door een persoon. Er zijn vaak vele mensen bij betrokken, waarvan het grootste deel en kant op wil en slechts een klein aantal andere. Als jij nu de geschiedenis wilt veranderen, ben je waarschijnlijk een van degenen die de andere kant opduwt. Maar een enkele persoon maakt in zo'n geval geen verschil. Het enige wat je nog zou kunnen bedenken, is dat er soms bepaald persoon centraal staat in zo'n grote gebeurtenis. Die persoon zou je uit kunnen schakelen. Maar dan krijg je weer met ethische problemen te maken, die problemen die Claire en Jamie ook hadden en die de reden waren waarom ze Charles Stuart toch niet hebben vermoord." "Wanneer ooit de dag aanbreekt dat wij uiteengaan, en mijn laatste woorden dan niet zijn: 'ik hou van je', dan moet je weten dat dat was omdat ik geen tijd meer had." Dit is de laatste zin uit Het Vlammende Kruis. Achter in dat boek bedank je je man voor die laatste zin. Waarom? "Dat is iets wat mijn man een paar jaar geleden tegen mij gezegd heeft. We zaten aan het ontbijt, en plotseling legde hij zijn krant neer en vertelde mij dit. Ik vond het een hele toepasselijke zin als afsluiting van het verhaal, dus heb ik hem daarvoor gebruikt." Dan komt Marc van de uitgeverij binnen en vraagt mij of ik het gesprek langzaam wil gaan afronden. Dat wil ik eigenlijk helemaal niet, maar er zit natuurlijk niets anders op. Ik probeer Diana te bedanken voor het leuke gesprek, maar dat laat ze niet toe. "Nee, jij bedankt," houdt ze vol, "ik vond het heel gezellig." Het interview bleek eigenlijk gewoon een heel gezellig gesprek te zijn geweest. Zodra we begonnen met praten vielen mijn zenuwen helemaal weg. Diana vertelt hele verhalen als antwoord op mijn vragen en ik geef het dan ook al snel op om alles meteen op te schrijven. Dat doe ik op de terugweg in de trein wel. Het gesprek was zeker de moeite waard en op de weg terug bedenk ik me dat ik het helemaal niet erg heb gevonden dat ik hiervoor twee keer naar Amsterdam moest reizen. | ||
![]() | ||
James Clemens: Hoe een dierenarts zich tot schrijven zette door Daniel Valkenhoff en Iris Savelkouls |
||
"Ik ga door met schrijven… een dezer dagen".<br /> | ||
James Clemens spreekt en signeert tijdens de Elf Fantasy Fair 2007.Foto's: Ap Bernhart, http://album.zoom.nl/user/bernhartOver de wereld verspreid lezen steeds meer fantasy-liefhebbers de boeken van James Clemens, terwijl vele thriller-liefhebbers de boeken van James Rollins lezen. Ondertussen brachten tot voor kort ook nog veel dierenbezitters hun huisdieren naar een succesvolle dierenarts in Californië. Geloof het of niet, deze drie mannen zijn één en dezelfde persoon. Als fantasy-auteur maakte James Clemens naam met de serie Verboden en Verbannen. Inmiddels is hij bezig met de serie De kronieken van de godengebieders. In 2007 was hij in Nederland, om eregast te zijn op de Elf Fantasy Fair. Wij zoeken hem op, één dag van tevoren, in de lounge van een sjiek hotel, ergens in Amsterdam. Daar zit hij dan, de schrijver, die al zoveel lezers heeft verzameld. Maar hij is erg aardig, helemaal niets om zenuwachtig voor te zijn. Iris: "Je bent thriller-auteur, fantasy-auteur én dierenarts." James: "Ja een beetje schizofreen soms, een beetje verwarrend." Iris: 'En je hebt 4 huisdieren." James: "Ja, ik heb een kleine papegaai die Igor heet en een Duitse herder die Emma heet, een golden retriever die Penny heet en een boxer met de naam Pie." James Clemens houdt erg van dieren. In zijn boeken komen veel hondachtige dieren voor, zoals de changelings in Verboden en Verbannen en natuurlijk, in het nieuwe boek, Pup, het kleine, onzichtbare hondje dat het weesmeisje Dart steeds bij zich heeft. James vindt de sidekicks erg leuk, ze geven extra flair aan het verhaal. Inmiddels werkt James niet meer als dierenarts, ook de praktijk bezit hij niet meer. Hij is nu actief als vrijwilliger met een groep die zwerfkatten vangt om ze te laten steriliseren. "Zo blijf ik toch een beetje in die dierenartsenwereld, voor het geval dat mensen ooit realiseren dat ik echt niet kan