Het eonenarchief door Han Siepman

Afbeelding Afbeelding
"Dat zal een heel lastig karwei worden". Drie wezens leunden tegen een lichtende helling en spraken over het nieuwe, wat ze zouden gaan maken. Spreken is niet het juiste woord. Ze gebruikten beeldspraak. Hun gedachten namen in het omringende licht vorm aan. Op die wijze was het niet nodig lange en breedsprakige betogen te houden: je zag direct, wat de bedoeling was.

Het was ook een heel interessant verzoek, dat ze hadden ontvangen. Van uit hier, Lichtland, waren ontelbare wezens vertrokken en die hadden een oneindige hoeveelheid toestanden en leefomstandigheden geschapen. Dat proces was al eeuwigheden gaande. Zonder ophouden had men steeds weer iets nieuws gevonden. Steeds had men met de aanwezige energie andere en weer andere werelden geschapen. Dat ging moeiteloos, want de fantasie was onuitputtelijk. Maar nu was er een groep wezens, die op een grens gestoten was. En, wist men, alles is grenzeloos. Hoe moest die grens worden overschreden? Heel ver van Lichtland, in de uiterste diepten van de mogelijkheden, had men Paradijsland geschapen. De energie daar was van een zo lage frequentie, dat het zelfs moeite kostte om met gedachtenkracht vormen te maken. En nu kwam men niet verder. Maar toch wilde men nog lager.

Paradijsland
Een van de drie zei: "We kunnen het eonenarchief raadplegen". "Laten we dat direct maar doen". Ze riepen de beelden op uit eeuwigheden, die bijna onvoorstelbaar ver weg lagen. "Ah, hier. Sommigen hebben toen ook een Paradijsland geschapen. En kijk hier: die gingen nog verder". De beeldenreeks toonde hoe men de energie deed stollen en er later ook daadwerkelijk in ging wonen, wat een heleboel rare consequenties met zich bracht. "Je kunt in Paradijsland geen beeldspraak meer gebruiken. Ze hebben daar telepathie". "Nou ja, we gaan experimenteren met beperking, dus laten we ons maar aanpassen. Laten we maar gaan". Het reizen ging met de snelheid van de gedachte en ze passeerden talloze woongebieden. De schoonheid van het ene was nog wonderlijker, dan van het andere.

In Paradijsland stonden ze op een uitgestrekte, fijn groen oplichtende vlakte. "Ik voel me wat ongemakkelijk", zei een van hen. "Geen wonder. Als je nagaat hoe laag de frequentie hier is in vergelijking met die in Lichtland. Je lichaam is hier ook veel zwaarder. Trouwens, je moet hier een naam aannemen, anders komt er verwarring". Ze kozen ieder een naam: Geras, Bia en Akasha.

Ze moesten zich hier harder inspannen, maar al gauw hadden ze een gebouw uit het omringende licht opgetrokken en in een vertrek een grote machine met veel knoppen geplaatst. Er stond een groot scherm, waar ze allerlei berekeningen op konden maken en waar ze beelden op konden projecteren. Op die manier konden ze ongeveer bekijken hoe het licht, dat ze zouden laten stollen, zich zou gedragen. Ze konden dat ook wel in het eonenarchief vinden, maar ze moesten de ontwikkeling van deze nieuwe poging toch ook daadwerkelijk in de gaten houden.
Een groep wezens, die in Paradijsland woonde, stond in de opening en men begroette elkaar. "Zo, dus u heeft onze boodschap ontvangen?" "Ja", antwoordde Geras, "in onze werelden gaan boodschappen nooit verloren". "Dat is zo. Maar wij zijn nu al zo lang uit Lichtland weg en ook al zo lang hier bezig, dat de herinneringen aan de andere woongebieden wat zijn vervaagd. We moesten eigenlijk eerst nog een keer naar andere werelden gaan om het geheugen op te frissen. Maar ach, dat komt wel. We zijn benieuwd hoe u het allemaal gaat oplossen". "Nou", zei Geras, "het is allemaal in de archieven te vinden". "Dat is wel zo, maar voor ons is het raadplegen hier wat lastiger dan voor u".

De Oerruimte
Geras, Bia en Akasha overlegden. "We moeten dus het licht van dit land gedeeltelijk heel sterk samenbundelen en dan met grote kracht laten weg schieten". Buiten waren ontelbare wezens zichtbaar geworden. Ze keken nieuwsgierig naar het grote gebouw. Wat zou er gebeuren? Ze hadden allemaal gehoord van het plan om energie te laten stollen. De drie concentreerden zich en brachten een zeer hel schijnend lichtbolletje bij elkaar. De toeschouwers keken bewonderend. Ze wisten wel, dat dit mogelijk was, maar hier, in dit land...
Geras waarschuwde: "Laat je concentratie niet verslappen, want voor dit gebied is deze energie wel erg groot". Hij maakte berekeningen. "Ik heb hier de frequentie, waardoor de bol zal ontploffen. Hou nog even vol". Hij drukte op een knop en een formidabele lichtflits schoot weg. De toeschouwers hadden wel iets dergelijks verwacht, maar ze deinsden toch even achteruit. De lichtbol was nu een lange lichtstreep. Geras drukte een paar toetsen in. Op het scherm verschenen allerlei tekens. "De straal is driehonderdduizend kilometer lang", zei hij. Deze term hadden ze in het archief gevonden. Het bleek een lengtemaat te zijn. Die was in hun werelden niet nodig, omdat hier alles ruimteloos was. "Zo", hervatte hij, "er zij licht. In de ruimte wel te verstaan. Kijken wat er verder gebeurt". Hij maakte nog wat berekeningen. "Eens kijken hoeveel dimensies we hier hebben". "Dat kan ik u wel vertellen", zei een van de toeschouwers, "Paradijsland kent slechts tien dimensies". "Interessant", zei Geras, "als je multidimensionaal gewend bent". Zijn vingers vlogen over de knoppen en dan wees hij naar het scherm. "Om dit licht te stollen, moeten we terug naar drie dimensies. Een beetje lastig". Ze keken naar naar de lichtstraal. Met een enorme snelheid verwijderde die zich en evenredig aan die snelheid vergrootte de ruimte zich. Ze zagen op een gegeven ogenblik de straal in stukjes uiteen vallen en de afzonderlijke lichtpunten verdeelden zich over de ruimte. "O ja", zei Akasha, "ik herinner me dat. Ze noemden dat sterrenclusters. In een later stadium valt de zaak nog verder uit elkaar. Dan worden het melkwegstelsels". Akasha was degene, die zich het best details kon herinneren.