schrijven…" Marsmannetjes Daniel: "Je begon met studeren omdat je er niet zeker van was of je wel kon leven van het schrijven. Hoe lang wil je al schrijver worden?" James: "Ik heb altijd schrijver willen worden. Ik was altijd de verhalenverteller in de familie. Ik vertelde mijn zusje eens iets –ik geloof dat ik 10 was en mijn zusje 8- terwijl we in de auto zaten te wachten op mijn moeder die naar de supermarkt was. Ik zei: "Weet je waarom Mam naar de supermarkt is?" "Omdat we eten nodig hebben…," zei zij. En ik begon: "nou, het is omdat we straks weggaan. Morgen, gaan we met zijn allen naar Mars. We zijn eigenlijk Marsmannetjes en we gaan morgen weer terug naar huis." "We zijn geen Marsmannetjes!" En ik zei: "nou, dat is waar Carry, maar eh… wij hebben jou geadopteerd, jij bent menselijk. Ik wilde je alleen even laten weten dat we morgen vertrekken en jou achterlaten…" Tegen de tijd dat Mam terugkwam bij de auto, was mijn zusje hysterisch. Ik was altijd degene die verhalen vertelde en ik las veel. Toen ik op Junior High zat en op de High School, hield ik me bezig met schrijven en zodra ik naar de universiteit ging deed ik het nog steeds een beetje. Maar altijd dacht ik dat je om een goede schrijver te zijn, je als het ware uit die literaire boom moest zijn gevallen… Je grootvader moest F. Scott Fitzgerald of Hemingway zijn. Welke kans maakte ik om schrijver te worden? Ik hield van dieren, ik hield van geneeskunde en ik hield van wetenschap, dus ik wilde dierenarts worden." Clemens stopte daarom met schrijven. De studie diergeneeskunde was ook erg druk en toen hij begon als dierenarts, werd het er niet beter op. Maar de droom om schrijver te worden bleef. Clemens bleef tegen zichzelf zeggen, dat hij wilde doorgaan met schrijven 'een dezer dagen…een dezer dagen'. Op zijn dertigste, tien jaar nadat hij met zijn studie begon, kwam het besluit: "Ik dacht: 'Weet je wat? Ik kan 'een dezer dagen' blijven zeggen, maar eens raken die dagen op. Als ik echt een schrijver wil zijn, kan ik het beter nu doen." Clemens creëerde een hoekje in zijn huis met bureautje en computer en maakte de afspraak met zichzelf dat hij drie pagina's zou schrijven. Het hoefde niet eens goed te zijn. Zo hoopte hij in de routine van het schrijven te komen. Ook werd hij lid van een kritiek-groep die verhalen aan elkaar uitwisselde. "Ik begon met het schrijven van hele slechte korte verhalen, die ik in mijn tuin heb begraven en waarvan ik hoop dat niemand het ooit zal lezen. Maar je moet ergens beginnen. Ik heb het drie jaar gedaan, waarmee ik verschillende stijlen heb uitgeprobeerd. Uiteindelijk ben ik begonnen aan een roman en die werd, tot grote verrassing van mij en de kritiekgroep waar ik lid van ben, gepubliceerd." Dat zijn meteen ook goede tips voor beginnende schrijvers: lid worden van een kritiekgroepje dat je aan de gang houdt en het stellen van een persoonlijk doel. James: "Mijn doel was om drie pagina's per dag te schrijven. Drie pagina's lijkt niet veel, maar na verloop van 6 maanden heb je toch een aardige stapel papieren naast je liggen." "Voor het publiceren is doorzettingsvermogen vereist. Ik ben afgewezen door vijftig verschillende agenten. Wat als ik bij de 49ste was gestopt? De truc is om het beste verhaal te schrijven dat je kunt op dit moment in je leven en leg het weg zodra je het verstuurd hebt, niet meer blijven polijsten aan hetzelfde verhaal. Je wordt geen betere auteur door herschrijven, je wordt alleen maar een betere auteur door verder te gaan met schrijven." "Wat ik ook aanraad is, lees elke avond. Ik heb nooit officiële training gehad in het schrijven en alles heb ik mezelf geleerd. Toen ik een keer 's morgens een probleem had met een dialoog, las ik 's avonds bij het lezen van een boek hoe een andere auteur het had opgelost!" ls Iris hem vraagt of hij vooral fantasy en thrillers leest of ook andere lectuur, zegt hij: "Ik lees zowat alles!" Terry Brooks Daniel wil weten hoe het zo gekomen is dat hij én James Clemens de fantasy-schrijver is én James Rollins de thriller-schrijver. Dat blijkt meer per ongeluk dan doelbewust te zijn. Het lukte hem eerst niet om zijn eerste thriller gepubliceerd te krijgen en is wel vijftig agenten langs geweest. Ondertussen was hij begonnen aan een fantasy-roman. "Ik dacht dat ik misschien geen thrillers kon schrijven, dus ik startte met fantasy." Hij besloot dat verhaal in te sturen naar een wedstrijd. Een van de jury-leden van die wedstrijd was Terry Brooks. En dankzij de interventie van Terry Brooks is het naar een uitgeverij gezonden. Intussen had zijn agent een uitgeverij voor de thriller gevonden. Binnen een week waren beide boeken gepubliceerd... "Uiteindelijk had ik twee uitgeverijen, twee verschillende genres, en elke uitgeverij suggereerde, omdat de genres nogal verschillend waren, om verschillende namen te gebruiken om de lezer niet in verwarring te brengen over of het volgende boek nu een thriller of een fantasy-roman zou zijn. En zo zijn Rollins en Clemens geboren." Als Daniël hem vraagt waarom mensen volgens hem graag fantasy lezen, is zijn antwoord duidelijk: ontsnapping. `We gaan naar een plaats buiten ons leven, waar we ons niet druk hoeven te maken over het betalen van de electriciteitsrekening. Het mooie aan fantasy is dat het je naar de wildste plekken kan brengen." Daniel: "Zijn er karakters die je beschreven hebt, die je, als ze echt zouden bestaan, tegen zou willen komen of juist absoluut niet?" James: "In mijn fantasy-boeken komt een oger (een monsterachtige reus, red.) voor met de naam Tolchuck, waar ik alleen maar dol op ben. En er is Mogweed, die is zo verachtelijk, als ik hem op straat tegenkom, zou ik hem in z'n ballen trappen." Hij lacht. Op de vraag of hij sommige personages moeilijk vond om te schrijven, zegt hij dat hij moeite had met Arel, een personage uit zijn eerste fantasy-serie. "Hij is gewoon té goed, hij heeft nauwelijks kwade kanten. Het personage waarvan ik waarschijnlijk nog steeds hou om over te schrijven is Dart, met haar kleine sidekick. Ze heeft veel kleine hoekjes in haar persoonlijkheid en in het volgende boek zie je nog meer van haar." James wil zijn karakters niet te zwart of te wit neerzetten: "Je wilt niet dat je schurk té gemeen is, dat is saai. Je schurk moet hetgene doen waarvan hijzelf meent dat het zinvol is. Om dezelfde rede moet je held niet alleen maar wit zijn. Wat je held interessanter en sympathieker maakt, zijn de donkere trekjes in hem." Creatonisme versus evolutie Daniel: "Nu een meer persoonlijke vraag over jezelf. De site waar wij voor schrijven, is geïnteresseerd in alles wat te maken heeft met religie en mystiek, in de breedste zin. Daarom willen wij weten: ben je religieus?" James: "Dat ben ik, maar niet in formele zin. Ik ben katholiek opgevoed, maar ik beschouw mezelf niet als rooms-katholiek. Ik onderzoek veel dingen over religie, ook over het hele debat van creatonisme versus evolutie, welke ik voor mijn laatste thriller Black Order gebruikt heb. Je zou gemakkelijk kunnen raden aan welke kant ik sta, omdat ik dierenarts ben en evolutie biologie heb gestudeerd, maar ik wil de dingen niet te zwart-wit afschilderen. Ik vond enkele interessante dingen die enkele verrassende, kleine conflicten in het verhaal brachten." "Er zijn ook veel thema's die ik naar voren breng in mijn series. Als Elena haar krachten verkrijgt, zit ze in een appelboomgaard en reikt ze naar een appel om deze te plukken. Op dat moment verdwijnt haar hand en als ze dan haar hand terugtrekt, is het zo rood als bloed. Natuurlijk lijkt dit erg op het verhaal van Adam en Eva: ze plukt een appel en verkrijgt dan haar krachten…" Verder heeft James nog de thriller Map of Bones geschreven: over de opmerkelijke parallellen tussen de Bijbelse en de Egyptische mythologie. Daniel: 'Welk genre vind je het leukst om te schrijven, thriller of fantasy?" James: "Gewoonlijk is dat het genre wat ik nu net niet aan het schrijven ben…" Hij lacht. "Als ik thrillers schrijf, en mijn karakters zitten in het nauw, denk ik 'ik wou dat ik ze magie kon laten gebruiken, omdat ik niet weet hoe ik ze uit