De OerTijd
De ruimte werd inmiddels steeds groter. In gedachten zei Geras: "Nu hebben we wel de ruimte, maar je kunt daar niet veel uitrichten. Je moet allerlei maatstaven hebben, anders verdwaal je daar". Akasha opperde: "Je moet om te beginnen nog een extra dimensie toevoegen: de tijd. Dan heb je een eerste maatstaf". Het gezicht van Geras lichtte op: "Geniaal". "Ach, het is een kwestie van op de details letten. De archieven bevatten alle gegevens. De kleinste eenheid in de tijd kun je een jaar noemen. Later moet dat jaar nog worden onderverdeeld". De experimenten waren zo interessant, dat ze helemaal de tijd waren vergeten. Ook de meeste toeschouwers buiten bleven waar ze waren. Er werden weer berekeningen gemaakt en Geras vatte samen: "Sedert de ontploffing is er honderdduizend jaar voorbij, althans volgens de berekening hier in Paradijsland. De ontwikkelingen in de ruimte gaan een miljoen maal zo langzaam, dus daar is inmiddels een miljard jaar verstreken".

Duistere krachten?
Plotseling keek iedereen omhoog. Er was een enorm geruis te horen. Ineens verscheen er een bijna onoverzichtelijk groot aantal voertuigen in de lilakleurige lucht. Allen keken toe. Iedereen had wel gehoord van het feit, dat in sommige gebieden voertuigen werden gebruikt om zich te verplaatsen. Dat was weer eens wat anders dan je door gedachtenkracht naar elders te begeven. Maar hier hadden ze die nog niet gezien. De voertuigen hadden een eng zwarte kleur met witte symbolen. De toeschouwers huiverden. Zwart en wit. Dat deed onaangenaam aan in deze veelkleurige wereld. Uit het grootste tuig stapte een groot wezen. Het was gehuld in iets glimmends en rond zijn hoofd was een glanzende zwarte bol met voor de ogen een donker goedje, zodat het zicht niet werd belemmerd. "Glas", wist Akasha zich te herinneren. Het grote wezen verscheen voor de drie. "Wie bent u?" vroeg Bia. "Mijn naam is Satan". "O ja, die", zei Akasha, maar Geras wuifde met zijn hand. "Laat hem zijn verhaal zelf vertellen". "Wij hoorden, dat de ruimte weer eens was geschapen. Dat is wel vaker gebeurd, maar het was zo lang geleden, dat we er niet meer aan dachten. Maar nu willen we de ruimte betreden. Je kunt daar leuke dingen doen". "Er is daar anders nog niemand", zei Akasha. "Weet ik, weet ik", antwoordde Satan. "Maar we kunnen toezien hoe zich alles gaat ontwikkelen. In onze wereld was het het laatste poosje wat saaier geworden. We moeten hier even blijven, tot de ruimte nog twee maal zo groot is geworden. Dan kunnen we er tenminste flink vaart in zetten".
Hij draaide zich om en ging zijn voertuig binnen. Geras ging over op een andere telepathische frequentie, zodat alleen zijn twee metgezellen hem konden horen. "Akasha, zijn er nog meer werelden, waar ze dergelijke tuigen hebben?" "O ja. Meerdere. Sommige met meer energie, dan die van Satan". "Roep ze op en vraag of ze hier komen".

Even later verscheen een rijzig iemand uit het niets. Hij boog licht en zei: "Noem mij maar bevelhebber. U had mij nodig? Ik lig hier met een grote vloot, net buiten het zicht. Nog wel meer tuigen, dan die zwarte daar". Geras zei: "Die zwarte vloot wil de ruimte in. Ik had graag, dat u die voertuigen vernietigde". De bevelhebber knikte. "O ja, die ruimte. Ik heb er van gehoord". Hij staarde enige ogenblikken in het uitgestrekte nieuwe universum en schudde het hoofd. "Wat moet je nou met zo iets? Kijk eens hoe langzaam alles zich ontwikkelt". "Weten we. Maar er zijn een heleboel wezens, die een experiment met gestold licht willen ondergaan". De bevelhebber haalde de schouders op. "Nou, zij liever dan ik. Maar ik zal die zwarte dingen voor u vernietigen". Hij boog opnieuw licht en was verdwenen.

Een enorme hoeveelheid lichtende voertuigen, een halve cirkel vormend, zweefde naderbij. De metgezellen van Satan wisten blijkbaar het hoe of wat, want met grote snelheid vormden hun tuigen ook een halve cirkel. Onderwijl spoten er uit hun vehikels formidabele lichtbollen. Ook van de andere zijde kwamen geweldige energieën los. De talloze toeschouwers keken gespannen toe. Het elkaars eigendommen betwisten was een nieuw verschijnsel. De lila lucht was bijna niet meer zichtbaar door de veelkleurige en veelvuldige lichtflitsen. Aan beide zijden vielen vele voertuigen in niets uiteen. De nu vrij zwevende wezens balden met hun gedachtenkracht de energie samen en lieten die ontploffen. Het duurde niet lang of vrijwel alle voertuigen waren verdwenen. Alle wezens landden op de begane grond van Paradijsland. Ze wachtten op hun leiders. De bevelhebber en Satan verschenen voor de drie. De eerste zei: "Taak volbracht. We hebben onze vloot zo weer opgebouwd". Bia zei: "Wij danken u zeer". De bevelbebber verdween. Satan grijnsde: "Wij hebben onze vloot schepen voor de ruimte ook zo herbouwd". "Dat weten we, maar we hebben liever niet, dat u de ruimte zo in gaat". "Nee, dat is te begrijpen. Maar u kunt ons niet tegen houden. Iedereen is vrij om te gaan, waar hij wil". Geras zei: "Dat is zo. Maar dan zonder schepen". "Nou ja", mijmerde Satan, "wat maakt het uit. We hebben die dingen niet echt nodig. Het reist alleen wat comfortabeler. En u kunt ons toch raken, waar we ons ook bevinden. Tot ziens".
De drie en alle toeschouwers keken toe hoe Satan en zijn talloze trawanten de nieuwe ruimte in zweefden en hoe ze zich over de grote afstanden verspreidden. Wat zouden die gaan doen?
Akasha mompelde: "Star wars. Het was wel een indrukwekkend schouwspel, maar de vorige maal heeft men dit in de ruimte nagebootst. Hier is het alleen maar boeiend. In zo'n soort universum is het verwoestend. En het bevalt me niets, dat Satan en zijn trawanten daar zijn". "Och", zei Geras, "ze kunnen voorlopig niets doen. En de toekomstige bewoners krijgen helderziendheid mee en Satan blijft zichtbaar voor ze. Ze hebben weinig van hem te vrezen". "Dat kan wel zijn, maar de mogelijkheid bestaat, dat ze die helderziendheid kwijt raken. Dat weet je ook wel". "Tja, dan wordt het moeilijk".