die ellende krijg'. Terwijl als ik fantasy schrijf, realiseer ik me "O nee, dat karakter hier in dit continent heeft informatie nodig dat het karakter verderop heeft, terwijl ik geen telefoons in die wereld heb… mmm." James vindt het leuk om te schipperen tussen de twee genres. Daniel: "Als je de kans zou krijgen iemand uit te kiezen om hem of haar het hemd van het lijf te mogen vragen, van wie zouden die dan zijn?" James: "Hoewel het mag klinken als een cliché, ik zou zo graag J.R.R. Tolkien willen spreken. Niet zozeer omdat ik een grote fan van hem ben, maar omdat ik denk dat hij fascinerende persoonlijkheid is om mee te spreken. In een hoekje van zijn kantoor heeft hij een complete wereld geschapen, van de taal, inclusief spelling. Ik kijk er naar uit om Children of Huiren te lezen." Indiana Jones Daniel wil weten of er spoedig nog nieuwe boeken komen. James antwoordt dat Achterland (het tweede deel van De Schaduwgrens) er natuurlijk aan zal komen, het tweede deel van De kronieken van de godengebieders, en er komt binnenkort nog een nieuwe thriller uit in de VS (Black Order, red.). Ook zal hij het boek schrijven van de volgende Indiana Jones film. Hoe dat zo gekomen is? "Mijn fantasy-uitgever wist dat mijn thrillers veel archeologische elementen bevatten, daarom meende men dat ik er wel geschikt voor zou zijn. En ik tja, ik houd van Indiana Jones. Ik heb nog nooit eerder zoiets gedaan, maar het zal heel boeiend zijn." www.jamesclemens.com En als je nu zo nieuwsgierig bent geworden dat je ook nog een interview met thriller-auteur James Rollins wilt lezen, klik op de volgende link. www.ezzulia.nl/forum/viewtopic.php?t=2791 | ||
![]() | ||
Spirituele politiek |
||
In gesprek met de leden van JongMens | ||
| "Toch kan politiek wel degelijk spiritueel zijn, als het aansturen van een land en het komen tot een goede besluitvorming gebeurd op basis van wijsheid, inlevingsvermogen en verbondenheid." (tekst te vinden op www.mensenspirit.nl) Misschien komt 'ie er, wie weet: de Partij voor Mens en Spirit, een nieuwe politieke partij in Nederland. Deze partij streeft naar meer ruimte voor spiritualiteit in de politiek en samenleving. Ze heeft al afdelingen in verschillende steden in Nederland. De partij heeft ook een jongerenafdeling, JongMens. Die heeft al een eigen hyve en is bezig een programma op te zetten. Maar wat is dat eigenlijk: politiek bedrijven vanuit een spirituele visie? Jonge Wolven sprak met twee voormalige actieve leden: Eline (21) en Inanna (49). Wat dreef jullie om voor JongMens actief te worden? Inanna: "Al jaren heb ik een grote affiniteit met jongeren. Eerst in het onderwijs en toen ik actief werd voor de Partij voor Mens en Spirit, vond ik het super om coordinator te worden van JongMens, de jongeren binnen de partij." Eline: "Het leggen van verbindingen tussen jongeren en meer in het algemeen tussen allerlei mensen uit verschillende achtergronden. Dat vind ik zelf altijd heel leuk om te doen: mensen kennis laten maken met iets wat nog redelijk onbekend voor ze is. Voor mijzelf geldt dat net zo goed. Het doet me heel goed om allerlei mensen te ontmoeten die me inspireren, te horen waar ze zich mee bezig houden." Ze heeft ook concrete redenen om zich politiek in te zetten voor jongeren: "Ik heb de indruk gekregen dat jongeren vaak niet gelukkig zijn en zelfs depressief. Ik hoor vaak verhalen over moeilijke gezinssituaties, de drukte rondom school en relaties met anderen." Wat is JongMenS volgens jullie? Wat zijn de grondwaarden van deze groepering? Eline: "JongMenS is een platform voor jongeren om te kunnen zijn wie ze zijn en zich met elkaar te verbinden. Onze waarden zijn openheid, respect, oprechtheid, verbinding, bezieling, een filosofische benadering met veel lichte en humoristische invloeden." Alleen blijkt dat in de praktijk vaak lastig: "Deze grondwaarden hangen denk ik nauw samen met die van Mens en Spirit zoals ook in het concept-visieprogramma is te ontdekken, maar de praktijk is altijd wat weerbarstiger met nog veelal in het hoofd hoe het allemaal