De meeste toeschouwers waren verdwenen. Ze hadden het wel gezien. Alleen in het vertrek met het grote scherm stonden er nog een paar. Geras staarde even in de nog steeds groter wordende ruimte. De oorspronkelijke lichtflits was in nog veel meer stukjes uiteen gevallen. Hij zei: "Ik ga een hele tijd naar het tijdloze". Hij lachte. "Wat een leuke paradox. Een hele tijd in het tijdloze". Hij wendde zich tot de aanwezigen. "Wij vertrekken nu. Komt u hier af en toe even kijken en bericht ons dan via de gebruikelijke wegen hoe de stand van zaken is". De wezens van Paradijsland knikten en de drie verdwenen.

De Terugkeer
Terug in Lichtland maakten ze het zich gemakkelijk. "Het is hier onnoemelijk veel lichter en plezieriger, dan daar beneden. Toch vind ik het wel erg boeiend. Stel je voor: energie doen stollen. Waar die Paradijslanders zin in hebben". Akasha zei: "Voor mij is het erg interessant. Allerlei details terug zoeken in het eonenarchief".

Regelmatig kwamen er vragen uit de talloze woongebieden. Sommigen hadden werelden geschapen, die zo ver weg lagen, dat de herinnering aan Lichtland wat was vervaagd. Geras, Bia en Akasha en ook de andere bewoners van het land hielpen dan om de herinnering op te frissen. Op een gegeven moment kwam de boodschap uit Paradijsland, dat de ruimte niet meer groter werd, maar begon in te krimpen. Dat proces had tot nu toe vijftien miljard ruimtejaren gekost. "Hm", zei Geras, "nog zo'n periode en er is niets meer over van dat universum. Dan moeten we opnieuw afdalen".

Later kregen ze het bericht, dat de ruimte was terug gebracht tot de oorspronkelijke lichtflits, die dan weer samenbundelde tot de energiebol. Vervolgens verspreidde de energie zich over de hele tiendimensioale wereld en was alles weer bij het oude. Akasha, die uitgebreid de volgende stap had bestudeerd, merkte op: "Dat was dus dertig miljard ruimtejaren. Een zelfde periode moet worden gewacht. Dat zullen de toekomstige ruimtebewoners zich dan herinneren als de kosmische nacht. Want sommige woongebieden zullen maar één zon hebben en dan is er een cyclus van donker en licht. Het begrip donker zal tevoren moeten worden uitgelegd, want dat kennen de Paradijslanders niet".

De drie waren terug achter het grote scherm. Opnieuw werd de ruimte geschapen. Ze reisden nu regelmatig naar andere woongebieden, want het proces voltrok zich verder vanzelf. Maar op een zeker ogenblik moest er worden geregeld. Ze hadden nu nog meer energie gebruikt, zodat het ruimtelijk universum nog wat meer kon worden uitgebouwd. Opnieuw hadden zich ontelbare toeschouwers verzameld. Ze keken toe hoe hun toekomstig tehuis werd gebouwd. Ze verbaasden zich er over, dat het zo langzaam ging. Ze waren gewend, dat de materie zich vormde door gedachtenkracht en tijdloos. Hier zagen ze een ontwikkeling, die enorme evoluties duurde.
"Volgens de archieven is er voldoende energie gebruikt om nu basis bouwstofjes te doen ontstaan. Alle licht in dit hele universum moet nu "verwateren". Ofwel de fotonen van het licht moeten tot waterstofatomen worden. Anders komen we niet tot stolling". Akasha vertelde dit of hij er alles van wist. Wat ook het geval was. Geras drukte op toetsen en keek naar het resultaat op het scherm. "Tien miljard jaar zijn voorbij in deze tweede poging en kijk: het hele universum is waterstof. Maar de lichtfotonen zijn nog te veel opgehoopt. De triljoenen zonnen zijn nog te heet en te groot. Ze moeten worden kapot geschoten". Hij riep enige Paradijslanders bij zich. "Jullie kunnen aan het werk". "Gelukkig. Het toekijken is wel leuk, maar het er daadwerkelijk aan mee doen is nog boeiender". Geras knikte. "We hebben berekend, dat het het eenvoudigst is om de ruimte in te gaan. Maak ruimteschepen voor bescherming en stuur een vloot naar elk van de miljarden melkwegstelsels en schiet de grote centrale zon in stukken. Er ontstaan dan vele kleinere zonnen, maar die blijven toch nog te heet om te stollen. Het duurt ongeveer vierhonderd miljoen ruimtejaren alvorens die zonnen in een vaste baan zijn. Je kunt intussen naar hier terug konen of je kunt het proces ter plaatse volgen. Vervolgens schiet je van alle ontstane kleinere zonnen twaalf stukken af. Die gaan dan om die zon draaien en volgens de berekeningen moeten die stukken dan gaan stollen. Vlieg via de hyperruimte, dan duurt de tocht maar even. Anders zou je miljarden jaren moeten vliegen. Mochten er zijn, die te ver van het centrum van hun melkwegstelsel terecht komen, laat die dan het laatste deel met de tachyonensnelheid vliegen. Wij wensen u succes".

Materialisatie
Even later vlogen miljarden schepen de hyperruimte in. Nog weer later waren overal lichtflitsjes te zien en wegspattende lichtbolletjes. Bia zei nadenkend: "Zo'n achthonderd miljoen jaren, voordat het stollingsproces een feit is. Dat is kort. Eigenlijk de moeite niet om naar Lichtland terug te gaan". De anderen stemden daar mee in.
Ongeveer de helft van de vloot keerde terug. De anderen bleven ter plekke om te zien hoe het verder ging. Velen zochten al een woonplaats op en kozen, wat ze noemden, een mooie planeet.
Op een bepaald moment was de hele vloot weer daar, waar men had gewerkt. De drie hadden op het centrale scherm berekeningen gemaakt en alle schepen kregen de uitslag op hun scherm te zien. Akasha had de ruimtelijke begrippen uit het archief gevist. De zonnen bestonden uit warmte en licht, alsmede radiogolven, ultraviolette en röntgenstralen en andere deeltjes. Die vlogen voortdurend als zonnewind de ruimte in en verwarmden de ontstane planeten. Die op hun beurt hadden om de hete kern een harde korst gevormd: het beoogde gestolde licht. Die korst bestond hoofdzakelijk uit elektronen, protonen en neutronen en een anti-materie van tegenhangers: positronen, anti-neutronen. Het was wel even wennen om in dualistische termen te denken, want ze waren gewend om alles als eenheid te zien. Ze hadden nu dan wel gestold licht, maar ze konden dat niet betreden, omdat de zeer compacte atoomstruktuur toch nog te los was: ze zouden er doorheen zakken. Op aanwijzing van Geras maakten de miljarden wezens beschermende kleding van dezelfde atomaire samenstelling, als hun planeet. Toen betraden ze het gestolde licht. Verbaasd keken ze rond. Er was niets te zien. Een grijsachtige vlakte met een horizon. Hier moest nog van alles komen, maar ook dat kostte weer evoluties. Maar het was een hele sensatie om met moeite vooruit te komen. De abnormale zwaartekracht van deze dimensie waren ze niet gewend. De materie zoog ze als het ware naar zich toe. Als kleine kinderen speelden ze met die zwaartekracht en ze lachten om de malle fratsen, die sommigen uithaalden.

Nadat ze waren uitgespeeld, gingen de meesten terug naar Paradijsland. De anderen gingen in hun schip. Daar was de tijd tenminste aangepast aan hun land en ging het niet zo langzaam, als de evolutie van de planeten. Ze konden nu ook in andere delen van het heelal gaan kijken. Ze zagen hoe alles groeide. Om de planeten werden beschermende lagen aangebracht om de zonnewind te temperen. Op het scherm vonden ze de benamingen. Een flink deel stikstof, verder zuurstof. Dan nog een beetje waterdamp, kooldioxide en edele gassen, zoals neon. Het was wel boeiend om te volgen hoe Akasha al die gegevens opdiepte. Deze samenstelling was overigens een verfijndere vorm. Want onder invloed van de zonnen was er eerst geen zuurstof, maar een samenstelling van methaan, waterstof, ammoniak, acetyleen, blauwzuur en waterdamp. Die damp was ontstaan door twee waterstofatomen, een zuurstofatoom en een molecuul samen te voegen.

De atoomstruktuur van het oppervlak der planeten werd op allerlei manieren gecombineerd, gespitst en zo meer. Het oppervlak veranderde daardoor gedeeltelijk in fijne korreljes en gedeeltelijk in waterdamp. Na een proces van honderden miljoenen ruimtejaren had wat nu water was een enorm bassin uitgeschuurd. Er vormde zich een landmassa en een watermassa. Akasha kreeg het druk, want nu kwam het er op aan. Steeds meer details moesten worden uitgezocht. Hij vond de combinatie van een atoomstruktuur, die levend materiaal op de planeten kon brengen. De toeschouwers zagen de planeten met de watermassa's en de landschollen. De warmte van de zonnen deed het water verdampen en de landmassa's bevochtigen. Kleine groene wezentjes bedekten het land. "Planten", wist Akasha.
Maar de ruimte was intussen al sterk kleiner geworden. De schepen werden terug geroepen en de volgende kosmische nacht nam een aanvang.

De Zevende Dag
In totaal werd de ruimte zes maal geschapen en het was gelukt om allerlei soorten planten te laten groeien, de oceanen te bevolken met vele soorten waterdieren en op de landmassa's leefden vele soorten dieren, die allen door de planten of de vruchten daarvan in leven bleven.
Geras maakte de nodige berekeningen: "Dit proces heeft 180 miljard ruimtejaren geduurd. Nu gaat er weer een kosmische nacht beginnen en al het ontstane leven wordt hier in Paradijsland terug getrokken. Daarna scheppen we de ruimte nog een keer met zo veel energie, dat alles vanzelf opnieuw evolueert. Maar dan grijpen we op geen enkele manier in. In totaal is dat dan 210 miljard jaren, met de nachten mee gerekend 420 miljard. Dat moet volstaan. Dan is de ruimtelijke schepping gereed en dan kunnen de wezens, die dat wensen, naar de planeten gaan".

Met belangstelling werd de zevende scheppingsperiode gevolgd. Niemand deed iets om wat dan ook te beïnvloeden, noch betrad iemand de ruimte. Alles ging zoals voorzien: de ruimtelijke schepping ontwikkelde zich als een volmaakte eenheid. Alle wezens keken belangstellend toe. Dit was dus na de volgende kosmische nacht hun tijdelijk huis. Een ruimtehuis. Wat een avontuur.