hoort, structuren, visies op de waarheid en gesprekken waarin er niet zo goed naar elkaar geluisterd wordt." Hoe verhoudt JongMens zich ten opzichte van de Partij voor Mens en Spirit? Eline: "Voor Mens en Spirit is JongMenS de vertegenwoordiging van de nieuwe generatie die weer een andere, frisse, soms originele visie hebben die zich richt op meer duurzaamheid, investering in de toekomst wat betreft meer eerlijke handel en gelijkheid in de wereld." Inanna: "JongMens is een onderdeel van de Partij voor Mens en Spirit. Jongeren die zich aansluiten hebben een hoge affiniteit met het gedachtegoed van de partij. Daarnaast is er ook een behoefte om dit een meer eigen vertaalslag te geven. Een visie vanuit jongeren." Eline: "JongMenS en Mens en Spirit zitten in grote lijnen op dezelfde lijn, maar ik denk dat de uitwerking ervan anders is. Dit uit zich denk ik weer in de zeer brede kijk van jongeren op de werkelijkheid en de samenleving en de hang naar het integreren van allerlei vernieuwende ideeen. Misschien ook meer flexibel zijn in het aanpassen van de eigen mening." Hoe werd JongMenS opgericht? Hoe raakten jullie erbij betrokken? Eline: "JongMenS werd opgericht in de beginperiode van Mens en Spirit, maart 2008. Ik zat er toen al bij, want ik had een bewuste keuze voor Mens en Spirit gemaakt ten tijde van de oprichting die voortkwam uit een initiatief dat SPI (Spiritueel Politiek Initiatief) heette en dat al een paar jaar aan de gang was. Daaruit werd toen Mens en Spirit en daarnaast Heel Nederland opgericht. Intuitief heb ik voor Mens en Spirit gekozen." Inanna: "JongMens was al opgericht voor ik bij de partij voor Mens en Spirit kwam. Wat ik al eerder schreef, jongeren draag ik in mijn hart. Misschien komt het ook wel omdat ik mij jong voel, dat ik een aansluiting heb met jongeren." Eline: "De eerste keer zaten we met een groepje jongeren bijeen en een coordinator vanuit Mens en Spirit. Deze eerste bijeenkomst was om kennis te maken en te brainstormen over wat JongMenS zou worden. Wat opviel was dat er een heel open en verbonden sfeer was met veel enthousiasme en warmte." Inanna: "Het mooie vond en vind ik dat deze jongeren ook allen een interesse hebben in spiritualiteit in de ruimste zin van het woord, zonder zweverig te zijn. Op de een of andere manier zijn zij al verder in 'voorbij het ego' dan de volwassenen van mijn leeftijd." Welke dingen deden jullie voor de partij? Welke taken/functies hadden jullie? Inanna: "Gedurende een jaar ben ik betrokken geweest bij de partij als bestuurslid, lid van de fractiegroep en een aantal visiegroepen. Van JongMens ben ik coordinator geworden. Maar dat is meer een naam dan een taak. De jongeren hebben een unieke kracht om vanuit een organisch samenwerken ook samen tot iets te komen. Binnen JongMens is er een taakverdeling zonder dat er een verdeling is van de taken." Dit blijkt ook uit Eline's antwoord: Eline: "We vertegenwoordigen de stem van de jongeren en zijn daarom wat anders dan de andere organen binnen de partij. We hebben wat meer de mogelijkheid om te zwemmen, om ons heen te kijken en vanuit spontaniteit te brainstormen en te netwerken. Toch zijn er ook vanaf het begin taken geweest, nl. het opzetten van een jongerenvisie, het organiseren van een jongerendag, nadenken over het verbinding leggen met jongeren." Welke dingen in de Nederlandse samenleving (en eventueel in de wereldpolitiek) zouden jullie anders willen zien? Hoe zou JongMens daaraan kunnen bijdragen? Eline: "De ongelijkheid die er heerst tussen arm en rijk en het al dan niet met opzet instandhouden hiervan. Het scheppen van meer ruimte voor jongeren in de zin van minder moeten presteren en meer zijn. Ik denk dat we ook zijn voor meer respect voor natuurvolken en hun omgang wat met al wat leeft. De bijdrage van JongMenS hierin kan zijn dat we bewustzijn scheppen voor deze visies en ook openstaan voor alternatieve oplossingen zoals nulpuntenergie, transition towns, permacultuur, bouwen met natuurlijke materialen, etc." Inanna: "Jongeren zien een meer gelijkwaardige verdeling als een belangrijk iets om zo de kloof tussen arm en rijk te overbruggen en kleiner te maken. Duurzaamheid en ruimte voor eigen initiatief krijgen ook alle aandacht. JongMens kan er een bijdrage aan leveren door het over te praten, het aandacht te geven, het op de kaart te zetten." Op 3 oktober organiseert JongMens ook de Jongereninspiratiedag. Meer informatie hierover op www.jongereninspiratiedag.nl en www.jong-mens.hyves.nl) | ||
Vrede van binnen, vrede van buiten door Elise Kleuskens & Iris Savelkouls |
||
Oprichtster Annemieke Rodenburg over de kracht van stichting Eigenwijze | ||
Annemieke Rodenburg is oprichtster van Stichting Eigenwijze, een stichting die spirituele activiteiten organiseert als meditatie-avonden, workshops en stilteretraites. Speciaal voor jongeren van 12 tot 28 jaar. Hoe kwam ze erbij om zo'n organisatie op te richten? En waarom speciaal voor jongeren? De Jonge Wolven vroegen het haar.We zoeken haar op in haar huis in Odijk, dat gevuld is met oosterse beelden, mandala's aan de muur en wierookstokjes in de vensterbank. Op tafel staan twee foto's: een van van moeder Amma en een van moeder Meera, twee belangrijke inspiratiebronnen van Annemieke. Nadat ze thee heeft geschonken, beginnen wij ons gesprek, terwijl haar zoontje vrolijk spelend tussen ons doorrent. Annemiekes spirituele reis Hoe is eigenlijk je eigen spirituele reis begonnen? "Voordat ik hiermee bezig was, was ik eigenlijk heel hard aan het werk in de filmwereld, met productie, met televisiefilmpjes. Daar ben ik mijzelf een beetje voorbij gegaan Ik denk dat het 15 jaar geleden was, ik dacht: ik maak dit project nog af, maar ik ga echt hierna helemaal niets meer doen voordat het echt helemaal uit mijn hart komt. Dus dat heb ik gedaan." Om de rust op te zoeken vertrok Annemieke naar Nepal, naar een Tibetaans Boeddhistisch klooster. "Het was voor mij echt een soort thuiskomen. Dingen die ik altijd al gevoeld had of dingen die ik altijd al miste, die vond ik daar." Toen Annemieke terugkwam in Nederland wilde ze graag verder met het Boeddhistische filosofie. Ze kwam terecht bij de Rigpa, een centrum voor Tibetaans Boeddhisme te Amsterdam. Ze volgde daar zo'n zeven jaar lang allerlei trainingen en cursussen. Ondertussen zocht ze naar andere vormen van werk en andere opleidingen waarin ze haar draai kon vinden. "Er bleef er eentje over. Dat was bij Carolina Bont, een centrum voor effectieve intuïtie. Die opleiding ben ik gaan doen en toen ontdekte ik dat ik er heel veel aanleg voor had. Toen ben ik al snel een praktijkje gestart, wat ik nog steeds heb, een praktijk voor aura lezen. Inmiddels doe ik ook coachsessies erbij." De praktijk was voor iedere leeftijdsgroep toegankelijk, maar Annemieke merkte dat het aantal jongeren gestaag groeide. "Ik had al een paar keer een droom gehad waarin ik mezelf zag staan voor een groep jongeren, maar het leek altijd net een soort school en ik heb altijd een hekel aan school gehad." Uiteindelijk zag Annemieke haar roeping in en begon te werken met jongeren."Er was ook niets voor jongeren op spiritueel gebied en school is zo eenzijdig. Je moet zoveel keuzes maken. Je wordt zo vaak heen en weer getrokken, door je ouders, door je school, door de maatschappij, dat ik dacht, 'als er eens iets zou zijn wat zegt van luister alsjeblieft naar jezelf, vertrouw in jezelf en ga je eigen weg volgen'. Zo ontstond dus langzaamaan het idee om Eigenwijze op te richten." De oprichting Stichting Eigenwijze begon met een heel klein groepje jongeren. Het begon met een proefworkshop "Leven vanuit je kracht" voor zeven jongeren. In het begin werden de activiteiten nog in Amsterdam gehouden. Sinds zeven jaar vinden de activiteiten nu plaats in een voormalig klooster in Werkhoven, Samaya. De leeftijdsgrens voor de deelnemers is in de loop der tijd wat opgeschoven. In het begin was het 12 tot 18 jaar, maar algauw bleek dat er ook onder wat oudere jongeren behoefte was. Na een aantal verschuivingen ligt de leeftijdgrens nu vast op 12 tot en met 28 jaar. De visie