Voor de achtste maal werd vanuit Paradijsland een energiestroom tot ontploffing gebracht, die de ruimte deed ontstaan. Op het moment, dat de planeten weer waren opgehard, wilden de meesten vertrekken. Velen echter wilden wachten tot het leven weer tot ontwikkeling was gebracht. Dat was gemakkelijker en mooier. Ontelbaren passeerden Geras, Bia en Akasha. Ze gaven op naar welke planeet ze gingen en hoe ze zich zouden noemen. Dat werd opgeslagen in de grote machine. Een welhaast oneindige ruimte is iets, waar je gemakkelijk in kunt verdwalen. Door een simpele druk op de knop kon worden nagegaan wie waar was heen getrokken. Mochten er intergalactische reizen worden ondernomen, dan was dat geen punt. De frequentie van ieder schip werd ook geregistreerd. Mocht men van ruimteschip verwisselen, dan was nog de individuele frequentie bekend. Verdwalen was dus nauwelijks mogelijk. Toch bleef er een gevaar en Geras keek soms dan ook zorgelijk. De individuele frequentie kon worden geblokkeerd, als men zich al te zeer met de materie van een planeet zou vereenzelvigen. Dan was de enige mogelijkheid, die over bleef, dat diegene pas terug keerde, als de volgende kosmische nacht zou invallen. Dat zou voor het betreffende individu niet zo prettig zijn, omdat die zich dan eeuwig verloren zou voelen. Nou ja, dat was het risico van dit avontuur. Per slot van rekening gingen al die ontelbare Paradijslanders uit vrije wil die duistere ruimte in. Zouden ze daadwerkelijk verdwalen, dan waren juist zij het, die door die vreselijke ervaring het gemakkelijkst Lichtland zouden terug vinden.

Aarde
Op een gegeven moment meldden zich enige miljoenen wezens. Geras vroeg werktuigelijk: "Welke planeet?" "Aarde". Geras drukte op wat toetsen en zei: "Zo, dat is een afgelegen gebied. En jullie gaan maar met zo weinigen". "Ja, maar het is een kleine planeet en er zijn nog enige miljarden, die ook willen komen, maar die wachten liever tot de planten en de dieren terug zijn. Beschouw ons als pioniers". "Prima. Onder welke naam moet ik u noteren?" "Joden". "Mooi. Goede reis".

De ruimteschepen van de Joden cirkelden rond de planeet Aarde. Het oppervlak glansde in de schijn van de enige zon, die in de buurt was. De kleur was grijsblauw. Toen ze lager kwamen, zagen ze, dat er niets was. Een ronde planeet, bedekt met een materiaal, dat ze later steen of rots zouden noemen. Er was geen enkele nuance in het terrein. Het was simpelweg een ronde bol. Grijs en verlaten. De wezens, die hadden besloten te wachten, hadden gelijk. Hier was niets te doen.
Niet dat het erg was. De ruimtejaren, die in tijdseenheden werden gemeten, duurden enorm lang. Maar in hun schepen heerste nog de tijdgang, die in Paradijsland bestond. Ze zagen de ontwikkeling dan ook als het ware versneld gebeuren. Overigens hadden ze genoeg werk te doen. Ze konden nu de frequentie bepalen, die de Aarde in een baan om haar zon hield. En ze konden uitrekenen welke materialen hier houdbaar zouden blijven. Weliswaar kon men nog putten uit de eonenarchieven, maar het was niet waarschijnlijk, dat dat zo zou blijven. Bewoners van andere woongebieden, die veel verfijnder waren dan Paradijsland, hadden soms moeite om zich Lichtland te herinneren. Laat staan de toekomstige bewoners van deze planeet, die zo diep in een ongrijpbaar diepe en donkere ruimte lag. Daar zou de herinnering het extra moeilijk krijgen.
Ze legden dan ook alles vast op houdbaar materiaal, zodat er in ieder geval een symbolische herinnering was aan de vele woongebieden, de oneindige mogelijkheden, die van uit Lichtland vorm konden worden gegeven, inclusief dit kille heelal. Toen dat werk was voltooid, waren de oceaan en de landmassa inmiddels weer ontstaan. Ze vermenigvuldigden het werk, wat ze Logos hadden genoemd, landden op Aarde en bouwden versterkingen uit het aanwezige materiaal en legden daar de weergave van de eonenarchieven in. Op die wijze zouden alle wezens totdat de Aarde stierf kennis blijven houden van de onvergankelijke Grote Schepping.

De meesten gingen terug naar Paradijsland. Ze wachtten liever tot het plantenrijk en het dierenrijk weer waren ontstaan. Sommigen bleven om de ontwikkeling van de aardse materie te bestuderen en bij te houden. Die gegevens werden ook genoteerd en bij de Logos opgeborgen.
Van tijd tot tijd gingen ze allemaal naar Paradijsland om uit te rusten. De evolutie duurde zo lang, dat een miljoen jaren er tussenuit niets uit maakte.

Toen kwam de tijd, dat de Aarde werd gekoloniseerd door enige miljarden wezens. Ze droegen beschermende kleding, want de atomaire struktuur was zodanig, dat ze die niet konden verdragen. Veel te grof en te hard. Ze konden bijna niet vooruit komen. De zwaartekracht was te hevig. Maar ze hadden een apparaat, dat de zwaartekracht kon opheffen. Op die wijze konden ze zich toch lichtvoetig voortbewegen. Voor langere afstanden gebruikten ze hun schepen. Ze voeren ook naar de elf andere planeten van dit zonnetje om te zien hoe het daar ging. De gegevens, die ze verzamelden, werden naar Geras en de zijnen gestuurd. Ook van tal van planeten van de andere miljarden melkwegstelsels werden de gegevens centraal verzameld. Geras en de zijnen waren er druk mee. Men kon op die wijze een indruk krijgen van de aard van de ruimte. Akasha had het naar zijn zin. Hij vergeleek de binnenkomende gegevens met de ruimtelijke gegevens uit vroegere eonen. Hier en daar ontwikkelde de evolutie zich anders, dan toen. Telkens als hij iets heel nieuws ontdekte, kwam hij dat opgewonden aan de anderen vertellen. "Zo wordt er zonder ophouden gebouwd aan het Rijk", zei Bia. "Zelfs in een zo grove materie is er wel iets nieuws te vinden. Al is de factor tijd wel lastig".