van Eigenwijze Het idee achter de naam Eigenwijze bevat ook gelijk de grondgedachte van de stichting. "Het komt hierop neer: vrede van binnen, brengt vrede naar buiten. Dus als je vrede wil bereiken, moet je bij jezelf beginnen. Als je aan jezelf werkt, moet je in staat zijn al je onvrede, je aangeleerde dingen en noem maar op los te laten en te herkennen. Dan kom je bij je eigen essentie uit. Dat is dan echt je Eigenwijze, je licht, je liefde, je vrede." De kern van de ideeën van Stichting Eigenwijze is dan ook: "Volg je hart = je eigen wijze, dan komt het altijd goed. Vertrouw op jezelf." Bij het bekijken van de website en de activiteiten ontdekken we veel oosterse invloeden. Hoe zit het dan met andere religies en culturen? "Het allerbelangrijkste vinden we dat Eigenwijze openstaat voor alles. Wij pikken overal wat uit, wat we inspirerend vinden. Je merkt dan eigenlijk dat je in iedere religie en spirituele traditie dezelfde universele boodschap aantreft. We integreren eigenlijk alles, maar meer vanuit een soort universeel gevoel. Net als dat iedere religie uiteindelijk in wezen hetzelfde doel dient: dit moet zijn vrij te zijn en in vrede, in eenheid." Activiteiten en workshops De activiteiten die Stichting Eigenwijze organiseert zijn stapje voor stapje ontstaan. Het begon met workshops en later kwamen de pow wows. Pow wows zijn avonden waarop jongeren samen kunnen komen om uit te wisselen, gebaseerd op een oud gebruik van de Indianen, waarbij ze samen kwamen om wijsheid, vreugde en samenzijn te delen. Daarna kwamen er stilteretraites, waarbij jongeren 5 dagen in stilte doorbrengen en allerlei oefeningen doen waaronder meditatie en inzichtoefeningen. Er kwamen steeds meer jongeren die zich aanmeldden en die brachten hun eigen ideeën mee. "Zo is bijvoorbeeld ook Walk Your Dream ontstaan, een weekend waarin jongeren bij elkaar komen, kamperen en bezig zijn met hun droom. En het mantra zingen natuurlijk. Dat bleek iedere retraite heel populair te zijn. Nu geven we iedere maand een mantra-avond. Onlangs zijn we ook gestart met onze meditatieavonden." Maar niet alles waar iemand mee komt, wordt zomaar uitgevoerd: de organisatie van Eigenwijze blijft voorzichtig: "We willen de kwaliteit bewaken. Wat we heel belangrijk vinden bij Eigenwijze is dat iedereen zich heel veilig kan voelen, dat er een hele fijne, toch wel geaarde sfeer is, met humor, luchtig. Activiteitenbegeleider wordt je ook niet zomaar, je moet eerst een jaar hebben meegelopen als assistent, tot je voelt dat je er klaar voor bent, aldus Annemieke. "Je moet ook een groep kunnen dragen. Je moet weten wat je moet doen als iemand emotioneel raakt. 'Degene die de activiteit geeft moet echt zichzelf durven zijn, kwetsbaar zijn, zich durven geven.' Ook moeten de begeleiders bij zichzélf ervaren hebben wat het thema van een activiteit inhoudt: "Ik zeg altijd: 'ga niet een thema geven waarin je zelf geen onderzoek hebt gedaan, waar je niet zelf ervaring in hebt.'" We hebben vooral veel vrouwen gezien bij Eigenwijze, maar er komen ook jongens. Zijn er ook specifieke activiteiten voor jongens, naast de vrouwactiviteiten? "Ja, we hebben ook een keer een mannenworkshop gehad." Het probleem is dat er nog geen speciale mannenworkshopgevers zijn."Maar er begint er weer een aan te komen, binnen nu en een jaar. Er zijn ook twee jongens die daar mee bezig zijn." Er komen volgens Annemieke ook steeds meer jongens naar Eigenwijze toe. Ze vertelt dat ze jongens graag een spiritueel voorbeeld zou willen geven. Volgens haar krijgen jongens en mannen in deze tijd eenzijdige voorbeelden. Bij de Indianen was het dappere, wijze en spirituele opperhoofd het ideaalbeeld. Hier moet je als jongen spierballen hebben of juist heel zacht zijn, bijna vrouwelijk. "Terwijl toch mannenkracht, mannelijk energie, veel meer inhoud zoals vuur en kracht, en bescherming en ook heel veel zachtheid en kwetsbaarheid. Die combinatie is echt belangrijk. Maar ik heb het gevoel dat zo'n voorbeeld echt door een man gegeven moet worden of door een jongen. Niet