Een miljard jaar verstreek. Veel wezens hadden het gestolde licht bestudeerd en lieten het voor wat het was. Veel planeten werden ontvolkt. Veel andere planeten bleven bevolkt. Vaak kwamen er uit andere woongebieden mensen naar Paradijsland, die zich ook lieten inschrijven voor een langdurig bezoek aan de ruimte.

Kolonisatie
Toen gebeurde er iets, wat de merkwaardigste gebeurtenis uit vele eeuwigheden zou worden. De Aarde was bebouwd met mooie steden, die waren versierd met gouden en diamanten voorwerpen. Materialen, die de evolutie had gevormd. Maar langzamerhand raakte de planeet ontvolkt. Men vond het allemaal wel mooi, maar het duurde te lang. Nog slechts enkele miljoenen bleven op de planeet en die legden de verdere ontwikkelingen vast.
Eens zei iemand: laten we ons aanpassen aan de ruimte en ons hier blijvend vestigen. Als de volgende kosmische nacht komt, gaan we wel terug. De meesten vonden dat een prima idee. De omgeving was prachtig. De zon zorgde voor een altijd durende aangename temperatuur en de oceanen deden bij voortduring hun water verdampen, zodat op het land een veelkleurige vegetatie in stand bleef. Veel dieren scharrelden door dit natuurlijk gebeuren. Elke soort had een naam gekregen. Ranke herten, sterke leeuwen, allerlei soorten waterdieren. De omringende atmosfeer diende tot voedsel. Net zoals in Paradijsland. Deze wereld was per slot een afdruk van dat land.
Er werd een delegatie naar Geras gezonden. Toen hem werd verteld dat ze op de Aarde wilden gaan wonen, verschoot hij van kleur. Akasha mompelde: "Daar gaan we weer". Alleen Bia hoorde dat. En die knikte. "Prima", zei Geras, "maar u weet de risico's?" "Dat weten we, maar we hebben alle gegevens uit het archief zo veel mogelijk in de Logos vastgelegd". "Dan nog. U weet, wat er kan gebeuren". "Ja, maar we zijn nu beter voorbereid". Geras knikte slechts. Hij vond het maar niets. Maar hij mocht niet aan de vrije wil komen. "Eerlijk gezegd hebben wezens op andere planeten ook deze wens geuit. We hebben grote laboratoria gebouwd. Daar kunt u aan de Aarde aangepaste lichamen laten maken. Laat eens kijken". Hij drukte op wat knoppen en de gegevens van de Aarde kwamen tevoorschijn. "Hm. Protonen, aminozuren, waterstof en zo nog een boel. Komt ongeveer overeen met elders in jullie ruimte. Enfin, ik zet de gegevens op het scherm van laboratorium zeven. Daar kunt u zich melden". De drie keken de potentiële aardlingen na.
Ze wisten.

De delegatie van de Aarde keek toe hoe de laboranten aan het werk waren. Die voegden alle elementen van die planeet bij elkaar en ook de deeltjes, die elders in de ruimte bestonden. Verder kweekten zij cellen om de herinnering aan alle andere woongebieden in op te slaan. Een onooglijk klein stukje plasma werd in een schrijn geborgen. Geboeid keken de leden van de delegatie toe. In het plasma begonnen de cellen zich te vermenigvuldigen. Langzaam ontstond er een lichaam van, in ruimtelijke maten, vier meter hoog en een meter breed. Een laborant zei: "Deze machine zal jullie in staat stellen vrijelijk op de Aarde te lopen. Zonder beschermende kleding. Want het is precies aangepast aan de frequentie van jullie planeet. We zullen er vijf miljoen van maken, want met zo veel zijn jullie. Dat kan vrij vlug, want van elk lichaam nemen we een paar cellen en die laten we dan vermenigvuldigen. De ervaring heeft geleerd, dat er nu weer veel meer wezens naar jullie planeet willen. Alleen maar om deze machine uit te proberen. We zullen er voorlopig drie miljard maken".

Het verlies van de Logos
Miljoenen jaren verstreken. Satan was ook weer in de ruimte verschenen. In dit stadium van de evolutie werd het boeiend. Veel planeten waren geheel gereed en de bewoners waren automatisch het werk aan het doen, wat ze vanaf het begin hadden gedaan. De herinnering aan Paradijsland was bij sommigen weg. Als er schepen uit de ruimte kwamen, vonden ze dat gewoon, want dat was altijd al zo geweest. Maar ze begrepen niet meer, waar ze vandaan kwamen. Verreweg de meeste planeten hielden echter als vanouds contact met Paradijsland en andere woongebieden. De aardse bevolking echter was tot apathie vervallen. Men wist de oorsprong der dingen niet meer. Ze hadden priesters aangesteld om de Logos te bestuderen en dat uit te leggen. Er kwam wel uitleg, maar die was weinig zeggend. De trawanten van Satan waren over het hele heelal uitgezwermd, maar hij zelf besloot naar het planeetje Aarde te gaan. Daar schenen ze het ergst te zijn ingeslapen. Een leuk experiment. De priesters zaten soms urenlang over de Logos gebogen en urenlang te peinzen. Ze raakten dan in een verlaagde staat van bewustzijn. Daar wachtte Satan op, want hij had zelf geen aards lichaam, maar dan werd hij enigszins zichtbaar voor de priester in trance. Telepatisch vertelde hij dan, dat er weer schepen uit de ruimte waren geland en dat de bemanning geen wachtposten had achter gelaten. De aardlingen konden toch niets met die schepen doen. Maar hij, Satan, zou de priesters vertellen waar wat voor diende. Dan hadden zij, de priesters, meer macht dan de andere mensen en konden zij over hen heersen. Ze moesten de andere mensen leren, dat zij uit mater, moeder Aarde, waren geboren en dat het materialisme veel waarde had. Dan moesten de mensen onderling materie gaan verhandelen en wie het meest verzamelde zou het meeste aanzien hebben. En de priesters zouden natuurlijk de aanzienlijksten worden, want die hadden het systeem uitgedacht. Satan deed zijn verhaal ook in alle andere delen van de planeet.

De priesters praatten er onderling over. Ze besloten de verlaten schepen binnen te gaan. De bemanningen waren in geen velden of wegen te zien. Die waren met sloepen naar bewoonde gebieden getrokken om zich uitzonderlijk te verbazen over zo veel decadentie en primitiviteit.

Toeristen uit de ruimte
De priesters bekeken de ingewikkelde apparatuur, maar konden er niets mee beginnen. Maar het was voor hen gewoon om in een lichte trance te geraken. Op dat punt brak Satan in in hun gedachten en leerde hen de geweldige krachten, die nodig waren om zich door de ruimte te bewegen.

De volgende slechts duizenden jaren ontwikkelde zich een wereldwijde ruilhandel in allerlei goederen. De slimsten vergaarden het meest en de priesters zorgden er voor, in ruil voor hun aangepaste boodschap uit de Logos, dat een flinke stroom goederen hun kant uit kwam. De wereldbevolking bestond spoedig uit een kleine bovenlaag aanzienlijken en een flinke groep onaanzienlijken. De dualiteit was ontstaan. De priesters lieten toestellen bouwen, waar ze de krachten uit de schepen in brachten. Dat was slim, want al gauw waren die toestellen nodig. Op een dag namelijk werd de afgunst geboren. Een eigenschap, die tot dan onbekend was, want in Paradijsland bestond dat niet en men had het dus niet in de lichamen kunnen inbouwen. Twee mensen kwamen elkaar tegen en ze probeerden tot een beslissing te komen welke goederen konden worden geruild. Dat lukte niet en ze kregen rode hoofden en hun lichamen voelden een grote spanning. Ze verbaasden zich daar erg over, maar ze hadden even geen tijd om er op te letten. Later zou men begrijpen, dat het een geestestoestand was en men zou het benoemen: woede. Een van hen pakte een klomp goud en gaf de ander daar een flinke tik mee op het hoofd. Die zuchtte en viel op de grond. Degene, die de klap had uitgedeeld, wist, dat dit pijnlijk kon zijn en dat was ook de bedoeling. Hij wilde meer waar in ruil voor zijn goudklompen. Hij wachtte tot de ander zou opstaan en misschien wel akkoord zou gaan met de voor hem onvoordelige ruil. Maar er gebeurde niets. Hij wachtte nog langer, maar de ander bleef stil liggen. Hij bekeek en onderzocht het lichaam en merkte tot zijn onuitsprekelijke verbazing, dat het levenloos was. Je kon een ander zo hard meppen, dat het leven verdween. Dit nieuwtje ging als een lopend vuurtje over heel de planeet. Dat betekende ongekende mogelijkheden. De sterken konden nu goederen verzamelen, zonder daar iets voor terug te hoeven geven. Alom werd de uitvinding van de dood benut. Satan keek glimlachend naar deze ontwikkeling. Hij stuurde een telepatische boodschap de ruimte in: "Beste trawanten, ik raad je aan naar de volgende coördinaten te komen. Daar vind je een klein planeetje en de bewoners zijn helemaal gek aan het worden. Ik denk niet, dat jullie dat elders zullen vinden". De meeste van de makkers van Satan verschenen en ze gingen enige kilometers boven het aardoppervlak hangen. Zij hadden, lichaamloos als ze waren, geen last van de zwaartekracht. Ze keken gespannen toe. Inderdaad: zo dwaas als hier waren ze nog nooit tegen gekomen. De mensen vormden belangengroepen en die gingen elkaar te lijf. Met steeds ingewikkelder tuigen, die ook al maar verwoestender werden. De dood werd gewoner dan het leven. De priesters lieten toestellen bouwen, die in de lucht konden vliegen, net als de schepen uit de ruimte. Satan had hen dat geleerd. Ze plaatsten de uitvindingen, waar zo'n vernietigende kracht in schuilde, in de vliegende toestellen en wachtten hun tijd af. Ze wisten niet hoe de uitvindingen werkten, maar ze wisten wel, dàt ze werkten. Ze hadden er proeven mee gedaan in onbewoonde gebieden. De paradijselijke planten- en dierenwereld was in die streken helemaal weg gesmolten en er kwam daar geen leven terug.

Satan en de zijnen keken ademloos toe. Dit was nog eens een belevenis. Ze zagen hoe de tweedracht vorm kreeg. Dat was ook precies de bedoeling geweest. De wereldbevolking splitst zich in twee kampen. Op een gegeven ogenblik dacht de ene partij, dat de tijd rijp was. Een formidabele vloot steeg op en ging de vernietigende uitvindingen op de ander werpen. Maar de ander sliep niet en sloeg terug. Op het grootste deel van de planeet stegen enorme vuurkolommen op en allerwege hingen zeer hoge zuilen van rook. De altijd gladde oceaan verhief zich en honderden meters hoge waterzuilen stortten zich op de landmassa. Woonplaatsen veranderden van het ene moment op het andere van goudglanzende lustoorden in gesmolten ruïnes. De oceaan deed enorme stukken land naar zijn bodem verzinken. De landmassa werd in stukken geslagen en uit elkaar gedreven. Waar paradijselijke velden waren geweest werd de landmassa omhoog gedrukt en de planeet kreeg kilometers hoge pukkels op zijn oppervlak. Bij miljoenen smolten mensenlichamen weg. De gestolde aardkorst scheurde en de magma, die oorspronkelijk van de zon was los geschoten, spoot uit de scheuren. Dat verhevigde de onvoorstelbare vuurgloed op het oppervlak van de stervende planeet.
Langzaam doofden de vuren en dreven de rookzuilen uiteen. De atmosfeer was donker. Het zonlicht kon er niet meer doorheen dringen. Overal op de planeet liepen wat overlevenden rond. Ze keken sidderend naar boven, waar geen zon was te zien. Verbijsterd probeerden zij een heenkomen te zoeken. De warmte, die altijd gelijkmatig was geweest, verdween. Ze rilden in hun naakte lichamen en probeerden allerlei materialen te vinden om er zich mee te bedekken en nog een beetje warmte te vinden.