door mij bijvoorbeeld." Als iemand de stap om een bijeenkomst bij te wonen te groot vindt of te eng vindt, wat zou zo'n persoon dan kunnen doen? "Nou, de pow wow is daar het meest geschikt voor, want dan hoef je niet de hele dag en zit je niet zo opgesloten in dat grote enge klooster waar geen bus gaat, waar je niet kan weggaan!" lacht Annemieke. Pow wows worden vaak niet in het centrum in Werkhoven gegeven, maar bijvoorbeeld in de binnenstad van Utrecht. "Pow wow is een paar uurtjes en het is 's avonds. Het is veel meer gericht op kennismaking, ontmoeten. En ze kunnen natuurlijk altijd bellen en mailen met honderd vragen, als ze willen weten hoe een activiteit precies is en hoe het gaat, dat ze dan ook misschien meer veiligheid krijgen. Dat is ook de reden dat we de website zo uitgebreid maken met foto's en reacties, dat je een goed beeld krijgt." Ervaringen We vragen of Annemieke bijzondere ervaringen heeft gehad tijdens de workshops bij zichzelf, maar ook bij de deelnemers, in de verbondenheid, het contact. "Ja, het is natuurlijk heel bijzonder, zowel qua energie als letterlijk, wat er gebeurt. Bijvoorbeeld de stilteretraite. Als je aan het einde van de retraite kijkt, zie je altijd heel andere ogen dan aan het begin. Heel helder. Gezichten zijn meer ontspannen. Terwijl je het best zwaar hebt in zo'n week, want je komt wel heel veel tegen. Als je hoort tijdens zo'n retraite wat er allemaal gebeurd is bij mensen, zoals ervaringen van 'nu weet ik wie ik echt ben, ik heb zo'n diepe liefde gevoeld, nu weet ik wat ik echt ben in mijn essentie.' " Ze vertelt dat er jongeren zijn die kampen met een incestverleden of die dierbaren hebben verloren. Soms hoort ze hen letterlijk zeggen dat ze die dingen een plaats hebben kunnen geven, nadat ze zo'n compassie hebben kunnen voelen, zo'n liefde. "Dat zijn echt prachtige dingen, want iemand doet dat wel op eigen kracht, hè?" Ook als begeleider zelf voel je een hoop, terwijl je activiteiten geeft: "Dan voel je ook de energie sidderen, dan voel je… ik weet niet wat het is, maar er zijn hier honderd engelen of zo." Die energie is iets heel groots: "Hoe dingen zichzelf oplossen, weer geheeld worden. Dan voel je je eigenlijk maar heel nederig en klein." Annemieke ervaart ook veel moois in de belangstelling die anderen in stichting Eigenwijze tonen. "We krijgen zo veel moois op ons pad. Onze grote toekomstdroom is om ook scholen te benaderen en op die manier ook een wat jongere doelgroep te bereiken. En we willen naar meer festivals. We gaan nu al naar het Eigentijds Festival. We stonden op Lowlands, waar we ook opeens werden uitgenodigd. Daarmee bereik je natuurlijk heel veel jongeren, die echt heel veel interesse hadden." Maar wat Annemieke het áller mooiste vindt? "Vooral dat jongeren heel diep in contact komen met zichzelf en met de liefde die ze zijn. dat is wel het mooiste om iedere keer terug te zien. Of dat ze echt knopen doorhakken, van 'nu weet ik wat wil' en niet alleen maar iets doen omdat anderen het willen of goedkeuren. Dat ze echt kracht voelen om het te doen." Je eigen weg kunnen gaan is volgens Annemieke écht durven, écht vertrouwen krijgen. "En als je dat dan met meerdere jongeren deelt, krijg je heel veel vertrouwen. Je weet dat je niet gek bent, niet de enige bent. Dat is ook de kracht van Eigenwijze, dat je samenkomt met jongeren die allemaal op zoek zijn naar een stukje kracht." Hoe komt het dat iemand zich zo snel verbonden voelt met Eigenwijze? "Ik denk omdat wij heel veel zorg en heel veel aandacht steken in een liefdevolle veilige, totaal open sfeer, waarbij niets hoeft, waarbij je niet in die en die trend mee hoeft te doen." Er ontstaat verbondenheid, doordat er hartenergie gaat stromen bij de oefeningen. "Dat is een kwaliteit die zit in ons allemaal. Dus als je dat in jezelf opent…" website van stichting Eigenwijze | ||
| Welkom |
| Artikelen |
| · Interviews |
| · Columns |
| · Verslagen |
| Boekrecensies |
| Filmrecensies |
| Creaties |
| Links |
| Contact |
| Gallery |
| Gastenboek |
| Hyve |