Satan keek toe en schaterde. "Ik wist, dat alles mogelijk is, maar dìt had ik toch niet voor mogelijk gehouden. Kijk, op verschillende plaatsen gaan de wateren stollen. Ze zullen zich naar schrikken, als ze de kou voelen, die daar van uit gaat". Hij barstte in een lied uit:

Ik heb een verbond met Satan.
Ik ben in de hel opgegroeid.
Ik loop over de straten van Salem
tussen de levende doden.
Ik heb niemand nodig om me uit te leggen
wat goed en kwaad is.
Ik drink het bloed van kinderen
en besluip 's nachts mijn prooi.

Kijk uit en hoed je,
als de volle maan hoog aan de hemel staat
en helder schijnt.
Dan ben ik overal,
in iedere schaduw van de nacht,
want ik ben een snoodaard
en heb een verbond gesloten met Satan.

Ik heul met Satan
en gehoorzaam zijn bevelen.
De geit van Mendes
zit aan zijn linker hand.
Ik heb een verbond met Satan
en ik heb de dood lief.
Niemand bad voor Sodom,
toen de mensen probeerden te vluchten.

Ik heul met Satan,
hij is de meester.
Ik drink het sap van de vrouwen,
als ze alleen neder liggen.
Ik heb een verbond met Satan.
Ik draag zijn merkteken.
Ik dood het pas geboren kind
en verscheur het vlees van de zuigelingÖ


Hij zweeg. "Kom makkers, we gaan terug naar ons woongebied. We hebben het nu wel gezien. De bewoners van deze planeet zullen dit spel met vuur nog meerdere malen herhalen, want het is in hun herinnering opgenomen en dan wordt het een automatisme. Nou, dat hoef ik niet steeds mee te maken". Satan en de zijnen verdwenen en ze zijn sedertdien niet meer in het heelal gesignaleerd.

Dat was het dan
Geras, Bia en Akasha stonden peinzend voor het grote scherm. Allerlei symbolen verschenen. Ze schudden hun hoofd. "Ze hebben daar op Aarde de kracht van de elementaire deeltjes ontdekt en nog gebruikt ook. Dat moet Satan ze hebben verteld, want zelf hebben ze dat niet kunnen ontdekken. Ze waren natuurwezens geworden, die leefden in een wereld, die een afschaduwing was van dit Paradijsland".
Er verschenen enige wezens in het vertrek. "Ah, ik zie, dat u net de gegevens van de Aarde op het scherm heeft. Wij hebben de gebeurtenissen van nabij gevolgd. Niet al te dicht bij, want we stelden gevaarlijke stralingsgolven vast. Ze hebben hun planeet verbrand. Toch zijn er merkwaardigerwijs nog wat overlevenden. Maar ongeveer drie miljard doden. Zelfs hun priesters wisten niet meer van Paradijsland. Ze hebben een parallele Aarde gemaakt en wij gaan er voor zorgen, dat zij via lichamelijke geboorte terug naar hun planeet kunnen. Dat wordt dan een bijna uitzichtloze hoeveelheid kringlopen van leven en dood. In hun tijdrekening zal het lijken of ze voor eeuwig verloren zijn.
De beschermende lagen rond de planeet zijn flink uit evenwicht. De zonnewind wordt niet meer voldoende getemperd en de huid van de lichamen zal zwart blakeren. Ze zullen te maken krijgen met water, dat uit de lucht valt. En meer van die ellendige zaken".
Akasha zei: "Ze kunnen nu geen energie meer uit de atmosfeer betrekken. Ze zullen vast voedsel moeten leren gebruiken. Stuur onmiddellijk schepen via de hyperruimte en laat waar nog mensen leven regelmatig manna strooien. Net zo lang, tot de bomen weer vruchten geven. Ze zullen nu ook dorstgevoelens krijgen, want het evenwicht in de waterstoflaag is verstoord. Ze moeten dan maar voorlopig het onreine water tot zich nemen".

Bia zei: "Ik heb wel wat medelijden met ze. We weten, dat alles mogelijk is, maar zo veel stompzinnigheid hadden we toch niet voorzien. Laten we ze wat dieren sturen met een sterk behaarde vacht. Dan kunnen ze lichaamsbedekking maken om zich tegen de kou te beschermen. Trouwens, het zal nu ook regelmatig te warm voor ze worden. Daar kun je niet veel voor doen". Geras merkte op: "Nu het evenwicht van de beschermende atmosfeer is verstoord, zal die gaan stromen. Alle richtingen uit. Dat zal voor hen aanvoelen als verkoeling".
Ze staarden weer naar het scherm. Akasha zei zacht: "Eén evolutie is genoeg om zich de oorsprong te herinneren. Hoeveel evoluties zullen ze daar nog nodig hebben?"







Bia, Geras en Akasha
Heden ten dage verblijven Bia, dat is Macht, maar niet macht over anderen, doch macht over alle bestaande materie in alle dimensies,
en Geras, dat is Ouderdom, maar niet in jaren, doch in wijsheid,
en Akasha, dat is het Kosmisch Geheugen,
afwisselend in Lichtland om tot rust te komen en in Paradijsland om de ontwikkelingen in ons heelal bij te houden en waar mogelijk, want de vrije wil mag niet worden beïnvloed, bij te sturen. Zij weten, dat alle zielen weer voor de poort van Paradijsland zullen verschijnen. De blijvend onbewusten pas, als de volgende kosmische nacht invalt. En als er dan nog wezens zijn, die niets van Lichtland willen, zullen zij voor de negende maal de ruimte scheppen. Zij zijn geduldig, want zij beseffen, dat het goddelijke tijdloos is.

Geen van de betrokken partijen kan op wat voor wijze dan ook aansprakelijk gesteld worden voor de inhoud van deze website.© Copyright 2006 - 2012 De Nieuwsbron / Vipers
Het NieuwsDe BronContactTarot & KabbalaThelema
 Zoeken
 UFO's
 Vrede op aarde
 (Grens)Wetenschap
 Science Fiction
 · Het eonenarchief 
 Geestelijke filosofie
 Introductie
 Oude beschavingen
 Allerlei
 Uitspraken
 Gedichten
 Religie
Gedichten van Joke Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding